Uw zoekacties: Klooster der Predikheren te Maastricht
x14.D028 Klooster der Predikheren te Maastricht ( Regionaal Historisch Centrum Limburg (RHCL) )
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

14.D028 Klooster der Predikheren te Maastricht ( Regionaal Historisch Centrum Limburg (RHCL) )
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
 
 
Inleiding
Het archief van het omstreeks 1261 *  te Maastricht gestichte klooster der Predikheren, waarvan de lotgevallen door Franquinet, Geusau en Meyer uitvoerig weergegeven zijn, *  zodat van een herhaling daarvan hier afgezien kan worden, is, zoals het hierna beschreven wordt, een overblijfsel van een groter geheel.
-
Le depot des Dominicains, qui au premier abord nous paraissaitdans l'état d'ordre que des paquets bien faits et entourés de papiers blanc avec des inscriptions semblaient promettre, a beaucoup laissé a desirer a cet égard: une infinité de papiers sans signature et sans authenticité étaient soigneusement conservée, une quantité enorme de vieux titres de revenus, malgré que nous sommes moralement certains qu'ils ont été depuis longtems aliénés ou changés de nature, puisqu'ils ne se rencontrent plus dans les derniers registres de recette, ont du être conservés parceque nous n'avons decouvert aucuns autres renseignements positifs.
Sur les aliénations, dont la recherche nous a fait perdre beaucoup de tems, un autre obstacle que nous avons rencontre, c'est que les nos des papiers indiquaient les uns un ancien cadastre général, les autres un nouveau, lesquels ne se sont point trouvés. C'est aussi a ces piêces seulesque nous croyons que se borne la soustraction des titres faite par les anciens possesseurs quoique nous ayons remarqué que les titres de propriété de quelques piêces de terre du cidevant couvent manquent également. *  Zij doen hun brief vergezeld gaan van "états sommaires, 1o des papiers absolument au rebut, 2 des papiers a anéantir après examen, 3 de ceux a conserver". * 
Onder het hoofd "a conserver" figureren voornamelijk die archiefbescheiden, waarmee zakelijke rechten te bewijzen zijn. Zij vormen van het huidige archief nagenoeg de totaliteit. De categorie "absolument au rebut" bestaat onder meer uit een groot aantal stukken betreffende door het klooster gevoerde processen, niet meer geldige rechtstitels, een aantal bescheiden uit de financiële administratie, ouder dan dertig jaar, zoals "29 registres de recette et dépense antérieures aux 30 dernières années", maar ook, en helaas, uit stukken, aan de hand waarvan de geestelijke werkzaamheid van het klooster bestudeerd zou kunnen worden, zoals "un paquet de copies de bulles de papes et évêques, d'ordonnances des généraux de l'ordre concernant des jubilés, des indulgences, des privileges, exemptions etc." en "un paquet de piêces touchant Ie cours de théologie dans Ie couvent des dominicains a Maestricht". "A anéantir après examen" waren voornamelijk "divers titres de transport ou cession de te
rres et rentes entre particuliers qui se sont trouvés entre les papiers du couvent".
Wat er rest van het archief van het klooster der Predikheren te Maastricht is het zakelijke gedeelte, op wat uitzonderingen na. Het werd door Franquinet in 1880 beschreven in een "beredeneerde inventaris". *  Daar deze inventaris
in feite een regestenlijst is, waarbij aan de bescheiden die geen charters of afschriften van charters zijn, slechts zeervluchtige aandacht besteed is, was het wenselijk een inventaris volgens de huidige richtlijnen samen te stellen.
Wat dan zeker in de overwegingen betrokken dient te worden, is de oude orde, of orden, die er in een archief bestaan heeft, c.q. hebben. Op dit punt nu doet zich de achterhouding van de beide "cadastres" door de kloosterlingen gevoelen.
Wel dragen nagenoeg alle akten minstens een, maar meestal meer dorsale aanduidingen, bestaande uit letter-cijfer combinaties, die de plaatsen ervan in de elkaar opvolgende systemen aangeven, maar de systemen zelf blijven goeddeels duister. Ook met behulpvan de beide achttiende eeuwse inventarissen, die zich in het archief bevinden (inv. nrs. 1 en 2), komt men niet tot een duidelijk inzicht. Mogelijkerwijs zouden de vermiste "stipaelboeken" (de "cadastres"), waarnaar in beide oude inventarissen verwezen wordt, een sleutel vormen.
Niettemin, enige inzichten kan men aan de dorsale aanduidingen en de twee genoemde inventarissen ontlenen. Globaal zijn er drie systemen te onderscheiden, het eerste lopend tot ongeveer het einde van de zestiende eeuw, het tweede van dan tot omstreeks 1735, waarschijnlijk opgezet na afloop van de laat-zestiende-eeuwse oorlogshandelingen te Maastricht, waarbij ook het klooster der Predikheren niet ontzien was, *  het derde vanaf circa 1735. De dorsale notities van het eerste systeem bestaan uit telkens een letter met een romeins cijfer. De onderlinge samenhang tussen de aanduidingen blijft duister. De dorsale aanduidingen van het tweede systeem bestaan uit telkens een letter met een arabisch cijfer, met daarbij in veel gevallen een verwijzing naar de folios van, vermoedelijk, het oudste stipaelboek. Deze aanduidingen vindt men terug in de beide oude inventarissen. De een, "clavis archivi" (inv.
nr. 1), geeft in het eerste gedeelte de akten volgens de letters en cijfers in dorso, A 1, A 2 enz. met vermelding van de geografische plaats waarop de betreffende akte betrekking heeft en verwijzing naar een van de
tweestipaelboeken. In het tweede gedeelte worden evenals in de andere inventaris, "aenwijser" (inv. nr. 2), de akten opgesomd onder de in alfabetische volgorde gezette plaatsnamen waarop zij betrekking hebben, met vermelding van de dorsale aanduidingen. In het tweede gedeelte van de "clavis" wordt niet, in de "aenwijser" wel verwezen naar een van beide stipaelboeken. Naast de plaatsnamen komen zowel in het tweede gedeelte van de "clavis" als in de "aenwijser" rubrieken voor als bullen, jaargetijden, relevia, processen. Al is de rangschikking van de akten in de oude inventarissen systematisch en duidelijk, de letter-cijfer combinaties zelf en het verband ertussen zijnonduidelijk. Wel zijn er enkele aanknopingspunten. Zo worden bullen, die in het eerste systeem nog verschillende letters droegen, in het tweede veelal aangeduid met B. Stukken, betrekking hebbend op processen, worden veelal aangeduid met L (lites). Stukken betreffende de kloostergebouwen met A of AE (aedificia ?), r
elevia met R. Het grootste gedeelte van de akten echter, de rechtstitels in de verschillende plaatsen, heeft aanduidingen waarvan de samenhang niet duidelijk is. Hierin komt verandering vanaf circa 1735. Vanaf dan is de beginletter van de plaats, waarop een akte betrekking heeft, tevens de dorsale letter. Ook op de akten van voor 1735 wordt deze aanduiding dan in een aantal gevallen in de plaats van de oude aangebracht. Het cijfer achter de letter loopt op met de tijd. De rubrieken, bullen enz. blijven bestaan. De dorsale aanduidingen van het laatste systeem komen dus niet overeen met die, gebruikt in de oude inventarissen (tweede systeem), aanvullingen in de "clavis" vanaf 1735 tot 1780 uitgezonderd.
Al is het laatste systeem dus veel duidelijker dan de beide voorafgaande, er blijven veel problematische aanduidingen en inconsequenties. Voor de indeling van de navolgende inventaris had dit tot gevolg dat dit systeem niet gehandhaafd kon blijven, temeer niet omdat op lang niet alle akten de aanduidingen van de twee oudste systemen vervangen zijn door nieuwe, en vooral omdat lang niet alle archiefbescheiden van een aanduiding voorzien zijn. De in het archief voorkomende delen hebben geen van alle een aanduiding, evenmin als een aantal akten. Een eigen schema moest derhalve ontworpen worden, waarbij wel gebruik gemaakt werd van enige aan de bestudering van de oude systemen ontleende inzichten.
Vooraan zijnde beide oude inventarissen opgenomen; bij elke serieuze bestudering van stukken uit het archief zullen zij betrokken moeten worden omdat de archiefstukken daar in een andere en-mogelijk voor bepaalde vraagstellingen-zinvoller samenhang dan in de navolgende inventaris opgevoerd worden en eveneens omdat een gedeelte van de in de Franse tijd verloren gegane bescheiden daar nog vermeld wordt, al is het aantal daarvan relatief klein: evenals de Fransen hadden de Predikheren belang bij de rechtstitels. De in de oude inventarissen opgenomen bescheiden zijn doorgaans ook die, waarvan de Fransen het de moeite waard vonden ze te bewaren. Ook de "états sommaires" van de stukken "au rebut" en "a anéantir après examen" mogen deswege bij een onderzoek niet ontbreken: daar vindt men de andere bescheiden vermeld.
De volgende afdeling, "betrekkingen met kerkelijke overheden", bestaat nagenoeg uit met een B aangeduide stukken. De onder "kloosterlingen" genoemde bescheiden zijn niet voorzien van enigerlei aanduiding. De hierna volgende afdeling "bezittingen" vormt met de (zeer kleine) afdeling "vervreemding" het zakelijke gedeelte van het archief. De onderverdeling van de afdeling "bezittingen" in "rechtstitels" en "beheer" vindt, al komt zij als zodanig niet voor, enige steun in de oude inventarissen en de dorsale aanduidingen. De afdeling "rechtstitels" vormt het verreweg grootste gedeelte van de inhoud van de beide oude inventarissen. De indeling ervan intern, geografisch-chronologisch, sluit aan bij het derde systeem. De onder "beheer" opgenomen bescheiden zijn voor het grootste gedeelte niet voorzien van enige aanduiding, en komen ook niet voor in de oude inventarissen, met name niet de delen, genoemd onder de diverse onderverdelingen, en evenmin de stukken betreffende de verhuur van
huizen te Maastricht en een gedeelte van de verpachtingen. De bescheiden die wel voorzien zijn van een aanduiding vallen in de oude systemen grotendeels onder aparte rubrieken, gebouwen, processen, relevia, jaargetijden, voorzover de fundatie ervan niet aan een bepaalde plaats gebonden is, obligaties en lijfrenten. Een gedeelte evenwel wordt in de oude inventarissen vermeld onder de verschillende plaatsnamen en draagt een dorsale letter daarbij aansluitend, metingen van landerijen, een deel der verpachtingen, een deel van de obligaties. Bij de gekozen indeling rechtstitels-bezittingen hoorden zij systematisch evenwel onder beheer. De onderverdeling van "beheer", met name de volgorde van de rubrieken, en de rubrieken zelf, voorzover gevormd door bescheiden zonder enige aanduiding, werd naar eigen inzicht opgezet.
Onder "varia" zijn bescheiden opgesomd, waarvan een klein gedeelte wel voorzien is van dorsale aanduidingen, maar waarvan de plaatsing binnen het ontworpen schema niet mogelijk was, mede als gevolg van het gebrekkige inzicht in de oude systemen. Het grootste gedeelte draagt geen aanduidingen; de reden van de aanwezigheid van die stukken in het archief is onduidelijk.
Enige speciale aandacht verdient de "catalogus librorum qui habentur in bibliotheca P. Hyacinthi Wynandts" (inv. nr. 412). Deze catalogus bevat waarschijnlijk de titels van die boeken die de Predikheren aan confiscatie door de Fransen wilden onttrekken. Deswege werden zij door een der Predikheren overgenomen. Dat dit slechts een gedeelte van het boekenbezit van het klooster was, wordt duidelijk wanneer men het aantal der vermelde boeken, circa 1000, vergelijkt met de opmerking, gemaakt met betrekking tot de bibliotheek, bij de inventarisatie van de in het klooster aanwezige goederen door Digave, "m'étant ensuite rendu a la bibliothèque, j'ai reconnu que le grand nombre des volumes quel le renfermait demanderais un temps con- siderable pour en faire la disemption en l'inventaire" *  en met de aantekening
van V. Huntjens, toenmalig prior, bij het beknopt overzicht van de bibliotheek, door hem ten behoeve van de Fransen op 20 nov. 1795 gemaakt, "reflectendum 1mo quod, propter nimium tum voluminum cum authorum numerum, huius bibliothecae catalogum dare prorsus exactum moraliter impossibile sit". * 
-
Achter de inventaris is een regestenlijst opgenomen van charters tot 1550, door Franquinet niet vermeld en gedeeltelijk in 1904 verkregen van het gemeentebestuur van Maastricht. *  Deze regestenlijst is een aanvulling op die van Franquinet. In de inventaris wordt er naar verwezen zonder N.B. Naar de regesten van Franquinet wordt steeds verwezen in een N.B. In bijlage 1 zijn de beschrijvingen opgenomen, door P.C. Boeren gemaakt van een vijftal bullen, die zich in het archief van de Predikheren bevonden, en door de Fransen in 1799 naar Parijs werden overgebracht, *  als zijnde van bijzondere waarde.
In bijlage II zijn een aantal beschrijvingen opgenomen van akten die niet, of niet meer, in het archief werden aangetroffen en die van belang zijn voor de geschiedenis van het klooster.
Historische inleiding
Geschiedenis van het archief
Verantwoording van de inventaris
Gebruikershandleiding
Inventaris
Regestenlijst
Kenmerken
Datering:
1261-1796
Auteur:
J.H.M. Wieland
Inventaris:
Inventaris van het archief van het klooster der Predikheren te Maastricht 1261-1296. Inventarissenreeks RAL 10 (Maastricht 1973)
Omvang:
7,2 meter - 185 charters
Opmerking:
5 charters berusten in de Bibliotheque Nationale te Parijs
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS