Uw zoekacties: Rechterlijk Archief van het Landdrostambt Zutphen, 1517-1811
x3021 Rechterlijk Archief van het Landdrostambt Zutphen, 1517-1811 ( Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers )

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de datering, omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere. Als de datering jaartallen tussen haakjes bevat, betekent dat dat er zich stukken in het archief bevinden die buiten de datering van het 'archiefblok' vallen.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

3021 Rechterlijk Archief van het Landdrostambt Zutphen, 1517-1811 ( Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers )
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
 
 
Inleiding
Het hoge landdrostengericht omvatte 2 gerichtsbanken t.w.
a de bank van Doesburg, wegens het richterambt Steenderen
b de bank van Doetinchem wegens de richterambten:
1 Ruurlo
2 Hengelo
3 Zelhem
4 Hummelo
5 Doetinchem (Ambt)
De rechtspraak in elk der beide banken werd uitgeoefend door de landdrost (meestal door een stadhouder namens hem) en 2 schepenrichters of keurnoten *  . Voorts was er een advocaat-fiscaal en een landschrijver *  .
Deze beide banken werden op geregelde tijden, aanvankelijk steeds in Doesburg en Doetinchem, later ook vaak in Zutphen gehouden. Er voor behandeld werden zowel heren als partijzaken.
In 1795 en 1796 zijn geen zittingen van de bovengenoemde banken gehouden. In het gerichtsprotocol van de bank van Doetinchem van 1797-1803 lezen wij voorin:
"10 Februari 1797 het derde jaar der Bataafsche Vrijheid. Terwijl sederd den jaare 1795 geene gerichten te Doetinchem en Doesborgh, zoo als voorheen gehouden zijn en nu laastelijk in den jaare 1802 de jurisdictie der officieren in de steeden afgeschaft is, zo zullen voortaan die acten, recessen etc., welke voorheen in het Gerichts Protocol van Deutinchem en Doesborgh geinsereerd werden, alnu in dit Protocol worden geboekt onder de titul van Gerichts Protocol voor de Bank van het Hooge Land Drosten Gerichte des quartiers van Zutphen.
De berechting in criminele zaken geschiedde door het Hof van Gelderland, het vooronderzoek en het uitvoeren van het vonnis was aan de landdrost of diens plaatsvervanger opgedragen *  . Na 1676 was er appèl op het Hof. Na 1604 werd in civiele Zaken geappelleerd op het hoge appellationsgericht van het graaf schap Zutphen, t.w. een commissie uit de Staten v.h. Kwartier.
Het landdrostambt heeft oorspronkelijk wellicht het gehele gebied der graven van Zutphen omvat; dat Doesburg en Lochem er in de latere middeleeuwen toe behoord hebben staat vast. Hierop wijst ook de titel landdrost des graafschaps Zutphen. Tot het midden der 16de eeuw waren de stad en het scholtambt Lochem nog een onderdeel van het landdrostambt; de landdrost had er een ondergeschikt ambtenaar, die richter, later scholtis werd genoemd *  .
De landdrost stelde de volgende functionarissen aan: De stadhouder, de advocaat-fiscaal, de richter, onderrichter en de beide keurnoten in elk der 6 richterambten, de richters van Groenlo en Lochem, een substituut voor het presideren van de geërfden vergaderingen van Steenderen, de ambtsbode van het landdrostambt, de boden in de 6 richterambten, de cipier van het richterambt Doetinchem, de armenjagers, de reinmakers en afdekkers der vellen van gestorven vee in de ambten, de schoolmeesters, de opzieners van de jacht, de waagmeesters, ijkers en peilers in de ambten en de vroedvrouwen. Ook gaf hij admissie aan de R.K. priesters in het ambt. *  .
Het landschrijvers ambt werd door het Hof op last der Staten vergeven. De landdrost werd op last van de Staten door het Hof aangesteld.
Het protocol van bezwaar bevat de akten van het gehele landdrostambt; de akten werden gepasseerd voor stadhouder en 2 schepen-richters, dezelfden, die ook de rechtzittingen bijwoonden.
Naast het landdrostengericht hadden de lagere gerichten zekere bevoegdheden. In ieder der 6 richterambten fungeerde een plaatselijke richter, die met 2 keurnoten rechtspraak uitoefende. De richter was tevens secretaris en had ook een bode onder zich. Het gerichtsprotocol van elk der ambten bevat contentieuse zaken, voorts peindingen, volmachten, testamenten, magescheiden, voogdijzaken e.d. Echter geen overdrachten of verbanden van vast goederen. Deze laatste vindt men uitsluitend in het protocol van bewzzr van het landdrostambt.
Over de bevoegdheden van deze richters, in hun commissiebrieven richter "ter leger banck" genoemd, zijn in het begin der 18de eeuw verscheiden geschillen uitgebroken. Bij zijn sententie van 27 Juli 1713 verklaarde het Hof van Gelderland hen bevoegd, om ieder in zijn ambt, te staan over het maken van testamenten en deze voor hen te doen passeren. Dit recht was hun door de landschrijver betwist.
In 1723 begon een nieuw geschil, ditmaal tussen de richters van de ambten Steenderen, Zelhem, Hengelo, en Hummelo met die van Ruurlo en ambt Doetinchem als gevoegden, eisers, contra de stadhouder c.s. van het landdrostambt als gedaagde over de inbreuken, van de zijde van het Hooge landdrostengerichte op verschillende tijden gedaan op hun rechten. In een betoog aan het Hof d.d. 11 October 1723 voeren zij aan, dat het richten over zaken van spolie, violentie, dadelijkheid en attentaten, het gebruiken of passeeren van sigillatiën, verschrijvingen of eenigerlei ingangen van recht, den erfgrond betreffende, door een landdrost aan zich is voorbehouden" en dat bijgevolg de richters, elk in zijn ambt, gequalificeerd en gerechtigd zijn om over alle poincten en saecken, het gerede betreffende, gelijck oock over alles wat het personele, voor sooverre als het bij die commissien niet nominatim geëxcipieert en door den heer landdrost voor sigh behalden is geworden, concerneert, te richten en de cognitie en jurisdictie te exerceren na lantregte". Voorts, dat ieder in zijn ambt mombers aangestelt en de momberschappen laat verborgen, alsmede de kondschappen van lieden in zijn ambt voor zijn gericht doet opnemen en beëdigen.
Een en ander wordt bevestigd door de commissiebrieven, waarvan één in originali is overgelegd, de rest in afschrift is bijgevoegd. Deze commissiebrieven zijn voor alle ambten eensluidend *  .
Inventaris
Kenmerken
Datering:
1517-1811
Auteur:
P.D. Keijmel
Toegang:
Inventaris
Gemeente:
Doetinchem
Omvang:
57,125
Citeer instructie:
Bij het citeren in annotatie en verantwoording dient het archief tenminste eenmaal volledig en zonder afkortingen te worden vermeld. Daarna kan worden volstaan met verkorte aanhaling.
Information obtained from our archives can not be used without crediting the source and our archive must be mentioned at least once in full without abbreviations.
VOLLEDIG/Full:
Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers, Doetinchem. Toegang 3021 Rechterlijk Archief van het Landdrostambt Zutphen, 1517-1811
VERKORT/Thereafter:
NL-DtcSARA 3021
Trefwoorden:
Categorie:
Archiefvormer(s)::
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS