Uw zoekacties: Plaatselijk bestuur van Steenderen 1750 - 1811 en gedeponeer...
x0196 Plaatselijk bestuur van Steenderen 1750 - 1811 en gedeponeerde archivalia, 1645 - 1955 ( Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers )

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de datering, omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere. Als de datering jaartallen tussen haakjes bevat, betekent dat dat er zich stukken in het archief bevinden die buiten de datering van het 'archiefblok' vallen.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

0196 Plaatselijk bestuur van Steenderen 1750 - 1811 en gedeponeerde archivalia, 1645 - 1955 ( Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers )
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
 
 
Inleiding
De gemeente Steenderen, sinds de gemeentelijke herindeling van 2005 gemeente Bronckhorst, omvatte het grondgebied van het vroegere richterambt van die naam, de voormalige bannerij Bronkhorst en het dorpje Olburgen. Tot het richterambt behoorden de dorpen Steenderen en Baak en de buurschappen Bakermark, Bakerweerd, Covik, Emmer, Luur, Rha en Toldijk *  .
Bronkhorst *  werd bij de invoering van de Franse bestuursorganisatie bij de commune Steenderen gevoegd. Olburgen, dat eertijds deel uitmaakte van het richterambt Doesburg, werd in 1811 bij de commune Keppel gevoegd. Met ingang van 1 januari 1818 kwam het te ressorteren onder het schoutambt Steenderen.
Tot de revolutie van 1795 was het richterambt Steenderen, wat de rechterlijke organisatie betreft, een der zes ambten onder het landdrostambt Zutphen * 
Tijdens de Republiek der Verenigde Nederlanden, waren de werkzaamheden van de ambtsrichter voornamelijk van justitiële aard. Hij was in zijn functie ondergeschikt aan de landdrost. De ambtsrichter werd in zijn werkzaamheden terzijde gestaan door een onderrichter en twee keurnoten, welke drie functionarissen, evenals de richter zelf werden aangesteld door de landdrost. Ook o.a. de gerichtsboden, armenjagers, schoolmeesters en vroedvrouwen werden door de landdrost benoemd.
In het algemeen lag het zwaartepunt van de taak van de ambtsrichter in het handhaven van de openbare orde en veiligheid en in het uitvoeren van speciale instructies hem dienaangaande door de landdrost verstrekt. Hij was tevens belast met de zorg voor het onderhoud van de gemene wegen en de daarin voorkomende bruggen en duikers. Het doen verrichten der verplichte diensten en het innen der dienstgelden was hem ook opgedragen. Hoewel de ambtrichter niet zonder meer mag worden vergeleken met een bestuurder in moderne zin, benaderde zijn taak in een plattelandsgebied als Steenderen, in vrij hoge mate die van een hoofd van het plaatselijk bestuur.
Binnen het richterambt vond men enige organisaties van geërfden, welke naast het behartigen van de specifieke markebelangen, verschillende overheidstaken hadden. Ze verleenden o.m. medewerking bij het werk der verponding en droegen zorg voor het onderhoud van de kerk en de school in hun gebied. Het waren de mark van Steenderen, van Baak en de mark van Rha en Luur. De vergaderingen van de mark van Steenderen vonden onder voorzitterschap van de landdrost van Zutphen als erfmarkenrichter meestal plaats in de kerk te Steenderen *  .
Een niet onbelangrijke plaats werd in het richterambt ingenomen door de zogenaamde rotten, kleine organisaties van grondbezitters en/of grondgebruikers. Aan het hoofd ervan stond een rotmeester. De organisatie der rotten, stond voor zover uit de aanwezige archivalia is op te maken, los van die der marken. Het belang der rotten kwam onder meer tot uiting bij het innen van heffingen en omslagen, het uitvoeren van instructies van of namens de ambtsrichter en het verschaffen van gegevens de bevolking betreffende. Vooral in de bescheiden betrekking hebbende op diensten en dienstgelden zijn verschillende gegevens vermeld over de samenstelling der rotten in de tweede helft van de 18e eeuw *  .
De laatste ambtrichter tijdens de Republiek was A.J. Aberson *  , die zijn functie uitoefende in de jaren 1770-1795. In maart van dat laatste jaar werd hij met zijn keurnoten Breukink en Addink door het Comité Revolutionair ontslagen. Zij werden vervangen door een provisionele, later vaste, municipaliteit *  .
De staatsregeling voor de Bataafse Republiek van 1798 waarbij het Gelderse gebied werd verdeeld over de departementen van de Oude IJssel, van de Rijn en van de Dommel en de scheiding van de rechterlijke en uitvoerende macht werd ingevoerd, bracht ook voor Steenderen veranderingen. De werkzaamheden van de krachtens de staatsregeling opgeheven municipaliteit, werden waargenomen door zogenaamde buurmeesters, hiertoe aangesteld door het departementaal bestuur van de Rijn. In de staatsregeling werd voor het eerst de term gemeentebestuur gebruikt ter aanduiding van de plaatselijke administratieve bestuurders *  .
De in 1801 van kracht geworden staatsregeling was in tegenstelling tot haar voorgangster decentraliserend. De oude grenzen en namen der gewesten werden hersteld. In 1802 werden vele nieuwe benoemingen gedaan in de gemeentebesturen der ambten. Te Steenderen werd A.J. Aberson aangesteld tot provisioneel richter. Deze werd het volgende jaar opgevolgd door H.W. Rasch *  .
In 1805 en 1806 volgden nieuwe staatsregelingen, welke een meer centraliserend karakter hadden. In 1806 werd de Bataafse Republiek opgevolgd door het Koninkrijk Holland onder Lodewijk Napoleon. Rasch bleef in functie als richter van Steenderen. In 1809 werd hij als een der eersten in Gelderland aangesteld tot koninklijk notaris.
Na de inlijving van het koninkrijk Holland bij het Franse keizerrijk in 1810, werd het land verdeeld in 7 departementen. Het voormalige Gelderse gebied ten noorden van de Waal kreeg de naam Département de l'Issel Supérieur, waarvan Arnhem de hoofdplaats werd. Dit departement was onderverdeeld in 3 arrondissementen: van Arnhem, van Zutphen en van Tiel. Aan het hoofd van het departement stond een préfect, die in de arrondissementen werd bijgestaan door een sous-préfect. Elk arrondissement was verdeeld in een aantal cantons, welke op hun beurt elk enige communes -ook wel mairies genoemd- omvatten. Steenderen (waarbij Bronkhorst was gevoegd) vormde met Doesburg, Angerlo en Keppel het canton Doesburg van het arrondissement Zutphen *  .
Op 13 maart 1811 werd richter Rasch geïnstalleerd als maire. H. Addink en H. Keurschot traden op dezelfde dag in functie als adjunct-maires of adjointen. Als vertegenwoordiging van de burgerij werd een municipale raad gevormd van 20 leden. De zogenaamde municipale raden kwamen slechts bij speciale gelegenheden bij elkaar *  .
Uit de aanwezige archivalia blijkt, dat ook in de commune Steenderen de maire in de eesrte plaats vertegenwoordiger was van een sterk gecentraliseerd bestuursgezag. Ook als keizerlijk notaris had Rasch bemoeienis met zeer vele zaken betreffende verkopingen en overdrachten, boedelscheidingen en voogdijzaken. In 1811 werd hij benoemd tot griffier bij het vredegericht in het canton Warnsveld. Bovendien fungeerde hij als ambtenaar van de burgerlijke stand van Steenderen, waar de eerste akte op 2 maart 1811 werd opgemaakt *  .
Na de bevrijding van het Franse regiem werd Rasch burgemeester van de gemeente Steenderen, bijgestaan door Harmen Addink als vice-burgemeester. De municipale raad werd herdoopt in gemeenteraad.
Bij de invoering van het Reglement op de Gelderse Platteland, vastgesteld bij KB van 11 februari 1817, werd Steenderen met ingang van 1 januari 1818 een schoutambt, waarvan Rasch schout werd. Bij het dagelijks bestuur stonden hem twee assessoren terzijde. De gemeenteraad bleef gehandhaafd.
Het nieuwe reglement op de organisatie van het platteland van 1825 veranderde de schoutambten in gemeenten met een burgemeester, assessoren en gemeenteraad. De gemeentewet van 1851 regelde de toestand zoals deze heden ten dage nog grotendeels bestaat.
Bij de inventarisatie moest worden uitgegaan van viererlei soort archivalia: a) een aantal 17e en 18e eeuwse bestuursstukken, welke tussen die van het rechterlijk archief van Steenderen ten Rijksarchieve waren aangetroffen; b) een grote hoeveelheid, uit de 18e en 19e eeuw daterende stukken, welke omstreeks 1900 waren opgeslagen in de toren van de hervormde kerk te Steenderen; c) archivalia berustende in de kluis en op de zolder van het gemeentehuis te Steenderen; d) de aan de gemeente in bewaring gegeven archieven van de Provisorie van Bronkhorst, het Gasthuis van Bronkhorst, het Armengilde van Steenderen en de Provisorie van Steenderen.
De scheiding tusen oud en nieuw archief is gesteld op 1 januari 1818, toen het reglement op het Gelderse Platteland van kracht werd. Om redenen van praktische aard zijn echter in de inventaris van het oud archief enkele stukken opgenomen van iets latere datum.
Ten slotte zij erop gewezen, dat het voor het verkrijgen van een zo volledig mogelijk overzicht van de geschiedenis van Steenderen noodzakelijk is kennis te nemen van de volgende, ten Rijksarchieve in Gelderland berustende archivalia: de archieven van de Mark van Steenderen en de Mark van Rha en Luur; het rechterlijk archief van het Landdrostambt Zutphen (richterambt Steenderen); de bescheiden afkomstig van H.W. Rasch in zijn kwaliteit van notaris sinds 1809 en het archief van de heerlijkheid Bronkhorst.
Bijlagen
Kenmerken
Datering:
1612-1810
Auteur:
E.J. van Ebbenhorst Tengbergen
Toegang:
inventaris
Gemeente:
Bronckhorst
Omvang:
2,75
Citeer instructie:
Bij het citeren in annotatie en verantwoording dient het archief tenminste eenmaal volledig en zonder afkortingen te worden vermeld. Daarna kan worden volstaan met verkorte aanhaling.
Information obtained from our archives can not be used without crediting the source and our archive must be mentioned at least once in full without abbreviations.
VOLLEDIG/Full:
Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers, Doetinchem. Toegang 0196 Plaatselijk bestuur van Steenderen 1750 - 1811 en gedeponeerde archivalia, 1645 - 1955
VERKORT/Thereafter:
NL-DtcSARA 0196
Categorie:
Archiefvormer(s)::
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS