Uw zoekacties: Gemeentelijk slachthuis en de keuringsdienst voor vee en vle...
x0367 Gemeentelijk slachthuis en de keuringsdienst voor vee en vlees te Doetinchem, 1922-1957 ( Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers )

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de datering, omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere. Als de datering jaartallen tussen haakjes bevat, betekent dat dat er zich stukken in het archief bevinden die buiten de datering van het 'archiefblok' vallen.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

0367 Gemeentelijk slachthuis en de keuringsdienst voor vee en vlees te Doetinchem, 1922-1957 ( Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers )
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
 
 
Inleiding
Geschiedenis van het orgaan.
De geschiedenis van de kwaliteitsbewaking van voor consumptie bestemd vlees gaat ver terug. In alle middeleeuwse stedelijke keurboeken komen daaromtrent bepalingen voor, belangstellenden kunnen voor Doetinchem daarvan kennis nemen in de door prof. W. Jappe Alberts verzorgde uitgave "Het Middeleeuwse Keurboek van de stad Doetinchem".
Voorzover bekend, heeft de daarin beschreven praktijk van verplichte verkoop vanuit het stedelijk veelshuis en de vleeskeuring tegen betaling van keurloon zich tot in de negentiende eeuw gehandhaafd.
In de loop van de 19e eeuw werden bepalingen aangaande vleeskeuring e.d. in de algemene politieverordening opgenomen. Over deze periode is het archief van de gemeente Stad-Doetinchem verloren gegaan.

In de algemene politieverordening van 25 juli 1905 komen we onder het hoofdstuk "Toezicht op voedingsmiddelen" in artikel 17 het volgende tegen: "Het is verboden vlees, spek, vet of afval van gestorven, ziek of van ziekte verdacht vee afkomstig, ten verkoop aan te bieden, te verkopen, weg te geven of in winkels, woningen of bergplaatsen ten verkoop voorhanden te hebben, tenzij dit, voorzover het niet afkomstig is van gestorven vee, door een veearts of een door burgemeester en wethouders aangewezen keurmeester, voor gebruik is goedgekeurd. Vee wordt geacht te zijn "ziek" of van "ziekte verdacht", wanneer een veearts zulks verklaart."
In 1906 stelt de gemeenteraad van de gemeente Stad-Doetinchem de verordening op slachting, keuring en invoer van vee, vleesch enz. vast, zodat nu de genoemde zaken in een aparte verordening zijn geregeld.
Wat betreft de uitvoerkeuring, verschijnt in 1907 de Wet op de Uitvoerkeuring van vlees.
Dan, in 1919, komt de Vleeskeuringswet (Stbl. 1919, nr. 524) tot stand, welke eerst op 1 juni 1922 in haar volle omvang in werking treedt. Deze wet draagt de uitvoering op aan de gemeente.
Om aan de wettelijke verplichtingen te voldoen, regelt de gemeenteraad de keuringsdienst bij verordening.
Na de nodige voorbereidingen worden op 5 april 1922 de verordening op de keuringsdienst en de instructies voor de keuringsveearts, voor de hulpkeurmeester en voor de ambtenaren, belast met de herkeuring, door de gemeenteraad vastgesteld.
Herkeuring vindt plaats indien men zich niet kan vereniging met de keuringsuitspraak. Met de herkeuring worden belast twee, door B en W te benoemen deskundigen, zijnde twee keuringsveeartsen of twee rijkskeurmeesters in algemene dienst, waarvan één door de belanghebbende wordt aangewezen.

In de vergadering van de Raad van 2 augustus 1922 worden de heer E. Schreur als keuringsveearts resp. hoofd van de keuringsdienst en de heer H.G. Smit als hulpkeurmeester benoemd. Vanaf 1 augustus 1922 kan dan ook uitvoering worden gegeven aan de Vleeskeuringswet.

De taken, welke door de keuringsdienst worden uitgeoefend zijn o.a.: het doen van keuringen in het algemeen, invoerkeuringen voor slagers, met name voor de vleesfabriek van Van Zadelhoff, winkelinspecties en controles op de slagers, keuring van huisslachtingen, noodslachtingen met bacteriologisch onderzoek, controle op uitpondingen, toezicht op steriliseringen
De keuringsdienst is dan gevestigd aan de Waterstraat (A 129).
In 1923 sluit de gemeente Wehl zich bij de keuringsdienst aan. Artikel 20, derde lid van de Vleeskeuringswet maakt het namelijk mogelijk de uitvoering van de vleeskeuring gezamenlijk te regelen.

Een ander uitvloeisel van de Vleeskeuringswet is de oprichting van een centrale slachtplaats, aangezien dat voor een goede uitvoering van de Vleeskeuringswet van grote betekenis is.
Reeds in 1921 vindt er een discussie in de vergadering van de Raad plaats of men al dan niet een centrale slachtplaats moet bouwen.
In deze vergadering van 29 december 1921 wordt het besluit tot de oprichting van een slachthuis aangehouden, wel wordt een commissie ingesteld, bestaande uit de raadsleden Weusten, Muller en Spijkman, die de genoemde aangelegenheid zal onderzoeken.
In 1924 komt de commissie met een rapport inzake bouw van een gemeentelijk slachthuis. In de raadsvergadering van 19 juni 1924 wordt besloten tot de oprichting van een slachthuis. De kosten zijn begroot op f. 50.000,00. Het slachthuis wordt gebouwd aan de Verheulstraat (nr. 8).
Op 30 juni 1925 wordt de heer E. Schreur, hoofd van de keuringsdienst, benoemd tot directeur van het gemeentelijk slachthuis en de heer H.G. Smit, hulpkeurmeester, tot opzichter-keurmeester van het slachthuis.
Vervolgens wordt op 20 augustus 1925 de heer W.B.J. Agelink benoemd tot slachthuisknecht.
Op 1 september 1925 wordt het slachthuis in gebruik genomen en tevens de keuringsdienst daar ondergebracht en als zodanig geïntegreerd in het slachthuis. Bovendien gaat in het slachthuis plaatsvinden de rijkskeuring van voor uitvoer bestand vlees (KB nr. 41, 11 aug. 1925).

In het slachthuis komt de vrijbank oftewel een verkoopplaats van vlees, waarvan in het algemeen een verminderde betrouwbaarheid wordt aangenomen. De verkoop van dit vlees vindt rechtstreeks aan de consument plaats tegen gereduceerde prijs. Het vrijbankvlees moet dan ook binnen 4 dagen nadat de keuringsbeslissing is genomen, worden verkocht. De verkoop van vrijbankvlees werd in het verleden meestal aangekondigd door de stadsomroeper.
Als gevolg van het in gebruik nemen van het gemeentelijk slachthuis, wordt de verordening op de keuringsdienst van vee en vlees gewijzigd en op 28 september 1925 wordt een nieuwe verordening door de raad vastgesteld.
Vanaf dan is het verboden slachtdieren te slachten buiten de daarvoor aangewezen plaats in het slachthuis, met uitzondering van doden in nood en het slachten voor huiselijk gebruik door de bewoners van het perceel, waar geslacht wordt, de zogenaamde "huisslachting".
De gemeente Hummelo en Keppel ging in 1949 voor de keuring van huisslachtingen een contract aan met de keuringsdienst.

In 1926 (raadsvergadering van 18 maart) worden het slachthuis en de keuringsdienst onder de naam van "slachthuis" een gemeentelijk bedrijf ingevolge het toenmalige artikel 114 Bis van de gemeentewet. Dit betekent, dat men als bedrijf een afzonderlijk kasbeheer gaat voeren, los van het kasbeheer door de gemeente-ontvanger.
Reeds in 1927 wordt besloten tot uitbreiding van het slachthuis met een baconzouterij en koelinrichting. De baconzouterij is actueel geworden doordat Groot-Brittannië z'n grenzen heeft gesloten voor de invoer van vers vlees en alleen nog bacon ingevoerd mag worden. Deze uitbreiding is mogelijk geworden door deelneming in de kosten door de firma Heuts uit Nijmegen, een exporteur van vlees, die in het slachthuis slacht. Een gevolg van de bouw van de baconzouterij is, dat overeenkomstig de eis van het staatstoezicht op de veeartsenijkundige dienst, de keuringsdienst geheel ambtelijk moet zijn en dus de directeur, zoals voorheen wel gebeurde, geen praktijk als veearts meer mag uitoefenen.
In 1928 wordt de heer C.H. Schieven, dierenarts te Laag-Keppel, als plaatsvervangend directeur aangewezen, tijdens verlof of ziekte van de directeur/keurmeester.
Per 1 februari 1931 begint ingevolge de Landbouw-uitvoerwet de Baconcontrole. De gemeente ziet zich genoodzaakt zich als eigenaar van een gemeentelijk slachthuis bij de Baconcontrole-vereniging aan te sluiten. Wil men namelijk na 1 februari 1931 nog bacon uitvoeren naar Groot-Brittannië, dan moet dit voorzien zijn van bepaalde merkenstempels, welke men alleen verkrijgen kan als men lid is van de Baconvereniging.
Daar met name de firma Heuts gebaat is bij de uitvoer van bacon, is deze bereid de verplichtingen, welke voortvloeien uit deze controle op zich te nemen.

In 1932 wordt bij besluit van de raad van 2 februari met ingang van 15 april 1931 het slachthuis inclusief keuringsdienst een tak van dienst, overeenkomstig artikel 252 van de gemeentewet. Dit artikel geeft meer ruimte dan het oude artikel 114 Bis, daar het afzonderlijk kasbeheer met een afzonderlijke begroting en rekening en verantwoording wordt uitgebreid. De directeur van het slachthuis wordt in 1931 belast door B en W met de keuring van trekhonden ter uitvoering van de Trekhondenwet. De keuring dient 1 maal per jaar plaats te vinden.

In hetzelfde jaar krijgt de keuringsdienst van Doetinchem taken toegewezen in het kader van de Crisisvarkenswet. Deze taak bestaat uit het innen van een heffing voor ieder gekeurd varken. De geïnde bedragen moeten in het Stabiliteitsfonds gestort worden, waarvan de administratie door de Nederlandse Varkenscentrale gevoerd wordt.

In 1933 komt er een einde aan de slachtingen voor export als gevolg van de economische recessie.
Wegens de tijdsomstandigheden wordt in 1940 overgegaan tot de centrale aankoop en slachting van varkens en krijgt het gemeentelijk slachthuis als centrale slachtplaats daarin een taak. De plaatselijke toewijzingscommissies verdelen der beschikbare varkens onder de plaatselijke slagers en grossiers. Pas in 1949 zal het vlees weer vrijkomen van distributiebepalingen.
In 1941 wordt de keuringsdienst belast met het onderzoek naar trichinen bij varkens en varkensvlees, bestemd voor de Duitse Weermacht.
De oorlogsschade aan gebouwen van het slachthuis blijft beperkt tot een voltreffer in de baconzouterij en enkele gaten in het dak van het hoofdgebouw.
Op 1 september 1955 neemt de heer Schieven ontslag als plaatsvervangend directeur wegens benoeming elders en komt voor hem in de plaats de heer dr. A.Herschel.
In april 1957 krijgt de directeur, de heer E. Schreur, functioneel leeftijdsontslag en wordt opgevolgd door de heer dr. E. Klöpping.
In 1977 gaat het gemeentelijk slachthuis over in particuliere handen en wordt de keuringsdienst ervan losgemaakt en blijft als gemeentelijke dienst voortbestaan.

De geschiedenis van het archief.
In eerste instantie wordt er vanaf begin 1922 een archief gevormd, bestaande uit stukken van de keuringsdienst. Het archief wordt beheerd door het hoofd van de dienst, de heer E. Schreur. De keuringsdienst is dan nog gevestigd aan de Waterstraat A 129. Wanneer in 1925 het slachthuis in gebruik wordt genomen, verhuist de keuringsdienst naar het slachthuis Verheulstraat nr. 8. Het archief vindt onderdak in het kantoor van de directeur, de heer E. Schreur en gaat nu ook stukken bevatten van het slachthuis.
Zoals reeds vermeld in de geschiedenis van het orgaan, vindt er een integratie plaats tussen de keuringsdienst en het slachthuis. Aan deze integratie komt een einde in 1977; dan gaat namelijk het slachthuis over in particuliere handen.
De keuringsdienst blijft dan een gemeentelijke dienst. In 1977 wordt het archief van het slachthuis en de keuringsdienst over de periode 1922 - 1957 naar de archiefbewaarplaats van de gemeente Doetinchem overgebracht.
In de periode van 1922 - april 1957 is het archief voortdurend beheerd door de heer E. Schreur, directeur van het slachthuis en de kleeskeuringsdienst.
Op 14 maart 1957 wordt de huidige directeur van de vleeskeuringsdienst, tot 1977 tevens directeur van het slachthuis, de heer E. Klöpping, benoemd. Het archief over de periode 1957 tot heden, is nog onder zijn beheer en bevindt zich in het gebouw van de keuringsdienst, die gevestigd is aan de Terborgseweg 25a te Doetinchem.

Als afsluitingsdatum voor het te inventariseren archief is 1957 gekozen, omdat in dat jaar een ander archiefsysteem wordt ingevoerd, wat samenvalt met de komst van de huidige directeur, de heer E. Klöpping.

Doetinchem, 1983
B.J.J.M. Schut
Inventarisatie.
Alvorens nader in te gaan op de wijze van inventarisatie, is het belangrijk te weten, dat het archief van het slachthuis en de keurigsdienst niet alleen van waarde is voor de geschiedenis van het slachthuis en de keuringsdienst te Doetinchem, maar tevens een nadrukkelijk belang heeft voor de geschiedenis van Doetinchem zelf, daar over de periode 1922-1945 geen gemeentelijk archief aanwezig is.
Het archief van de gemeente Doetinchem ging namelijk aan het einde van de oorlog (maart 1945) bij een bombardement in vlammen op. Vandaar, dat in het onderhavige archief slechts summier tot vernietiging is overgegaan. Bovendien bleek al snel, dat het archief van de keuringsdienst en het slachthuis een twee-eenheid vormde met de directeur/hoofd van de keuringsdienst als verbinding, en dat het niet raadzaam was dit archief ook als twee aparte archieven te beschrijven.
Het archief had een omvang van ca. 4 meter en is geslonken tot ca. 3 meter na inventarisatie. Het archief bestaat voornamelijk uit stukken chronologisch per correspondent bijeengebracht en een aantal dossiers, welke niet als zodanig benoemd in de inventaris voorkomen. Bij de inventarisatie is de aanwezige orde zoveel mogelijk intact gelaten met hier en daar enkele wijzigingen, indien nodig, bijvoorbeeld stukken betreffende personele aangelegenheden, welke zich bevonden tussen stukken betreffende het apparaat, zijn onder het hoofdstuk personeelsaangelegenheden ondergebracht. Verder zijn de bestuurlijke activiteiten en correspondentie als hoofd van dienst van de heer Schreur in zijn relatie tot het gemeentebestuur van Doetinchem, onder algemeen ondergebracht en stukken betreffende de feitelijke organisatie, dienstuitoefening en taakuitoefening onder bijzonder.
De notulen van de slachthuiscommissie opgemaakt door de directeur als secretaris van genoemde commissie, zijn opgenomen in de inventaris als gedeponeerd archief.
Geraadpleegde literatuur:
Bijdragen en mededeelingen deel XXXIII van Gelre, Vereniging tot Beoefening van Gelderse Geschiedenis, Oudheidkunde en Recht, Arnhem, S. Gouda Quint, 1930
Middeleeuws Keurboek van de stad Doetinchem, uitgegeven door Prof.dr. W. Jappe Alberts, De Walburg Pers, Zutphen
De Vleeskeuringswet en de Destructiewet, toegelicht door dr. J.M. van Vloten, N. Samson NV, Alphen aan den Rijn, 1959
Raadsverslagen van de gemeente Doetinchem, 1921-1957
Inventaris
Stukken van algemene aard
Gedeponeerd archief
Aanhangsel
Kenmerken
Datering:
1922-1957
Auteur:
B.J.J.M. Schut
Toegang:
inventaris
Gemeente:
Doetinchem
Omvang:
2,25
Citeer instructie:
Bij het citeren in annotatie en verantwoording dient het archief tenminste eenmaal volledig en zonder afkortingen te worden vermeld. Daarna kan worden volstaan met verkorte aanhaling.
Information obtained from our archives can not be used without crediting the source and our archive must be mentioned at least once in full without abbreviations.
VOLLEDIG/Full:
Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers, Doetinchem. Toegang 0367 Gemeentelijk slachthuis en de keuringsdienst voor vee en vlees te Doetinchem, 1922-1957
VERKORT/Thereafter:
NL-DtcSARA 0367
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS