Uw zoekacties: Plaatselijk bestuur in de heerlijkheid Didam, 1626-1813
x1177 Plaatselijk bestuur in de heerlijkheid Didam, 1626-1813 ( Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers )

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de datering, omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere. Als de datering jaartallen tussen haakjes bevat, betekent dat dat er zich stukken in het archief bevinden die buiten de datering van het 'archiefblok' vallen.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

1177 Plaatselijk bestuur in de heerlijkheid Didam, 1626-1813 ( Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers )
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
 
 
Inleiding
De gemeente Didam (door gemeentelijke herindeling later: gemeente Monferland) omvat het gebied van de vroegere heerlijkheid van die naam, een heerlijkheid, welke sedert eeuwen het eigendom is geweest van de heren, later graven, van den Bergh. Reeds Frederik, heer van den Bergh en van Bylandt, werd in 1388 door de bisschop van Utrecht beleend met het "gerecht ende heerlykheit in den kerspele Didam"; de opvolgende heren van den Bergh hebben er tot de Franse revolutie steeds rechten uitgeoefend *  . De heer stelde in zijn heerlijkheid Didam een drost aan, oudtijds richter genoemd, een fiscaal en een landschrijver, welke namens hem de rechten uitoefenden. Ook de collatie van pastoor, later predikant, en koster berustte bij de heer *  . Een gedeelte van de archivalia, welke hier achter beschreven worden, zijn afkomstig van de landschrijver der heerlijkheid Didam.
Deze stukken zijn voor een gedeelte vermoedelijk met de archieven, afkomstig van de in 1811 opgeheven rechtbanken in het kwartier van Zutphen, volgens besluit van de Gouverneur der provincie Gelderland van 13 april 1817, door de arrondissementsrechtbank te Zutphen in bewaring genomen, bij de herziening der arrondissementen in de tweede helft der 19e eeuw naar de arrondissementsrechtbank te Arnhem overgebracht, en in het begin van de 20 eeuw, volgens Koninklijk Besluit van 28 augustus 1919, staatsblad nr. 547, aan het Rijksarchief in Gelderland (later: Gelders Archief) overgedragen. Bij de inventarisatie van de rechterlijke archieven van het kwartier Zutphen zijn de stukken van administratieve aard daarvan afgescheiden en door het Rijk aan de gemeente Didam (later: gemeente Montferland) teruggegeven. Een ander gedeelte bevond zich al van ouds in het gemeentearchief.
De taak van de drost was tweeledig. Als drost was zijn taak van justitiële aard, waarbij zijn positie te vergelijken valt met die van kantonrechter *  . In deze functie werd hij bijgestaan door de fiscaal *  en de landschrijver *  . De drost had echter ook tot taak de handhaving van orde en veiligheid, het onderhoud van de grote heerwegen en andere zaken van algemeen belang *  . De neerslag der bevelen van de drost vindt men in de hier achter beschreven archivalia, waarbij de landschrijver of de stadhouder van de drost als uitvoerder optrad.
Een tweede taak van de drost werd gevormde door zijn bemoeiïngen met de verponding, welke in 1649 werd ingevoerd. Deze verponding, een belasting, welke ambtsgewijze *  werd geïnd, werd met medewerking der geërfden in de heerlijkheid omgeslagen. Aangezien de graven van den Bergh verreweg de grootste grondbezitters in Didam waren *  , vervulde de drost als vertegenwoordiger van de graag de functie van voorzitter van de geërfdenvergaderingen. Aangezien de grenzen van heerlijkheid en kerspel samenvielen, werden in deze geërfdenvergaderingen ook kerspelzaken behandeld, als bijv. herstel van kerspelkerk en -toren, de school, zaken het uurwerk en de torenklok betreffende, in het kort alle werken, welke kosten met zich meebrachten *  , welke kosten bestreden moesten worden uit opcenten op de verponding. De gezamenlijke geërfden stelden een ontvanger der verpondingen aan, waarvoor nu en dan de rentmeester der Berghse goederen in Didam werd gekozen. In de hier achter beschreven rekeningen en vooral in de bijlagen vindt men de sporen van deze bemoeiïngen terug. Ook uit het tijdperk van vóór de verponding zijn nog enkele "contributie"-rekeningen bewaard.
De gezamenlijke werkzaamheden van de drost waren dus wel zodanig, dat men deze ambtenaar kan aanmerken als hoofd van het plaatselijk bestuur, en de landschrijver als zijn secretaris. Toch geven de beschreven stukken in deze inventaris nog geen volledig beeld van het bestuur der heerlijkheid: op het grondgebied van de tegenwoordige gemeente bevonden zich een aantal bosmarken: Waverlo, Loel en Milsterlo, wier tot vroeg in de 15e eeuw teruggaande archieven te raadplegen zijn in het Rijksarchief in Gelderland (later: Gelders Archief) te Arnhem, terwijl natuurlijk verschillende bijzonderheden betreffende Didam te vinden zijn in het archief der heren van de heerlijkheid, het huisarchief van het kasteel Bergh te 's-Heerenberg.
Met ingang der revolutie van 1795 treden in de graafschap Zutphen plaatselijke regenten op onder de naam "municipaliteit *  , doch de drost bleef echter zijn oude functie uitoefenen volgens het Reglement van de organisatie van het Pplatteland des Quartiers van Zutphen d.d. 15 october 1796 *  . De toenmalige landschrijver is vermoedelijk secretaris van deze municipaliteit geweest, doch veel stukken uit die jaren zijn er niet overgebleven. De staatsregeling van 1798 heeft trouwens de municipaliteiten op het platteland weer doen verdwijnen, en de drost heeft na 1798 in feite het bewind alléén uitgeoefend.
Bij de invoering der Franse staatsinstellingen in 1811 kreeg de heerlijkheid Didam de naam "mairie", er werd een gemeenteraad aangewezen, en een "maire" met een "assessor" benoemd. Als maire werd evenwel niet de vertegenwoordiger van de heren van Bergh benoemd, doch een ingezetene, die tot de voornaamste geërfden behoorde, met een assessor, welke door koop eigenaar was geworden van een der oude havezaten. De eeuwenlange hechte band met het huis Bergh had definitief zijn einde gevonden.
December 1957
W. Zondervan
Inventaris
Vóór 1795
1811-1813
Bijvoegsel
Kenmerken
Datering:
1626-1813
Auteur:
W. Zondervan
Toegang:
Inventaris
Gemeente:
Montferland
Omvang:
1,125
Citeer instructie:
Bij het citeren in annotatie en verantwoording dient het archief tenminste eenmaal volledig en zonder afkortingen te worden vermeld. Daarna kan worden volstaan met verkorte aanhaling.
Information obtained from our archives can not be used without crediting the source and our archive must be mentioned at least once in full without abbreviations.
VOLLEDIG/Full:
Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers, Doetinchem. Toegang 1177 Plaatselijk bestuur in de heerlijkheid Didam, 1626-1813
VERKORT/Thereafter:
NL-DtcSARA 1177
Categorie:
Archiefvormer(s)::
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS