Uw zoekacties: Sixma van Heemstra supplement
x335-01 Sixma van Heemstra supplement ( Tresoar (Frysk Histoarysk en Letterkundich Sintrum) )
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

335-01 Sixma van Heemstra supplement ( Tresoar (Frysk Histoarysk en Letterkundich Sintrum) )
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
 
 
Inventaris
Inleiding
De stukken die in deze inventaris zijn beschreven, zijn oorspronkelijk afkomstig van enkele leden van de familie Sixma van Heemstra. Het gaat hier om een aanvulling op het reeds aanwezige familiearchief, dat in 1992 door Tom van Slooten, stagiaire van het toenmalige Ryksargyf, werd geïnventariseerd. In zijn inleiding bij het archief heeft hij al in het kort aandacht besteed aan de geschiedenis van de familie. Om die reden heb ik in deze inleiding mij beperkt tot de belangrijkste archiefvormers van dit supplement. Zie voor de noten onderaan het bestand.
Dr. Feyo Schelto Sixma baron van Heemstra (1916-1999)
Van Heemstra woonde jarenlang met zijn vrouw Gerbrecht Elisabeth barones van Dedem (1916-2008) op het landhuis "De Colckhof te Laag Zuthem bij Zwolle, waar ook het archief werd bewaard. Van Heemstra voelde zich een Fries in hart en nieren, hoewel hij in Den Haag was geboren. Hij was de oudste zoon van Cornelis Schelto Sixma baron van Heemstra en Johanna gravin Schimmelpenninck. (1) Zijn vader, die onder andere particulier secretaris van koningin Wilhelmina was, werd geboren in Leeuwarden en heeft altijd banden met de provincie Friesland gehouden. Hij was van mening dat zijn kinderen Fries moesten leren met de bedoeling dat zij altijd met personeel en pachters in hun eigen taal konden communiceren. In het buitenland had hij namelijk ervaren dat landheren niet in staat waren met hun ondergeschikten te communiceren omdat zij elkaars taal niet spraken. In een interview zei van Heemstra later: "Op it Frysk praten stie ús heit op", hoewel de omgangstaal thuis Frans was. (2) De gelegenheid om Fries te spreken kwam, toen hij aan het begin van de Tweede Wereldoorlog in Leeuwarden op kamers ging wonen bij "juffer" Sjouk Bierma. Zij was een relatie van Douwe Kalma, beiden aktief in de Jongfryske Mienskip. Zij bracht hem vlekkeloos Fries spreken bij; de afspraak was dat er bij haar thuis alleen Fries werd gesproken.(3)
Sixma van Heemstra studeerde kunstgeschiedenis aan de Rijksuniversiteit van Utrecht en ook in Parijs. Daar kwam hij in contact met allerlei personen die aktief waren in organisaties van minderheden in Europa. Met verschillende van hen, zoals Roger Hervé (een Breton) en later Federico Krutwig Sagredo onderhield hij jarenlang een uitgebreide correspondentie. (4) Hij had overigens al veel eerder over Europese Minderheden gehoord, want zijn vader was aan het begin van zijn carrière officier van de inlichtingendienst, die in zijn functie veel informatie over minderheden had verzameld. Tijdens zijn studie maakte hij onder leiding van prof. L.H. Grondijs een reis naar Hongarije en Roemenië. Na afloop wilde van Heemstra graag nog een tijdje in Roemenië blijven. Grondijs had voor hem een mooie studietaak in gedachten omdat hij meende dat zijn student, "in man fan oansjen op 'e kommende wei oan it Hôf wie en myn opjefte hie dêrmei fan alles út to stean". "Us heit, professor Grondijs en oaren hâldden it der doe op alle ynfloed to brûken tonei inkeld studearre lju yn Hôftsjinst ta to litten, om sa it peil fan yntellekt en kunstsin oan it Hôf omheech te heljen". Hij maakte er studie van het Ceremonieboek van de Byzantijnse keizer Constantijn VII ofwel Konstantin Porfyrogenetos (905-959), dat bouwstoffen voor het protocol aan West-Europese hoven zou kunnen bevatten. Na enige tijd vroeg Grondijs hem als secretaris te vergezellen op een reis door Bessarabië (nu Moldavië en aangrenzende gebieden). Het verslag daarvan heeft hij veel later, in 1983 uitgegeven.(5) Van een functie aan het hof is nooit meer iets gekomen. Van Heemstra's interesse voor de Midden- en Oost-Europese cultuur en de daar wonende minderheden moet hier verder zijn aangewakkerd. In 1938 verbleef Feyo van Heemstra ook enige tijd in Budapest, waar hij diverse contacten opbouwde.(6)
Tijdens de oorlog was van Heemstra werkzaam bij het Fries Museum, als "iverder" of ijveraar van de Foriening for Fryske Folkskinst. Verder was hij aktief als medewerker van de collectie van de Oudheidkamer, later Hidde Nijland Museum genaamd, te Hindeloopen. Gedurende deze tijd verzamelde hij het materiaal voor zijn proefschrift De klederdracht van Hindelopen (1950). Korte tijd was hij nog werkzaam op kasteel Doorn, waar hij zich bezighield met de inventarisatie van de kunstwerken uit de nalatenschap van de voormalige keizer Wilhelm II. Al in de loop van de jaren veertig bleek de belangstelling van Sixma van Heemstra behalve naar de kunstgeschiedenis uit te gaan naar de etnografie en de literatuur. Na zijn carrière als wetenschappeer en leraar heeft hij zich in de jaren zestig steeds meer op deze terreinen begeven. Over zijn aktiviteiten op het gebied van de minderhedenproblematiek zijn veel stukken bewaard gebleven. Van Heemstra correspondeerde met zeer veel personen in verschillende Europese landen. In 1974 heeft hij zelfs op een congres over minderheden in Triëst een lezing gehouden in het Frans met als titel Les Frisons. Deze werkzaamheden verdienen nog verdere studie. (7) In 1963 verscheen zijn Friestalige roman Leafdedea, die hij onder het pseudoniem Homme Eernstma uitbracht. (8) Het boek was alleen als speciale uitgave van het avant-gardistische literataire tijdschrift Quatrebras in Amsterdam verkrijgbaar. Het was voor velen een raadsel wie de auteur was en ook de bepaald onorthodoxe inhoud viel op. De auteur zei over het boek later: "It hat in goed stik wurk west", omdat hij andere boeken wilde verbeteren. Schrijver Josse de Haan noemde het een werk dat nieuwe wegen in de Friese literatuur insloeg, juist na de uitgave van de bekende en ophef veroorzakende roman De smearlappen van Anne Wadman dat in hetzelfde jaar verscheen en FABRYK van Trinus Riemersma uit 1964.(9)
Van Heemstra was de initiatiefnemer voor het instellen van de dichterstelefoon "Operaesje Fers" in 1967. Omdat de medewerkers niet in aanmerking konden komen voor de Gysbert Japicx-priis, kende de redaktie van het blad "Trotwaer" de prijs symbolisch aan van Heemstra toe. Hij ontving deze in 1969 op de Lange Pijp te Leeuwarden. Hij was ook redakteur van de tijdschriften A-Wyt en De Jildklang. In dat laatste blad werden financieel-economische aangelegenheden behandeld. Volgens eigen zeggen was het beheer van onroerende goederen zijn grootste activiteit. (10) In de jaren zestig verlegde hij zijn activiteiten naar België, waar hij vertaler bij de E.E.G. was. Tijdens een verblijf in Brussel werd een aanslag op hem gepleegd, waarvan de gevolgen hem nog langere tijd plaagden. (11) Ook had hij een vertaalbureau met F.W. Sagredo. In 1972 publiceerde van Heemstra het Franstalige boek Le problème de l' vvra Linda bok, waarin hij betoogde dat de herkomst van het boek in de zeventiende eeuw lag. Hij bleef zijn gehele leven door dit werk geïntrigeerd. Toch bleef Sixma van Heemstra - in Friese literaire kringen bekend als "de baron" - actief als literator. In 1995 publiceerde hij over het Friese volkslied, waarvan hij een eigen versie vervaardigde op de muziek van It Heitelân. Opvallend daarin was de regel over Friesland, dat "alhiel frij fan amtnerij" moest zijn. Voor het lied vond hij inspiratie in het werk van de negentiende eeuwse Noordfriese activist Harro Harring (1798-1870). Een bijzonder projekt was in de jaren negentig de vertaling vanuit het Fries van de roman Leafdedea. Zijn eigen vertaling werd niet uitgegeven maar het oorspronkelijke boek werd door de Belgische schrijfster Agnes Caers vertaald onder de titel Amouramort (1997). (12) Vervolgens bracht hij nog de "autobiografie" van zijn moeder Annie Schimmelpenninck uit, die in 1998 onder de titel Roman Hagois verscheen.
Feyo Schelto Sixma baron van Heemstra overleed in 1999 te Heerenveen, toen hij nog bezig was met het bewerken van zijn boek Marginale minsken tot een toneelstuk. (13) Hij werd begraven in Zwolle. "Foar de Fryske literatuur is van Heemstra in útsûnderlyk fenomeen", was de mening van de Friese schrijver Josse de Haan in 1985. (14)
Hector Livius Sixma baron van Heemstra (1921-2001)
Baron van Heemstra werd in 1921 te Sassenheim geboren als de tweede zoon en het derde kind van het gezin. Hij werd genoemd naar zijn oom, de burgemeester van Doniawerstal, Hector Livius Sixma baron van Heemstra (1877-1933). Van deze peet-oom erfde hij onder andere de boerderij Sixma van Andlastate te Minnertsga. In familiekring was hij echter bekend als Hako. In zijn jeugd logeerde hij vaak bij zijn oom in Sint Nicolaasga en ook met zijn ouders op Fogelsanghstate te Veenklooster, die toen eigendom was van Adeline barones van Heemstra (1865-1938). Deze logeerpartijen hebben een blijvende indruk op hem gemaakt. Van Heemstra wist al op jeugdige leeftijd welk beroep hij zou kiezen, namelijk dat van burgemeester van Tietjerksteradeel. (15) Het idee van het burgemeesterschap raakte steeds meer op de achtergrond omdat hij intussen erachter was gekomen dat zo'n functie pas kon worden bekleed wanneer men de veertig was gepasseerd. In 1939, nadat hij de H.B.S. had afgerond, volgde hij de officiersopleiding bij de Marine, waar hij in de rang van adelborst begon. Hij behoorde tot de groep adelsborsten die aan het begin van de Tweede Wereldoorlog naar Engeland ontkwamen. Hij werd vervolgens al op jonge leeftijd commandant op een motortorpedoboot in Het Kanaal. Over zijn ervaringen tijdens de oorlog heeft hij later aantekeningen gemaakt. (16) Het werkterrein van de Marine was toen niet beperkt tot de Europese wateren; ook in Nederlands Indië was men actief. Toen zijn vader in 1942 overleed, bevond van Heemstra zich in Zuid-Afrika. Hij bleef tot 1952 in dienst van de Marine.
De tijd die hij daarna doorbracht, omschreef hij later als "vakantie". Van 1953-1955 was hij terug in Nederland en wel als volontair bij de gemeente Tietjerksteradeel, de gemeente die hij vroeger al in gedachten had gehad. Van zijn leermeester mr. W.M. Oppedijk van Veen leerde hij er de kneepjes van het burgemeestersvak. Deze vertelde hem: "Je kunt in ons vak met ere niks doen en je kunt je met ere ook over de kop werken". Het eerste advies heeft van Heemstra niet opgevolgd, het tweede is hem bespaard gebleven. (17) In 1955 werd hij benoemd tot burgemeester van Fijnaart en Heijningen in Noord-Brabant. Na zijn benoeming in Fijnaart trouwde hij met Christine Carina barones van Dedem (1932-1996). Het echtpaar kreeg twee zonen, die daar beide zijn geboren. Van Heemstra's wens om naar Friesland terug te keren ging in 1964 in vervulling. In een interview zei hij later: "Sinds de lagere school al heb ik naar het Friese platteland gewild". Hij werd de nieuwe eerste burger van Gaasterland. Zijn credo was "een burgemeester hoort niet voor zichzelf maar voor de gemeente op pad te gaan". Dat heeft hij met veel inzet in de nieuwe gemeente ook waar gemaakt. Tijdens zijn ambtsperiode is er veel veranderd in Fijnaart en Gaasterland. In samenwerking met de directeur van gemeentewerken van de eerste gemeente heeft hij er veel gedaan aan volkswoningbouw. Zij haalden hiermee de landelijke pers. (18) In het agrarische Gaasterland richtte hij zich op het ontwikkelen van nieuwe economische activiteiten op recreatief gebied. Ook het verbeteren van de infrastructuur, het vernieuwen van schoolgebouwen en culturele initiatieven hadden zijn voortdurende aandacht. Het Frysk Orkest en de Vereeniging Hendrick de Keyser hadden zijn interesse. Een plan dat het hiet haalde was de realisering van het grootschalige sport- en recreatieterrein "De Wyldemerk" tussen Kippenburg en Rijs. Het college van B & W ondervond daarbij veel weerstand van de plaatselijke bevolking.
Uiteindelijk zijn deze plannen niet doorgegaan nadat de provincie Friesland en de Raad van State deze hadden afgewezen. In zijn gemeente stond hij bekend om zijn gave partijen die een verschil van mening hadden, weer om de tafel te krijgen. Naast het burgemeesterschap vervulde Sixma baron van Heemstra nog veel nevenfuncties. (19) Ook zijn vrouw was actief op maatschappelijk gebied. Zij was onder andere werkzaam in bestuursfuncties op het terrein van de kinderbescherming. Bij de gemeentelijke herindeling in Friesland in 1984 werden de oudere burgemeesters gevraagd plaats te maken. Van Heemstra was toen al 62 jaar. Hij had met de tropenjaren meegeteld al meer dan 50 dienstjaren. Bij zijn vertrek in 1983 werd hem een grootse afscheidsreceptie aangeboden. Het afscheid kenmerkte zich door een harmonieuze bijeenkomst, waarbij zelfs het met grote ruzie uit zijn partij gezette oudster raadslid voorging in de toesparken. In die tijd bleek ook dat hij, hoewel hij oorspronkelijk lid van de CHU was, al jaren geen lidmaatschap meer van een politieke partij ambieerde. De Heemstra's vestigden zich vervolgens in Zutphen. In 1990 trof hen een zware slag met het overlijden van hun oudste zoon Schelte. Barones en baron van Heemstra overleden respectievelijk in 1996 en 2001.
Het archief
De archivalia die in deze inventaris zijn beschreven, zijn afkomstig van de familie Sixma van Heemstra, het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis en de Stichting "De Colckhof" (2009). De meeste stukken zijn opgemaakt of ontvangen door Cornelis Schelto Sixma baron van Heemstra en zijn echtgenote en hun zoons dr. Feyo Schelto en Hector Livius en hun echtgenotes. Daarnaast zijn er fragment-archieven van de twee zoons van Hector Livius en van hun neef Age Cornelis Schelto Sixma baron van Heemstra. De archivalia van F.S. Sixma baron van Heemstra hebben voor het grootste deel betrekking op zijn activiteiten als auteur en wetenschappelijk onderzoeker.
Hierbij bevinden zich stukken betreffende de vervaardiging van verschillende romans en andere werken, voorts correspondentie met uitgevers en onderzoekers. De stukken dateren uit de periode ca. 1880-2000. De omvang daarvan bedraagt ongeveer 5,5 m.
Al deze archivalia maken deel uit van een groter geheel. Ze zijn een aanvulling op het familiearchief Sixma van Heemstra, dat in de jaren 80 aan het toenmalige Rijksarchief in Friesland werd overgedragen (zie Tresoar, toegang 335) en dat ook stukken van bovengenoemde archiefvormers bevat.
Enige losse brieven en andere documenten die dr. F.S. Sixma baron van Heemstra in het verleden heeft geschonken aan het Frysk Letterkundich Museum en Dokumintaasjesintrum te Leeuwarden, zijn nu ook aanwezig bij Tresoar.
Overig materiaal
De documentatie die dr. F.S. Sixma baron van Heemstra verzamelde voor zijn studie over het Oera Linda Boek, heeft hij in 1981 verkocht aan de Ostfriesische Landschaft. (20) Van zijn bibliotheek is omstreeks 2000 een catalogus vervaardigd door dr. Alpita de Jong.
Openbaarheid
Stukken jonger dan 50 jaar zijn slechts openbaar na schriftelijke toestemming van de eigenaren. Publicatie van gegevens uit het archief is eveneens slechts mogelijk na schriftelijke toestemming van de uitlener. Eventuele rechten op manuscripten zijn voorbehouden aan de eigenaar.
Met dank aan dr. Alpita de Jong, drs. Rita Mulder-Radetzky en ir. Jan Willem Sixma baron van Heemstra.

Barteld de Vries, Tresoar, 2011.

Noten
1. Een biografie van F.S. Sixma baron van Heemstra is te vinden op de website van Tresoar. Over zijn werk, al dan niet onder het pseudoniem Homme Eernstma, bestaan diverse artikelen. Zie hiervoor de catalogus van Tresoar. 2. Interview voor Omrop Fryslân, 31-1-1985; bandopname aanwezig bij Tresoar., signatuur AV 06062.
3. Pachter J. Heeringa van boerderij Sixma van Andlastate te Minnertsga had haar aanbevolen. Juffrouw Bierma was "een boerendochter ca. 50 jaar die flink ontwikkeld is en veel aan Friesch doet, bij voorkeur Friesch spreekt en niet van "de nieuwe orde". Vgl. zijn brief uit 1941 (inv. nr. 722). 4. R. Hervé (1904-1997) was conservator aan de Bibliothèque Nationale de Parijs. Krutwig verhuisde later naar België. 5. F.S. Sixma van Heemstra, Oangeande in reis troch Bessarabje yn 'e simmer 1938. Zie ook inv. nrs. 468, 771 en 886. 6. Zie inv. nr. 407: kaartsysteem van zijn relaties. In de Hongaarse Courant schreef hij in 1941-1944 artikelen over de schilderkunst en over onder andere Eeltje Halbertsma; zie inv. nrs. 757-759, 763. 7. Hij publiceerde enkele korte artikelen op dit terrein: F.S. Sixma van Heemstra, De krekte wei, in: Lyts Frisia XIV (1965), nr. 1, 2-4, Fan Basken, Guancho's en Friezen, in: Lyts Frisia XXXIV (1985), 27-28, Oangeande de Baskyske beweging, in: Lyts Frisia XXXVIII (1989), nr. 1-3, 4-8, 19. 8. De naam Eernstma was slechts een "grapje", zoals hij in een brief d.d 10-4-1994 aan Agnes Caers schreef. Leafdedea werd in 1994 opnieuw uitgegeven door de Koperative Utjouwerij. 9. Zie noot 2. 10. Idem. Zijn vrouw wees hierop in de overlijdensadvertentie in 1999, met name ten aanzien van het beheer van het landgoed "De Colckhof te Laag Zuthem, waar zij woonden. 11. Hiervan maakte Teake Hoekema in de necrologie van Sixma van Heemstra melding. Zie: T.B. Hoekema, Dr. F.S. Sixma baron van Heemstra ta oantinken, in: Lyts Frisia, af. 3, juli-sept. 1999, 34-40. 12. Zie ook: Alpita de Jong, "Leafdedea van Homme Eerntsma , in: Bulletin Vereniging van Letterkundigen, nr. 3, 2009, 18-19. 13. Volgens een bericht in de Heerenveense Courant d.d. 4-2-1998 werkte hij nier nog aan.
14. Zie noot 2. 15. Inv. nr. 620. 16. Inv. nr. 665. 17. Leeuwarder Courant, 17-12-1983. 18. Idem, 15-11-1969. 19. inv. nr. 667. 20. Het koopcontract bevindt zich bij de handschriften van het voormalige Frysk Letterkundich Museum en Dokumintaasjesintrum, bij Tresoar.
Kenmerken
Categorie:
  • Zonder categorie
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS