Uw zoekacties: Heerlijkheid Harmelen
x2 Heerlijkheid Harmelen ( Het Utrechts Archief )
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

2 Heerlijkheid Harmelen ( Het Utrechts Archief )
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
 
 
Inleiding
De heerlijkheid Harmelen c.a., zoals die op het einde van het Ancien Régime bestond, was een nogal complex geheel. Al in de 13e en 14e eeuw waren er in Harmelen verschillende rechtsgebieden. Er leefde een geslacht Van Harmelen, maar leden daarvan bezaten slechts jurisdictie in een gedeelte van de parochie. Het huis Harmelen zal wel door hen gebouwd zijn en bleef tot 1348 allodiaal bezit. Door het huwelijk van Aleid van Harmelen met Dirk van Zuilen kreeg het bekende Stichtse geslacht Van Zuilen voor enkele eeuwen vaste voet in Harmelen. Op 7 februari 1348 droeg Dirk het huis Harmelen met 43 morgen land, allodiaal goed van zijn vrouw, op aan de abt van S. Paulus te Utrecht om het van de abdij in leen terug te ontvangen. Naderhand werd het huis in achterleen gehouden van de heer van De Haar - eveneens uit het geslacht Van Zuilen - die het op zijn beurt van de abdij van S. Paulus hield. In 1411 droeg Jacob van Zuilen de rechtsmacht, tijnzen en tienden van Haanwijk en Neder-Bijleveld, die hij tot dan toe in allodiaal bezit had, op aan de bisschop van Utrecht, eveneens met de bedoeling om dit goed voortaan in leen te houden.
Een ander gedeelte van Harmelen, namelijk Harmelerwaard, behoorde al in de 13e eeuw tot de jurisdictie van het kapittel van Oudmunster te Utrecht. Omdat dit kapittel ook in het nabijgelegen Vleuten de rechtsmacht en de heerlijke rechten bezat, oefenden de door het kapittel aangestelde schouten en schepenen van Vleuten in de 16e en 17e eeuw hun ambten ook uit over het gebied van Harmelerwaard. In 1633 slaagde de heer van Harmelen, Frederik van Baexen, er in van Oudmunster gedaan te krijgen dat Harmelerwaard van Vleuten werd afgescheiden en als afzonderlijke heerlijkheid aan hem in leen werd gegeven. Voortaan ressorteerden de inwoners van Harmelerwaard onder het schepengerecht van Harmelen.
Nadat de heerlijkheden door vererving en koop sinds 1718 in bezit waren bij leden van het geslacht Van Beusichem, wist Adriaan van Beusichem in 1810 tenslotte nog een andere heerlijkheid onder Harmelen te verwerven. Het betreft de ambachtsheerlijkheid Indijk, een leen van de staten van Holland. Hoewel van ouds binnen de grenzen van de parochie Harmelen gelegen, behoorde Indijk niet tot het Sticht, maar de vereniging van de Harmelense heerlijkheden in één hand heeft er ongetwijfeld mede toe bijgedragen dat de gemeente Indijk in 1820 naar de provincie Utrecht werd overgebracht en met Harmelen tot één gemeente werd verenigd.
De verschillende herkomst van de rechten van de heren van Harmelen - een vereenvoudigde titulatuur waarvan zij zich in de 18e en 19e eeuw bij voorkeur bedienden - komt tot uiting in het archief dat zij hebben nagelaten. Het bevat slechts weinig stukken van voor het midden van de 17e eeuw en van na die tijd ontbreken eveneens vele stukken, die men er in zou verwachten, zoals b.v. rekeningen van het beheer van de door de heer aangestelde rentmeester. Akten van belening zijn slechts aanwezig van Harmelerwaard en - slechts één - van het kasteel Harmelen. Stukken betreffende het bestuur van de heerlijkheid zijn echter in ruimere mate bewaard gebleven en deze vullen de archivalia in het gemeentearchief van Harmelen op vele punten aan. De reden waarom sommige stukken in het archief van de heerlijkheid en andere soortgelijke in dat van de gemeente terecht zijn gekomen is daarbij niet altijd duidelijk.
Na de revolutie van 1795 boette, zoals bekend, het heerlijk gezag sterk aan belang in. Na een tijdelijke afschaffing van de heerlijke rechten, werden er slechts enkele na de restauratie van 1813 hersteld. Na 1848 bleef tenslotte nog slechts de titel over en het archief bevat vanaf dat jaar alleen nog maar stukken betreffende de landerijen, die de heren in de loop van de tijd verworven hadden. Het belangrijkste goed, de ambachtshoeve, werd tenslotte in 1964 door de titulaire ambachtsheer, ds. M.H.F. Witteveen, van de hand gedaan. Kort daarop werd het archief door hem in bewaring gegeven bij het rijksarchief in Utrecht.
Bij de inventarisatie zijn de stukken, die de heerlijkheid Indijk betreffen en dateren van vóór 1810, toen dit gebied met de andere heerlijkheden in één hand werd verenigd, afzonderlijk beschreven.
Bewerkingsgeschiedenis
Inventaris
thumbnail
Kenmerken
Datering:
1585-1964
Toegangstitel:
Inventaris van het archief van de heerlijkheid Harmelen 1585-1964
Auteur:
C. Dekker
Datering toegang:
1975
Datering bewerking:
2010
Openbaarheid:
Stukken jonger dan 50 jaar slechts ter inzage na toestemming inbewaargever
Rechtstitel:
Opneming in beheer van een particulier, niet in eigendom verkregen
Omvang:
0,86 m zuurvrije dozen
Rubrieken:
Thema trefwoorden:
Categorie:
Archiefvormer(s)::
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS