A  |  A  |  A
Uw zoekacties: Vrouwencomite
 212 Vrouwencomite ( Gemeentearchief Rotterdam )
 
 
Zoek in deze archieftoegang
 
 
 
 
 
Inventaris
1. Inleiding
sluiten
212 Vrouwencomite
1. Inleiding
Vindplaats:
In het avondblad van de N.R.C. van 3 aug. 1914 verscheen het volgende bericht:
Er heeft zich hier ter stede een comité gevormd, dat voorstelt een bureau te openen van vrijwillige dienstvervanging door vrouwen. Het doel is diegenen, die haar vrije uren in deze belangeloos beschikbaar willen stellen in aanraking te brengen met dezulken, die door de mobilisatie werkkrachten te kort komen.
Het comité bestond uit de dames E. Baelde, M. PLuygers, C.van der Pot en P.S. Gransberg terwijl later mevr. A.M.Jacobson-Ebeling en mej. A.C. van der Linden nog zitting namen in het bestuur, nadat de dames van der Pot en Pluygers voor het bestuurslidmaatschap hadden bedankt. Daar het de bedoeling van de oprichtster, mej. Baelde, was dat men zo spoedig mogelijk de hand aan het werk zou slaan, vooral om rust en afleiding te geven, werd de gelegenheid tot inschrijving van werkwilligen reeds de volgende dag geopend in de school van den heer Schreuders aan de Westersingel. In enkele dagen tijds lieten zich een zevenhonderdtal vrouwen en meisjes inschrijven. Opleidingscursussen werden georganiseerd o.a voor verpleging (in samenwerking met het Roode Kruis); post, telegrafie, enz; arbeidskrachten werden ter beschikking gesteld voor de hulpverlening aan de gestrande Amerikaanse en de Belgische vluchtelingen, aan het Steuncomité en voor maatschappelijk werk en waar overigens hulp nodig mocht zijn. Ook maakten de vrouwen zich in augustus 1914 verdienstelijk met het inmaken van groenten, uitgaande van de gedachte dat er in de winter hongersnood zou zijn.
Ondertussen waren er reeds enkele comité's opgericht, die speciaal op het terrein der kleedingvoorziening werkzaam zouden zijn. H.M. de Koningin had te kennen gegeven, dat zij in verschillende groote plaatsen werk wenste te verschaffen aan vrouwen, die door de tijdsomstandigheden in moeilijkheden waren geraakt en het resultaat daarvan uit te delen aan den gesteunden van de Algemene commissie tot Steun, Militaire zaken, Armbestuur, zoverre het gesteunden wegens de tijdsomstandigheden betrof, aan de leden der werkeloosheidsfondsen en aan de werkelozen van de firma's, die zelve voor de helft bijdroegen. Zo ontstond in Rotterdam het Lappencomité, dat volgens het idee van mevr. Tabing-Suermondt-Hudig lappen inzamelde en daarvan kledingstukken liet naaien, het comité Transvaalbuurt onder leiding van mevr. Leeuwenburg en het breicomité van de dames De Bie, terwijl het reeds bestaande naaicomité Martha o.l.v. van mevr. Thesing zich ook voor dit doel beschikbaar stelde.
Het toen reeds bestaande Vrouwen comité werd namens het Kon. Ned. Steuncomité aangezocht voor de algemeene leiding op zich te willen nemen, de naai- en brei comité's droegen de gemaakte goederen aan het Vrouwencomité af en kregen opgaven van de kledingstukken waarvan het meest behoefte was. In den beginne verzamelden zij daarvoor zelve de geldmiddelen, maar later ontvingen zij die van het Steuncomité, waarmede steeds werd samengewerkt. Bij den aanvang van de winter 1914, toen tot uitreiking van den inmiddels vervaardigden voorraad zou worden over gegaan, bleek echter, dat door de kleedingvoorziening een veel omvangrijker organisatie nodig was en dat ook op ruimer schaal in de aanschaffing van benodigde kledingstukken moest worden voorzien.
Hiervoor vormde zich een speciale commissie van kleding en dekking, waarvan mevr. van Dorp de ziel werd. Deze commissie wendde zich tot de Algemeene Commissie om subsidie onder bereidverklaring op aanvrage der Wijkcomité aan ondersteunden kledingstukken te verstrekken. In die commissie van kleding en dekking zaten als bestuursleden uit het Vrouwencomité de dames Baelde, Gransberg, en Jacobson-Ebeling en uit het Lappencomité mevr. L. Ebeling-van Stolk. Voorzitter werd dr.D.Veurdenburg, die indertijd dezelfde plannen als mej. Baelde betreffende het vraagstuk van kledingverschaffing gekoesterd had, maar deze had laten varen, toen hij vernam, dat het Vrouwencomité reeds met het in dienst nemen van naaisters bij wijze van werkverschaffing was begonnen.
In praktijk omvatten de werkzaamheden van het Vrouwencomité alles wat in dezen te doen viel. De te bedeelen gezinnen werden bezocht door vrijwilligsters van het Vrouwencomité waarbij soms ook werd overwogen of de in aanmerking konden komen voor naai- of breiwerk, terwijl vele bij het Vrouwencomité ingeschreven dames hulp verleenden (bij het inpakken controleren, enz. van de goederen, die door het de Wijkcomité van het Algemeen Steuncomité werden verstrekt.
Het Vrouwencomité bleef deze hulp verlenen tot 31 okt. 1919, toen de Algemeene Commissie tot steun werd opgeheven en was ook nog behulpzaam bij de liqudatie, toen de overgebleven goederen aan verschillende Rotterdamse instellingen ten geschenke gegeven moesten worden.
Het Vrouwencomité schijnt officieel nooit opgeheven te zijn, zo bleef mej. van der Linden in het bezit van een klein bedrag, dat aan het Comité toebehoorde en dat eerst in mei 1934 aan het crisis- comité werd geschonken, opdat het gebruikt zou worden voor soort gelijk werk, als waarvoor het indertijd gegeven was.
Wat nu de vrijwillige dienstverlening door vrouwen betreft, het Vrouwencomité bleef zich ook op dit terrein bewegen, hoewel er in 1916 een belangrijke verandering in de organisatie daarvan kwam tengevolge van de oprichting der Urgentieraden. Deze zijn opgericht op initiatief van mej. dr. Chr. van Maanen, die in Berlijn de organisatie van het vrouwenoorlogswerk had leren kennen, de hulp van den Vakmaken Vrouwenraad had ingeroepen om hier iets dergelijks tot stand te brengen. In Rotterdam was de oprichting van een urgentie Raad eigenlijk overbodig, omdat het Vrouwencomité sedert aug. 1914 reeds hetzelfde werk had verricht, dat de Urgentieraden beoogden. Het Vrouwencomité had zich zeer populair weten te maken, terwijl men niet wist of een nieuw op te richten comité op de medewerking van zovelen zou kunnen rekenen.
De beste oplossing scheen dan ook te zijn, dat het Vrouwencomité, zijn werkzaamheden op dit terrein voortzette, maar dat zich een afzonderlijk bestuur formeerde, waarin behalve de dames Baelde en van der Linden ook nog mevr. A. de Monchy-Jacob zitting nam. Deze formeele gelijkheid aan andere Urgentieraden was vooral gewenst toen bleek, dat de Nationale Vrouwenraad in geen enkel opzicht de verantwoordelijkheid op zich kon nemen voor het werk der Urgentieraden, (nadat zij korten tijd deel van dien Raad hadden uitgemaakt). Daarop werd 4 mei 1917 de Vereniging van Nederlandsche Urgentieraden gesticht, waartoe de Rotterdamsche nu zonder bezwaar kon toe toetreden.
Ook de Urgentieraad organiseerde cursussen, trof toebereidselen voor de eventuele ontvangst van vluchtende landgenoten en verleende vooral belangrijke diensten bij de uitreiking van distributiekaarten!
De Vereniging van Nederlandsche Urgentieraden werd volgens besluit van de algemeene vergadering in Den Haag van 25 okt. 1919 ontbonden met ingang van 28 juni 1920. Daarmee hield ook de Rotterdamsche Urgentie-raad op te bestaan, maar het Vrouwencomité bleef nog een tijd werkzaam. Het is niet te verwonderen, dat het archief van het Vrouwencomité, hetwelk in mei 1934 door mej. van der Linden aan het gemeente archief werd afgestaan, een eenigszins ingewikkelden indruk maakt. Immers wij hebben hier niet te doen met een archief van een vereeniging, die een scherp begrensd doel beoogde en wier bestuur op gezette tijden rustig bijeen kwam om te overleggen hoe men daartoe geraken kon, met een typische noodorganisatie, die nooit wist wat haar te wachten stond en wier bestuuren haastige telefoongesprekken en mondelinge afspraken besluiten moest nemen, zodat iedere gelegenheid tot vergaderen en notuleeren ontbrak. "Wij hadden geen tijd te schrijven, en deden alleen maar", zo verdedigde later een van de bestuursleden het fragmentarische karakter van het archief.
Wel zijn er notulen gehouden van de vergaderingen van den Rotterdamsche Urgentieraad, deze zijn vermoedelijk in het bezit gebleven van mevr. D. Monchy en sedert vernietigd. De verhouding van het Vrouwencomité tot de commissies waarmee het samenwerkte, was nooit precies omschreven, zodat men nauwelijks kan spreken van een afzonderlijk archief van het Lappencomité, van het Breicomité, enz. Ook de samenwerking met de commissie van kleding en dekking was zo innig, dat de op die commissie betrekking hebbende stukken daarom ook in dezen inventaris zijn opgenomen, hoewel ze misschien met evenveel recht in den inventaris van de Algemeene Commissie tot Steun beschreven hadden kunnen worden.
Evenmin lijkt het gewenst de stukken, betrekking hebbende op de Urgentieraad, te beschouwen als een afzonderlijk archief, omdat in de praktijk hetzelfde werk door de dezelfde mensen is voortgezet, alleen formeel onder een nieuw bestuur, de naam "Urgentieraad" bleef slechts een ondertitel; aan het hoofd van het bestaande drukwerk is het woord: "Vrouwencomité" blijven staan.
Het is te hopen, dat dit archief nog van verschillende zijden zal worden aangevuld. Mej. Baelde is nog in het bezit van stukken betreffende den Urgentieraad; mogelijk zijn ook in verschillende vertrekken van de bureux van Keuringsdienst; Maatschappelijk Hulpbetoon en Bevolking waarin het Vrouwencomité achtereenvolgens heeft gezeteld, archiefstukken achtergebleven. Dit archief vormt een niet onbelangrijke bron van de geschiedenis van Rotterdam gedurende de oorlogsjaren vandaar dat wij het gaarne zo compleet mogelijk wenschen te zien.
2. Inventaris
Kenmerken
Datering:
1914 - 1920 (1934)
Openbaarheid:
Het gehele archief is zonder beperkingen voor ieder ter inzage.
Omvang:
.78 meter
Vindplaats:
Rubrieken:
Trefwoorden:
Categorie:
  • Zonder categorie