0668
Uitgeversmaatschappij C. Misset B.V.te Doetinchem
Inleiding
2. 1873-1969 2.1. Geschiedenis van het bedrijf *
0668 Uitgeversmaatschappij C. Misset B.V.te Doetinchem
Op 18 april 1848 werd in Haarlem Cornelis Misset * geboren. Hij was het zevende kind - na hem kwamen er nog vijf kinderen bij - in het gezin van een wever. De materiële welvaart van dit gezin zal dan ook niet groot zijn geweest. Voor zover bekend, heeft hij alleen de lagere school doorlopen.
Op 23 juli 1873 trouwde hij Maria Elisabeth Christina Michon, een dochter van de chef van de Landsdrukkerij in Den Haag.
Mogelijk heeft hij daar gewerkt. Vast staat, dat hij van 1871-1873 chef was van de drukkerij Dirk Nooth van Goor te Leiden.
Waarom hij zich in 1873 juist in Doetinchem gevestigd heeft, is niet helemaal duidelijk. Een betrekkelijk kleine stad met slechte verbindingen lijkt nu niet direct de aangewezen plaats om een drukkerij te vestigen. Waarschijnlijk kende hij ds. J. van Dijk, voorganger van de Hervormde Zendingsgemeente te Doetinchem, oprichter en leider van de Christelijke Philantropische Inrichtingen. *
Het officieel orgaan van deze inrichtingen, het "Doetinchems Weekblad" werd door Misset gedrukt, hoewel waarschijnlijk niet al in 1873 maar later. Wellicht heeft ds. Van Dijk hem overgehaald naar Doetinchem te komen.
Op 10 april 1873 wordt voor notaris Pasteur te Doetinchem de akte verleden, waarbij Cornelis Misset en Willem Frederik van Weeren, beiden te Doetinchem, een vennootschap onder firma "Misset en Van Weeren" oprichten "tot het drijven eener drukkerij en al hetgeen daarmede verbonden is" * . Al op 14 juli van datzelfde jaar wordt deze firma weer ontbonden * , waarna Misset de zaak onder eigen naam en voor rekening voortzet. Uit deze periode zijn weinig archiefstukken bewaard gebleven. Wel blijkt uit betalingen voor geleverd papier, dat de omzet vrij snel toenam * . In 1878 verhuisde de drukkerij van de Grutstraat naar een groter pand in de Hofstraat, welk pand eigendom was van de Christelijke Philantropische Inrichtingen, nog steeds één der grotere klanten van Misset. Nadat en wellicht ook omdat Misset op 1 oktober 1879 begonnen was met de uitgave van een eigen, vrijzinnig liberaal weekblad "De Graafschapbode", volgde in september 1880 een nieuwe verhuizing, nu naar de Waterstraat. Dit pand was eigendom van Karel Sagleven, een broer van Carolina Christine Sagleven, met wie Cornelis Misset op 12 mei 1880 hertrouwd was na het overlijden van zijn vrouw in 1875. Uit zijn eerste huwelijk had Cornelis Misset één dochter, uit zijn tweede sproten twee zonen, die later een belangrijke rol in het bedrijf zouden spelen, Cornelis jr. en Hendrik en een dochter Margaretha Helena.
In 1886 verhuisde het bedrijf opnieuw, nu naar de IJsselkade, waar het, zij het in steeds vernieuwde en uitgebreide gebouwen, tot nu toe nog steeds zijn zetel heeft gehad. In 1983 zal een geheel nieuw complex op het Doetinchemse industrieterrein in gebruik worden genomen.
Met "De Nederlandsche Lederindustrie", waarvan het eerste nummer in 1889 van de persen kwam, zette Misset de eerste stap op het gebied van de vakbladen, een sector waarin het bedrijf tot de belangrijkste uitgevers zou gaan behoren. Meer dan 100 verschillende periodieken op verschillende gebieden als de zoetwatervisserij, binnenhuisarchitectuur, voetbal, landbouw, radiotechniek, foto en film behoren of behoorden tot het fonds van de uitgeverij. De leggers van deze bladen en van "De Graafschapbode" vormen het leeuwendeel van het archief (circa 115 meter).
In 1902 werd het bedrijf omgezet in een N.V. de "Naamloze Vennootschap Nederlandsche Drukkerij- en Uitgeversmaatschappij C. Misset" * . De naam werd in 1920 gewijzigd in Uitgeversmaatschappij "C. Misset" N.V. Het kapitaal van de N.V. was groot ƒ 200.000,- verdeeld over 125 preferente en 75 gewone aandelen van duizend gulden elk. Naast alle 125 preferente had C. Misset ook 66 van de gewone aandelen.
Zijn medeoprichters C. Schilleman, uitgever, J.G. Klaassen, koopman, beiden te Zutphen en A. Corstius, agent van de Geldersche Crediet Vereeniging te Doetinchem, namen elk deel voor drie aandelen, juist genoeg om volgens art. 13 van de statuten te kunnen worden benoemd tot commissarissen van de N.V. C. Misset, grootste aandeelhouder, commissaris en directeur van de N.V. nam dus een overheersende positie in en gedroeg zich daar ook naar blijkens een passage in de notulen van de vergadering van commissarissen van 30 december 1907: "Aangezien de Directeur weleens de statuten als niet voor hem geschreven beschouwt zal de Voorzitter den Directeur meedelen, dat Commissarissen verlangen dat de statuten steeds getrouw worden nageleefd".
Naast zijn werkzaamheden voor de drukkerij en uitgeverij vond Cornelis Misset ook nog tijd voor activiteiten op andere gebieden van nijverheid en in het maatschappelijke leven. Zo ook zijn zonen Cees en Henk, die beiden in 1912 en 1917 benoemd werden als mededirecteur. De neerslag van die activiteiten is terug te vinden in het archief van de N.V. en in de archieven van een aantal gelieerde fondsen, stichtingen en bedrijven.
Cornelis Misset, ten gevolge van suikerziekte ernstig invalide geworden, overleed in 1921. Zijn zoons Cees jr. en Henk zetten het bedrijf voort. Het productieapparaat groeide en werd telkens aangepast aan de behoeften van de tijd. Dat laatste wordt aardig geïllustreerd door de oprichting in 1935 van de "Eerste Nederlandsche Luchtreclame Maatschappij N.V.", welke nog in datzelfde jaar overging tot de aankoop van een Koolhoven-vliegtuigje.
Zoals alle ondernemers in die tijd stonden de gebroeders Misset tijdens de Duitse bezetting voor de keus óf hun bedrijf te sluiten, wat tewerkstelling in Duitsland zou betekenen voor hun personeel, óf het open te houden, wat onvermijdelijk leiden moest tot het werken voor de vijand. Zij besloten tot het laatste en slaagden er inderdaad in het grootste gedeelte van hun werknemers aan het werk te houden. Over de oorlogsjaren 1940-1945 worden we nader ingelicht door een onlangs opgedoken notulenboek.
Nadat het concept van deze inventaris gecirculeerd had onder enkele (vroegere) medewerkers van het bedrijf werden nog enige kleine, maar belangrijke aanvullingen op het archief ontvangen, waaronder het notulenboek van "De Groene Tafel" (inv.nr. 27). Deze "denk-, werk- en bestuursclub" kwam op initiatief en onder leiding van C. Misset regelmatig bijeen op zaterdag- of zondagavond vanaf november 1942 tot eind 1944. Van de laatste bijeenkomsten zijn uit veiligheidsoverwegingen geen notulen gemaakt, maar de notulist (B. Muller) heeft er later toch een kort verslag van in het notulenboek geschreven.
Belangrijke onderwerpen van gesprek waren het openhouden van het bedrijf met inschakeling van zoveel mogelijk mensen, het oprichten van nieuwe bedrijfjes om werk te creëren voor personeel voor wie in de drukkerij/uitgeverij geen plaats meer was en het maken van plannen voor de tijd na de oorlog. Niet voorzag men dat er buiten het bedrijf wel eens weinig begrip, laat staan waardering, voor de ingenomen houding zou kunnen zijn. En dat was nu juist wel het geval.
Het bedrijf werd onder beheer geplaatst en de gebroeders Misset werden geïnterneerd. Onder die schaduw zijn beiden vrij kort na elkaar overleden: Henk op 18 september 1945 en Cees op 4 februari 1947.
Per 1 juli 1947 trad als directeur in dienst de heer G. van Veen. Onder diens leiding begon een nieuw tijdperk van groei en specialisatie. Aan dat laatste viel zelfs de Graafschapbode, sinds 1967 een dagblad, ten offer. Het werd overgedragen aan Wegeners Courant Concern te Apeldoorn.
In 1968 verwierf het Elsevier-concern de meerderheid der aandelen. Vier jaar later werd het bedrijf opgesplitst in drie delen: de Uitgeverij C. Misset B.V., Misset Grafische Bedrijven B.V. en Exploitatiemaatschappij Misset B.V. (voor het onroerend goed).
Inventaris
| |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||





