1989
Adviescommissie voor bouwontwerpen te Beverwijk
Inventaris
1. Inleiding sluiten
1989 Adviescommissie voor bouwontwerpen te Beverwijk
Bij besluit van Burgemeester en Wethouders d.d. 24 januari 1947 werd ingesteld de adviescommissie voor bouwontwerpen als commissie van bijstand voor de toepassing van het aan hen in artikel 101 van de Bouwverordening opgedragen welstandstoezicht.
" In aanwezigheid van den Heer P. Langendijk, Wethouder van Openbare Werken, en den Heer G.K. de Bie, directeur van Openbare Werken, wordt door den Burgemeester, Mr. H.J.J. Scholtens, te 2.00 uur de commissie geïnstalleerd, welke belast zal zijn met het uitoefenen van het welstandstoezicht in de gemeente Beverwijk.
De commissie bestaat uit de Heeren Ir. F.J. Gouwetor van het Architecten-bureau Verhagen, Kuiper en Gouwetor te Rotterdam, C.W. Schaling, architect-leider van het bureau van de Adviescommissie der Noordhollandsche gemeenten voor bouwontwerpen en uitbreidingsplannen te Amsterdam, en C.H. Vogt, hoofdopzichter bij den dienst van Openbare Werken te Beverwijk, terwijl als Secretaris aan de commissie is toegevoegd Mr. A.M. van Hoof, chef van de administratie bij den dienst van Openbare Werken te Beverwijk." (Notulen d.d. 24 januari 1947)
Eind 1948 werd de heer C.H. Vogt vervangen door de heer R. Bloem, technisch-hoofdambtenaar van de bouwkundige afdeling.
In de vergadering van 4 november 1954 is de heer A.H. van Velze, technisch-hoofdambtenaar van de afdeling Stadsontwikkeling, voor het eerst aanwezig.
In het jaarverslag van Openbare werken over het jaar 1955 staat vermeld dat de commissie wordt gevormd door de heren: C.W. Schaling, architect te Amsterdam, Ir. F.J. Gouwetor, architect-stedebouwkundige te Rotterdam, A.H. van Velze, technisch-hoofdambtenaar van de afdeling Stadsontwikkeling en R. Bloem, technisch-hoofdambtenaar van de bouwkundige afdeling. Als secretaris fungeert Mr. A.M. van Hoof, chef van de afdeling administratie van de dienst.
1 augustus 1956 wordt de heer R. Bloem opgevolgd door de heer J.C. Wurzer, chef van de afdeling Stadsontwikkeling.
Ten einde het contact tussen de welstandscommissie en de bevolking nog meer te verstevigen hebben burgemeester en wethouders per 1 juli 1957 de commissie enigszins gereorganiseerd. Voorzitter: J.G.S. Bruinsma, burgmeester, met als plaatsvervanger W.J. Vessies, wethouder; leden: Ir. F.J. Gouwetor en C.W. Schaling; adviseurs: A.H. van Velze en J.C. Wurzer; secretaris: Mr. A.M. van Hoof.
Als plaatsvervangend lid voor Ir. F.J. Gouwetor, die wegens ziekte verhinderd was van februari tot oktober 1958, had gedurende die periode zitting in de commissie de heer J. Bleeker, architect te Beverwijk. In 1958 is de heer Ir. P.R. van Nifterik de heer A.H. van Velze opgevolgd.
De heer Ir. F.J. Gouwetor is per 1 juli 1961 afgetreden (periodieke aftreding) en werd vervangen door Ir. W. de Bruijn, architect-stedebouwkundige te Utrecht.
De heer Ir. P.R. van Nifterik wordt met ingang van april 1963 opgevolgd door de heer J.A. van de Berghe.
De heer C.W. Schaling wordt met ingang van juli 1964 opgevolgd door de heer J.P. Kloos, architect te Heemstede.
De heer ir. W. de Bruijn wordt per juli 1965 opgevolgd door de heer J. Schipper Jr., architect te Zaandam
Ingevolge artikel 85, lid 2 van de op 1 augustus 1965 in werking getreden Woningwet dient de gemeenteraad een deskundig college aan te wijzen voor het schriftelijk uitbrengen van advies bij de toepassing van de voorschriften omtrent de welstand.
In zijn vergadering van 9 november 1967 besloot de raad de samen- stelling van de adviescommissie te handhaven. Tevens werd een verordening vastgesteld tot regeling van de samenstelling en werkwijze van de commissie.
De heer J.C. Wurzer is per 1 juli 1967 opgevolgd door de heer W. Reinders en de heer J.A. van den Berghe is per januari 1967 opgevolgd door de heer Tj. Zijlstra.
Door het overlijden van de Secretaris Mr. A.M. van Hoof, die vanaf de instelling tot 8 november 1968 secretaris is geweest, is de heer E. Vossebelt, hoofdcommies A op de 6e afdeling der secretarie benoemd. Het college van burgemeester en wethouders achtte het gewenst dat de secretaris van de commissie afkomstig zou zijn uit de beleidssfeer.
In de jaarverslagen van de dienst Openbare Werken (vanaf 1955) wordt vermeld hoe vaak de commissie vergaderd heeft en hoeveel plannen beoordeeld werden en hoe de samenstelling van de commissie was.
| |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||



