0167
Gemeentebestuur Gendringen, 1811-1940
Inleiding
Historisch overzicht van de bestuurlijke organisatie De gemeente Gendringen 1.1.6.1. 1825-1851
0167 Gemeentebestuur Gendringen, 1811-1940
Per 27 augustus 1825 werd een nieuw reglement op het bestuur 'ten plattenlande' in de provincie Gelderland van kracht. In plaats van de 'schoutambten' werd de provincie verdeeld in 'gemeenten'. De zeventien hoofdschoutambten kwamen te vervallen. Daarvoor in de plaats werden de gemeenten gegroepeerd in districten. Aan het hoofd van het district stond een 'districtscommissaris' die de functie van de hoofdschout overnam. * De gemeente Gendringen ressorteerde onder het district Doesburg dat in 1831 verenigd werd met de districten Bredevoort en Zevenaar. * De nieuwe regeling droeg het bestuur van de gemeente op aan een burgemeester, twee assessoren en een gemeenteraad. De raad diende, de burgemeester en assessoren meegerekend, zeven of negen leden te tellen. Het aantal leden werd bepaald door de staten. Voor Gendringen werd het aantal op negen gesteld.
De burgemeester, tevens raadslid, werd benoemd door de koning. De commissaris van de koning benoemde de assessoren uit de raad. In de heerlijkheden bleef het recht van voordracht van burgemeester, raadsleden en ambtenaren aan de eigenaar. Voor de heerlijkheden Gendringen, Etten was dat nog steeds de vorst Van Hohenzollern-Sigmaringen als de graaf Van den Bergh. De Gendringse raad nomineerde kandidaten voor de vacatures. De kandidaten werden door de administrateur van de Berghse goederen, na raadpleging van de vorst, voorgedragen aan provinciale staten. *
De benoeming van de burgemeester, de assessoren en de overige raadsleden gold voor een termijn van zes jaren. Te beginnen op 2 januari 1828 trad iedere twee jaar eenderde van het aantal raadsleden, waaronder steeds een assessor of de burgemeester, af. Herbenoeming was steeds mogelijk en in Gendringen ook de praktijk. Eén van de voorwaarden voor het lidmaatschap van de raad bleef dat jaarlijks een bepaald minimum bedrag aan 's rijksbelastingen moest worden betaald. * De toepassing van het nieuwe reglement leidde in Gendringen niet tot ingrijpende veranderingen. F.W.J. de Haes, sinds 23 mei 1822 schout werd benoemd tot 'burgemeester'. Ook de gezeten assessoren J.R. Boeveldt en S.E. Knaven bleven in functie. De raad kreeg een uitbreiding met twee leden. Het best uursreglement van 1825 bepaalde dat de grondeigenaren ('geërfden') moesten worden gehoord door de raad bij het nemen van beslissingen welke hun belangen raakten. In de gemeente Gendringen was dit vooral aan de orde bij het nemen van beslissingen aangaande het beheer van de gemeenschappelijke IJsselweiden. *
Inventaris
Bijlagen
| ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||







Commissie weg Dinxperlo-Bontebrug