A  |  A  |  A
Uw zoekacties: Rekenkamer van Zeeland, 'Rekenkamer A'
 502 Rekenkamer van Zeeland, 'Rekenkamer A' ( Zeeuws Archief )
 
 
Zoek in deze archieftoegang
 
 
 
 
 
Gids voor het onderzoek in de Rekenkamer van Zeeland, (1189) 1595 - 1805 (1807)
Beknopte geschiedenis van de instelling
De lotgevallen van het archief en de bewerking ervan
Geografisch zoeken
Thematisch zoeken
Genealogisch en lokaal-historisch onderzoek
Overzicht van toegangen, gidsen en nadere toegangen
Inleiding Rekenkamer A
Het eerste gedeelte van de inventaris van het archief van de Rekenkamer van Zeeland bevat de door de rekenkamer zelf (ook in haar functie van 'registerkamer') opgemaakte en ontvangen documenten: resolutieboeken, adviesboeken, leenregisters, de nodige naslagwerken en ter kennisname ingekomen stukken. Sinds halverwege de negentiende eeuw staat dit onderdeel bekend als 'Rekenkamer A'. De hierin ondergebrachte archiefstukken gingen voor het overgrote deel in mei 1940 verloren.
Om de resterende stukken voor de studiezaalbezoeker makkelijker opvraagbaar te maken, nam het Rijksarchief in Zeeland in 1982 een 'Inventaris van het restant van 'Rekenkamer A' in gebruik [oud toegangsnummer 185]. Deze inventaris ligt ten grondslag aan de hierna volgende voorlopige toegang.
Hieraan werd toegevoegd een reeds in 1965 door het rijksarchief vervaardigde afzonderlijke 'Lijst van de zgn. Geluweregisters van de Rekenkamer van Zeeland (registers met afschriften van akten van belening enz. over het tijdvak 1597-1806; oud toegangsnummer 117), waarin tevens was opgenomen de inhoudsopgave van de regestenlijst die op de copulaatboeken was gemaakt [oud toegangsnummer 5; thans nadere toegang 55]. Alles wat van Rekenkamer A na mei 1940 nog resteert is thans in afdeling 1 van deze voorlopige toegang samengebracht.
In 1994 zijn hieraan toegevoegd de beschrijvingen van de liquidatierekeningen van 'het recht van de stadhouder in de buiten' (afdeling 2). Deze beschrijvingen werden vervaardigd alls bijprodukt van de deelinventaris van de rekeningen ingediend door de vendumeesters. Hoewel zij oorspronkelijk werden beschreven als rekeningen behorende tot de zgn. 'administratie te water' (binnen 'Rekenkamer C') leek het beter deze door de Rekenkamer zelf opgemaakt stukken op te nemen in 'Rekenkamer A'.
Eveneens hieraan toegevoegd werden de beschrijvingen van de ingekomen rekeningen van door de Staten van Zeeland gesubsidieerde polders, (1705) 1715-1804 (afdeling 3).
Tot slot werd aan deze voorlopige toegang toegevoegd de regestenlijst van de los aangetroffen charters van de Rekenkamer, in 1918 gepubliceerd als: C. de Waard, Regestenlijst van de charters en bijbehoorende stukken van de Zeeuwsche Rekenkamer 1525-1784 (Middelburg 1918). De charters zelf zijn in mei 1940 verloren gegaan, maar de regesten kunnen voor menig onderzoeker nog waardevolle informatie bevatten. Aan deze regestenlijst gaat een afzonderlijke inleiding vooraf.
Bij verwijzing naar dit archief zou bij voorkeur de volgende bronvermelding gebruikt moeten worden: Zeeuws Archief (ZA), archief Rekenkamer van Zeeland, 'Rekenkamer A' (Rkk A), inv.nr(s) ..., daarna verkort als: ZA, Rkk A, inv.nr(s) ...
Inventaris Rekenkamer A
Regestenlijst
Hierna is opgenomen: C. de Waard, Regestenlijst van de charters en bijbehoorende stukken van de Zeeuwsche Rekenkamer 1525-1784 (Middelburg 1918). Alle in deze lijst beschreven charters zijn in mei 1940 verloren gegaan.
Inleiding
sluiten
502 Rekenkamer van Zeeland, 'Rekenkamer A'
Regestenlijst
Inleiding
Vindplaats:
Van de talrijke regesten, die Mr. R. FRUIN indertijd als Rijksarchivaris in Zeeland van hier berustende charters en papieren maakte, is het grootste gedeelte bij inventarissen van verschillende archieven en bij jaarverslagen reeds gepubliceerd. Een betrekkelijk klein, doch toch nog niet onaanzienlijk gedeelte, bleef in portefeuille achter, omdat de stukken dateeren uit den tijd van de Republiek, waarvan onder meer het Staten-archief nog niet beschreven is. Met dit laatste werk is door Dr. K. HEERINGA dadelijk bij zijne optreding als Rijksarchivaris een begin gemaakt, waarbij hij aanleiding vond nog eenige regesten aan de verzameling van Mr. FRUIN toe te voegen. Bovendien bevindt zich in deze bewaarplaats een driehonderdtal rentebrieven met bijbehoorende stukken, waarvan in 1899 eene voorloopige lijst door mij was opgemaakt, en die thans ook in regestvorm zijn gebracht, hetgeen voor onderzoek naar het verband vooral van de stukken betreffende erfrente en eene juiste indeeling onvermijdelijk scheen. Wel zijn onderscheidene dezer brieven getransfigeerd, maar het was te vreezen, dat niet alle bijbehoorende stukken verbonden waren geweest, dat vroeger verbonden of bijeengevoegde stukken waren losgeraakt, of dat enkele, die het verband konden aanwijzen, verloren waren gegaan.
Tijdroovender was het onderzoek naar de herkomst van deze dus uit drie deelen bestaande collectie, maar dat toch tot een bevredigend resultaat heeft geleid. Behalve enkele stukken, die geacht moeten worden te behooren tot stads- en heerlijkheidsarchieven en de Bibliotheek van handschriften, konden bij een eerste onderzoek voor de massa de archieven van de Staten van Zeeland en hunne Gecommitteerde Raden en de Rekenkamer worden aangewezen, waarna door den Rijksarchivaris beslist werd, dat ik verder alleen met de stukken van de Rekenkamer bezig zou blijven en de Regestenlijst daarvan geheel afwerken om die als een afzonderlijk onderdeel van het archief dier Kamer aan de Regeering ter publicatie voor te dragen. Daardoor zouden reeds dadelijk belangrijke gegevens meest van financieelen- (leeningen voor oorlogen) en genealogischen aard beter onder algemeen bereik komen, terwijl er niets beslist zou worden omtrent de vraag of de stukken van de Rekenkamer als een afzonderlijk archief of wel als een -zij het ook belangrijk- onderdeel van het Staten-archief beschouwd moeten worden. Immers al zou men aan het laatste de voorkeur willen geven dan is het toch zeer onwaarschijnlijk, dat alles in ééne uitgave zou kunnen verschijnen, daar wel het archief van Staten en Raden bij Dr. Heeringa onderhanden is, maar een volledige definitieve inventaris van de zeer omvangrijke Rekenkamer in een afzienbaren tijd niet verwacht kan worden.
De uitkomst van het voortgezet onderzoek, dat in het bijzonder betrof tot welke van de vele administratiën, die aan de Rekenkamer rekenplichtig waren, de stukken behooren, is als volgt:
I. Tot de administratiën van den tresorier-(ontvanger-)generaal betreffende
a. geheel Zeeland: 1 commissiebrief (nr. 150), 1 akte van kwijting (nr. 134a), 3 schuldbrieven (nrs. 115, 116, 120) (vermoedelijk);
b. convooien en licenten: 1 warandbrief van een boot voor de 2de reis naar Wygatz (nr. 171);
c. interesten en lijfrenten: 1 rentebrief (nr. 453), 149 lijfrentebrieven (nrs.) 243-317, 349, 375-412, 425-430, 445-452, 454-462, 465-468, 482-484, 487-491),
II. tot de administratie van den rentmeester der Staten van Zeeland: 1 rentebrief (nr. 227), 3 rentebrief met transport (nrs. 1, 6, 92) (vermoedelijk).
III. tot de administratie van de rentmeesters der domeinen van Zeeland,
a. Bewesten Schelde: 170 rentebrieven en bijbehoorende stukken, die geheel zijn afgelost, of gedeeltelijk afgelost en geconfisqueerd (nrs. 2-4, 8-43, 45-48, 50, 51, 55-64, 66, 68-91, 94-102, 107-110, 113, 121, 122, 130, 131, 136, 138, 139, 144-149, 152, 161, 165, 172, 173, 176, 177, 183-189, 191, 198, 206-208, 210, 214-218, 221, 222, 225, 226, 228-230, 232-235, 238, 242, 318, 320-322, 324, 325, 341, 342, 344, 345, 347, 348, 351, 353-364), 7 rentebrieven, die gedeeltelijk zijn afgelost en geconfisqueerd (nrs. 44, 52, 65, 137, 211, 219, 220) (vermoedelijk), 1 transportbrief, die vermoelijk bij verloren rentebrief behoort (nr. 158);
b. Beoosten Schelde: 9 rente- en leenbrieven (nrs. 202-205, 236, 239, 323, 373, 432);
c. Tholen: 1 rentebrief (nr. 5), 1 rentebrief (nr. 7).
IV. tot de administratie van de rentmeesters der geestelijke en wereldlijke goederen van
a. Walcheren en Noordbeveland; 21 schuld-, leen-, rente-, warand-, transport- en commissiebrieven, akten van onvermogen (nrs. 111, 117-119, 123-128, 134, 140, 162, 166-170, 190, 212, 241);
b. ressort Vlissingen: 7 schuld- en transportbrieven (nrs. 67, 103-106, 112, 114);
c. Zuidbeveland: 5 transport-, decreet- en rentebrieven (nrs. 163, 164, 213, 346, 350);
d. Schouwen en Duiveland: 83 schuld- en leenbrieven (nrs. 129, 132, 133, 151, 153-157, 174, 175, 180-182, 192-196, 209, 326-340, 370, 413-424, 433-444, 475, 476, 478-481, 511-527);
e. Tholen: 9 akte betreffende woonplaats, leen- en pachtbrieven (nrs. 135, 223, 365, 492, 496, 504, 508, 510, 528).
V. tot de administratie van de equipagemeesters van
a. Vere: 2 eigendomsbewijs en schuldbrief van een boot voor de 2de reis naar Weygatz (nrs. 178, 179). 3 schuld- en transportbrieven (nrs. 141-143) (vermoedelijk);
b. Vlissingen: 1 transportbrief(nr.160)(vermoedelijk);
c. Zieriksee: 2 schuld- en warandbrieven (nrs. 159, 224) (vermoedelijk).
VI. tot de Rekenkamer in het algemeen:
3 eigendomsbewijzen van land en tienden (nrs. 199-201), 2 verbandbrieven (nrs. 463, 464).
Totaal: 487
Tot een Aanhangsel moesten gebracht worden 42 nummers, die niet bepaald tot de Rekenkamer behooren, en wel 7 betreffende renten, waarvan de kapitalen eerst na opheffing der Zeeuwsche rekenkamer in Nationale schuld veranderd of afgelost zullen zijn, waarna de stukken vermoedelijk bij die van de vroeger afgeloste kapitalen in het Provinciaal archief zijn nedergelegd (nrs. 49, 53, 93, 231, 237, 352, 471) (zie het aangeteekende bij nr. 93), 6 van stukken, die opgemaakt zijn, nadat de rente reeds geconfisqueerd was (nrs. 54, 366-369, 431), 1 decreetbrief, vermoedelijk afkomstig van het sterfhuis van den rentmeester van het extraordinaris JAN PIETERSEN VAN DEN BRANDE (nr. 319), en 28 commissie- en leenbrieven, octrooien enz., die door belanghebbenden ter registratie in de Rekenkamer zijn gebracht, maar zeer waarschijnlijk niet teruggehaald (nrs. 197, 240, 343, 371, 372, 374, 469, 470, 472-474, 477, 485, 486, 493-495, 497-503, 505-507, 509). De vorenstaande indeeling van de hierachter beschreven stukken komt overeen met de vorming van het archief der Rekenkamer en wordt ook nader bevestigd door de omschrijving der betrekkelijke posten en de door de auditeurs gemaakte kantteekeningen in de rekeningen. Deze geven ons enkele bijzonderheden, die even moeten worden aangestipt.
Zijn de acquitten van de rekeningen indertijd geliasseerd, de charters en bijbehoorende papieren maken daarop eene uitzondering; zij werden afzonderlijk bewaard in het secreet comptoir, de afgelosterentebrieven in een koffer, zooals zij inderdaad nog in 1890 door den Rijksarchivaris in Zeeland in de bewaarplaats zijn aangetroffen *  , de leenbfieven enz. in doozen in genummerde loquetten "in de casse neffens d'ander brieven ende chartres, desen rentmeesterschappen rakende". In het laatst van de 16de eeuw, toen er misschien nog geen vast plan van opberging bestond, heeft men nu en dan ook wel charters met de massa van andere bewijzen aaneengeregen, welke thans voor het behoud van de soms zeer fraaie zegels en de uniformiteit van bewaring van de lias genomen zijn en voortaan evenals de andere en geheel op dezelfde wijze als vroeger in doozen en loquetten bewaard zullen worden. Maar ook ten opzichte van deze verwijdering van eenige charters uit de liassen moet ik hier van eene uitzondering melding maken. Het zijn de door de tresoriers van Middelburg op perkament geschreven en met het stadszegel bekrachtigde quitanties van ontvangen renten op de domeinen Bewesten Schelde, waarvan beschrijving noch afzonderlijke bewaring wenschelijk scheen, omdat zij nagenoeg eensluidend en uiterst talrijk zijn en de Rekenkamer zelve ook niet het belang van bewaring in doozen heeft ingezien.
Onder ieder regest staat aangeteekend van welke rekening het charter een bijlage is, dikwijls schreef ik behoort, wanneer niet gebleken was, dat het charter gelijktijdig met de rekening was overgegeven. In de 17de eeuw bleven de leenbrieven soms in het comptoir van den rentmeester, totdat zij door nieuwe op den naam van een anderen sterfman vervangen waren; eerst daarna werden zij overgedragen. De bewaard gebleven afgeloste rentebrieven en de vervallen lijfrentebrieven werpen slechts een zeer zwak licht op de enorme geldsommen, die in den loop van tijd voor oorlogskosten zijn opgenomen, en op veel wat daarmede samenhangt. Het was mijn voornemen om uit andere bronnen een meer volledig beeld hiervan als bijlage aan deze Regestenlijst toe te voegen, maar dit werk bleek onder handen zoo omvangrijk en de gelegenheid om het 's avonds voort te zetten zoo weinig, dat betere tijden hiervoor afgewacht moeten worden. October 1917.
Regesten
Kenmerken
Datering:
1230-1806
Toegankelijk:
Inventaris
Openbaarheid:
Geen beperkingen
Inzage:
Studiezaal, in origineel
Jaar bewerking:
1965, 1982, 1994
ISIL-Code:
NL-MdbZA_502
Collectie:
Rijksarchief in Zeeland
Vindplaats:
Categorie: