382
Arrondissementsrechtbank Utrecht
Inleiding
Procedures Kort geding
382 Arrondissementsrechtbank Utrecht
De president van de arrondissementsrechtbank is bevoegd een uitspraak in kort geding te doen in spoedeisende gevallen, waarbij men in burgerlijke zaken zijn wederpartij kon dagvaarden voor de president van de rechtbank. Deze gaf dan een feitelijke voorziening in het geschil. Deze beslissingen 'bij voorraad' mogen echter geen nadeel toebrengen aan het hoofdgeschil (bodemprocedure). Deze procesvorm is men in de loop van de tijd steeds meer gaan gebruiken.
De zaak begint met een dagvaarding of het vrijwillig verschijnen van de partijen (artikelen 133 en 295a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en artikel 43 van de wet R.O.). Is dit laatste het geval, dan is de verweerder niet verplicht zich te laten vertegenwoordigen door een procureur. De procedure wordt met name mondeling gevoerd, vaak wordt wel het verweer in het processtuk opgenomen en worden pleitnota's overlegd. De president kan vervolgens zijn vonnissen uitvoerbaar bij voorraad verklaren. Kracht aan dit vonnis wordt bijgezet door het stellen van een dwangsom (astreinte) op niet-nakoming van het gegeven bevel. Executie van het vonnis kan plaatsvinden op de minuut.
Verzet tegen bij verstek gewezen vonnissen in kort geding wordt gebracht voor de rechtbank. Tegen het vonnis kan men hoger beroep aantekenen bij het gerechtshof. Tegen het arrest van het gerechtshof staat beroep in cassatie open. De procesgang in deze is dezelfde als die van een gewone procedure.
Inventaris
Bijlagen
| ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||






Arrondissementsrechtbank Utrecht 1838-1948