A  |  A  |  A
Uw zoekacties: Europese dagboeken en egodocumenten
 244 Europese dagboeken en egodocumenten ( NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies )
 
 
Zoek in deze archieftoegang
 
 
 
 
 
Openbaarheid
De collectie is in grotendeels beperkt openbaar en is slechts raadpleegbaar na verkregen toestemming van de directeur van het NIOD. Voor bezoekers die deze toestemming willen hebben, ligt een formulier bij de balie van de studiezaal van het NIOD.

Een aantal dagboeken is volledig openbaar omdat de auteur of diens nabestaanden toestemming hebben gegeven voor publicatie. Dit is vermeld bij de betreffende dagboeken.

Vanwege de bescherming van de privacy zijn van sommige dagboekauteurs alleen de initialen vermeld. Dagboekauteurs van wie de naam niet bekend is, zijn vermeld als "anoniem".
Inleiding

titel archief

archiefvormer

omvang

citeer en aanvraaginstructie

periode van ontstaan

aard van de archiefbestanddelen

ordening van de archiefbestanddelen

selectie, vernietiging en bewerking

aanvullingen

wettelijke status

reproductiebeperkingen

taal van de archiefbescheiden

materiële staat
Geschiedenis
"Wil het nageslacht ten volle beseffen wat wij als volk in deze jaren hebben doorstaan en zijn te boven gekomen, dan hebben wij juist de eenvoudige stukken nodig: een dagboek, brieven van een arbeider uit Duitsland, [...] toespraken van een predikant" *  .
Met deze woorden riep G. Bolkestein, minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen van de Nederlandse regering in ballingschap, de luisteraars in bezet Nederland op hun alledaagse belevenissen op papier vast te leggen. In de avonduitzending van Radio Oranje van dinsdag 28 maart 1944 kondigde hij de samenstelling van een "groot, waarlijk nationaal werk" aan. Met zijn oproep legde Bolkestein de fundamenten voor de Collectie Dagboeken en Egodocumenten van het NIOD.
Eén van de velen die Bolkestein's oproep hoorden, was een jong joods meisje dat op een zolder aan de Amsterdamse Prinsengracht ondergedoken zat. Het dagboek van Anne Frank zou onder de titel "Het Achterhuis" uitgroeien tot het bekendste egodocument uit de bezettingsperiode. Maar ook honderden anderen tekenden hun alledaagse belevenissen op: huisvrouwen, burgemeesters, winkeliers, artsen, NSB'ers, Oostfrontstrijders, gevangenen en scholieren.
"...natuurlijk stormden ze allemaal meteen op mijn dagboek af".
Daags na Bolkesteins radiotoespraak stelde Anne Frank zich al voor hoe het zou zijn als ze een roman over het Achterhuis kon schrijven, "aan de titel alleen zouden de mensen denken, dat het een detective-roman was". De scan is gemaakt uit het facsimile van het dagboek.
Meteen na haar oprichting begon het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie (RIOD) met het verzamelen van hun dagboeken. Vanaf december 1945 werd de Nederlandse bevolking via radio-uitzendingen opgeroepen dagboeken ter beschikking te stellen aan het RIOD. Het vergaren van deze geschriften was belangrijk omdat "de onopzettelijk door tallozen bijgehouden dagboeken bij uitstek het nageslacht een juiste indruk geven van wat de gewone burger in de oorlogs- en bezettingsjaren beleefde". Daarnaast hebben de dagboeken grote waarde omdat zij een uitvoerig beeld geven van belangwekkende plaatselijke gebeurtenissen.
Aldus verwierf het RIOD honderden dagboeken. Elk dagboek waarvan verwacht werd dat het "voor het historisch onderzoek naar de jaren der Duitsche bezetting tot in de lengte van generaties van de grootste beteekenis zal zijn", werd gekopieerd waarna de eigenaar het origineel desgewenst weer terug kreeg. Ingezonden dagboeken waaruit een minder sterk historisch belang sprak, werden geretourneerd zonder te zijn vermenigvuldigd.
In de tweede helft van 1947 kregen de dagboekauteurs een vragenformulier toegezonden waarin zij hun persoonlijke achtergrond konden schetsen. De toenmalige chef van het RIOD, drs. L. de Jong voorzag dat “de latere lezer der fotocopieën zeer zeker voor de persoon van de schrijver of schrijfster grote belangstelling zou hebben”.

Het NIOD beschikt over 485 ingevulde vragenformulieren, die in archief 783 zijn ondergebracht.
In 1949 werden de belangwekkendste dagboeken geanalyseerd zodat "systematisch al datgene zou worden opgetekend wat voor de verdere wetenschappelijke arbeid [...] van belang zou kunnen zijn". De analyses bevatten informatie over de auteur, locatie, periode en inhoud van de betreffende dagboeken. Analyses van niet-aanwezige dagboeken vermelden de reden waarom een dagboek niet is vermenigvuldigd. De in totaal 955 gestencilde dagboekanalyses bevinden zich in archief 784. In een aparte doos zijn enkele originele analyses bewaard gebleven. Met het oog op de uitgave van een bronnenpublicatie maakte een medewerkster van het Instituut, mevrouw dr. R.S. Zimmerman-Wolf, een selectie uit de dagboeken. Nadat zij zich uit het project had teruggetrokken, voltooide mevrouw drs. T.M. Sjenitzer-van Leening de werkzaamheden. Op 20 november 1954 verscheen een bloemlezing onder de titel "Dagboek-fragmenten 1940-1945". Een exemplaar hiervan bevindt zich in de studiezaal.
Veel dagboekbeschrijvingen zijn gemaakt in de jaren vijftig en ademen de sfeer van de toen geldende maatschappelijke opvattingen over de oorlogsjaren.

Sinds eind jaren negentig worden de dagboekbeschrijvingen vervaardigd door mevrouw M. Ros.
Inventaris
Records 1 t/m 100
Records 101 t/m 200
Records 201 t/m 300
Records 301 t/m 400
Records 401 t/m 500
Records 501 t/m 600
Records 601 t/m 700
Records 701 t/m 800
Records 801 t/m 900
Records 901 t/m 1000
Records 1001 t/m 1100
Records 1101 t/m 1200
332 Verster, A.B.J.
89 Viaene, B.
360 Vincent, F.C.
425 Vink, A.
95 Vinke, G.
1138 Visser, C.
642 Vlieg, N.
163 Voet, J.
92 Volbeda, H.
860 Vos, N.J.
225 Vos, T.
1263 Voûte , J.R.
712 Vredeveld, G.
93 Vries, G.J. de
402 Vries, J. de
174 Vries, S. de
696 Vries, W.N. de
346 Vriesema, K.
1042 Vromans, Jan H.
728 W., B. van
839 W., G.
745 W., J.P.
1068 W. M., C.A.
243 Waardenburg, C.
482 Wal, F. van der
832 Wandel, M.
1496 Waterborg, Harm
196 Weber, J.
164 Weening, L.
549 Weerstra, J.
513 Weijland, W.P.
426 Weimar, P.G.M.
1486 Weiniger, Leo
sluiten
244 Europese dagboeken en egodocumenten
Inventaris
1486 Weiniger, Leo
Auteur:
Weiniger, Leo
Titel:
178.923 vertelt
Openbaarheid:
Deze stukken zijn beperkt openbaar. Zij zijn slechts raadpleegbaar na verkregen toestemming van de directeur van het NIOD. Voor bezoekers die deze toestemming willen hebben, ligt een formulier bij de balie van de studiezaal van het NIOD.
Vorm:
Verslag (handgeschreven tekst op losse bladen)
Omvang:
108 pagina's
Periodisering:
september 1942 - 30 april 1945
Periode van ontstaan:
afgerond 10 oktober 1945 te Antwerpen
Localisering:
Breendonk, Sahrau (Sakrau ?), Laurahütte, Blechhammer, Gross Rosen, Buchenwald, Türingen en Allach
Taal:
Nederlands
Inhoud:
September 1942 komt de auteur na een lange treinreis vanuit het kamp Breendonk (België) aan in een dwangarbeiderskamp in Oppersilezië, waar ze door met geweerkolven slaande Duitsers worden ontvangen. Op het terrein staat een gedeeltelijk verwoeste fabriek. Ze moeten hun geld afgeven. Hen worden stapelbedden aangewezen en ze krijgen soep. Er moet lichamelijk zwaar werk gedaan worden, waarbij ze met de zweep opgedreven worden door de bewakers. Door het werk, mishandelingen, de invallende kou en voedselgebrek sterven velen of worden ziek afgevoerd. Er zijn luizen. Daarna werkt hij bij ovens en krijgt brandwonden, die slecht verzorgd worden. Soms weigert hij te werken. Men wast zich niet meer en gaat met de kleren aan naar bed. Ze moeten voortdurend aantreden voor appel. Voedsel is het hoofdonderwerp van het gesprek. Het Lagerpersoneel steelt. Er komt een kapper, meer slaapruimte, maar er wordt een nachtdienst ingesteld om vluchtpogingen te voorkomen. Dan gaat hij naar een volgend werkkamp, waar ze in barakken worden gehuisvest. De bewaking gebruikt de zweep. Hij krijgt een nummer en moet een eind lopen naar zijn werkplek. Velen sterven door uitputting of hongeroedeem en worden in een massagraf gegooid. (Later is er een crematorium.) In de winter, bij sneeuw en kou, is er tekort aan kleren. Hij werkt in de open lucht. Als men niet meer werken kan, wordt men meestal afgevoerd. Het kamp verandert in een concentratiekamp, hij krijgt gestreepte kleding en wordt kaalgeschoren, evenals de SS-bewaking. Hij draagt houten klompen en krijgt een nieuw nummer, dat op zijn arm getatoeëerd wordt. Er is nog minder te eten en ze moeten het kamp zelf inrichten. Er komt een betonnen muur rond het kamp. Velen sterven door mishandeling. In het geheim bouwen de gevangenen radio's en luisteren naar radio Londen of Moskou. In de winter maakt men kleren van jute zakken.
Inhoud vervolg:
Als ze synthetische benzine maken, komen er bombardementen. In de schuilkelder ziet hij hoe mensen opgehangen worden. Ondertussen gaan de toneelvoorstellingen in het kamp gewoon door. Soms worden er bonnen voor eten of sjampoo uitgedeeld. Uit verboden kranten lezen ze dat de situatie voor de Duitsers verslechtert. Als de Russen naderen, beginnen de dodenmarsen. De Duitsers verbranden bij vertrek de dossiers. Onderweg sterven velen. Achterblijvers worden doodgeschoten. Ze drinken sneeuw, er is geen eten, hebben veel wonden en bevroren ledematen. Ze komen aan in Gross Rosen, waar ze strozakken krijgen. Ze leven op water en brood. Na korte tijd worden ze met 80 man in een goederenwagon geladen naar Buchenwald. Onderweg zijn er bombardementen. Ze zijn levende geraamtes en worden geschoren en gedesinfecteerd. Hoewel het winter is, krijgen ze dunne kleding en slapen met 9 man op een plaats voor 3. Dagelijks is er wat soep en brood. Hij krijgt een nieuw nummer. Dan op transport naar een kamp, 80 km van Zwitserse grens en daarna in open beestenwagens naar Allach, een buitencommando van Dachau. Ze krijgen wat soep en brood, wat kleren en gaan verder. Sommigen worden krankzinnig en er vallen steeds meer doden. Maar ze voelen de vrijheid naderen. Ze zijn in Beieren. Door Amerikaanse soldaten worden ze 30 april 1945 bevrijd.
NB:
De kampnamen worden door de auteur aan het eind van zijn verslag achter elkaar opgesomd.
Datum beschrijving:
juni 2006
Vindplaats:
811 Went, Nicolaas
1152 Wesseling, J.H.
957 Westrate, C.
233 Wiel, A. van der
Kenmerken
Bijzonderheden:
Direct na de bevrijding is het NIOD begonnen met het verzamelen van dagboeken en andere egodocumenten. Inmiddels bestaat de collectiae uit ruim 1350 exemplaren, die óf in origineel óf in fotokopie aanwezig zijn.
Beschrijving:
Een deel van de collectie is gebruikt voor het samenstellen van de bloemlezing "Dagboekfragmenten 1940-1945".
Openbaarheid:
Enkele inventarisnummers van dit archief zijn beperkt openbaar. Details staan vermeld in de rubriek "openbaarheid".
Omvang:
36,5 meter (1801 inventarisnummers)
Vindplaats:
Categorie: