A  |  A  |  A
Uw zoekacties: Archieven van de Henrietta Hoffmanstichtingen te Gouda, (188...
 0334 Archieven van de Henrietta Hoffmanstichtingen te Gouda, (1886) 1888 - 1987 (1989) ( Groene Hart Archieven )
 
 
Zoek in deze archieftoegang
 
 
 
 
 
Inleiding
0.1. Ontstaan van de Henrietta Hoffmanstichtingen
0.2. Oprichting, exploitatie en opheffing van de volksgaarkeuken (later Henrietta Hoffmankeuken) * 
0.3. Oprichting, exploitatie en opheffing van het Hoffmangesticht (later Henrietta Hoffmanhuis)
sluiten
0334 Archieven van de Henrietta Hoffmanstichtingen te Gouda, (1886) 1888 - 1987 (1989)
Inleiding
0.3. Oprichting, exploitatie en opheffing van het Hoffmangesticht (later Henrietta Hoffmanhuis)
Vindplaats:
In de gemeenteraadsvergadering van 18 februari 1890 werd het reglement voor het Hoffmangesticht goedgekeurd. Het bestuur van het gesticht werd gevoerd door een college van vijf regenten, benoemd door de gemeenteraad voor vijf jaar. Volgens een door het bestuur vast te stellen rooster trad er ieder jaar één bestuurslid af dat onmiddellijk herkiesbaar was. In de gemeenteraadsvergadering van 3 november 1890 werd het college van regenten benoemd. * 
Het bestuur was belast met de aanschaf van duurzame goederen als meubilair, linnengoed en serviesgoed. Het huishoudelijk bestuur was opgedragen aan een directrice die door het bestuur werd benoemd na goedkeuring door burgemeester en wethouders. * 
Waarschijnlijk vanaf 1925 *  liet de penningmeester zich bijstaan door een administrateur die niet alleen de boekhouding bijhield, maar ook zorgde voor de begrotingen en rekeningen, en, vooral na 1945, het bestuur voorstellen deed om de financiën op peil te houden. Het pand Oosthaven 52 werd geheel aangepast aan zijn functie tot opname van 11 dames en werd op 26 juni 1891 officieel geopend. * 
In het reglement was bepaald dat het Hoffmangesticht bedoeld was tot verpleging van dames (weduwe of ongehuwd) boven de 40 jaar. Aan elke opname moesten burgemeester en wethouders hun goedkeuring hechten. Daartoe dienden de volgende documenten te worden overgelegd: een geboorte-akte, een bewijs van een arts dat de toekomstige bewoonster niet aan een slepende ziekte leed, een bewijs van goed gedrag ondersteund door twee gunstig bekend staande personen en tenslotte een borgstelling van twee personen tot zekerstelling van de betaling van de verpleeggelden. Het verpleeggeld kon eenmalig voldaan worden, het bedrag was dan afhankelijk van de leeftijd, of jaarlijks door betaling van fl. 250,--. Geneeskundige hulp was gratis en voor een eenvoudige begrafenis werd gezorgd. *  Deze kosten werden na de eerste wereldoorlog éénmaal verhoogd en na 1945 zeer regelmatig.
De dames waren verplicht een bed, bovenkleding en schoeisel, ondergoed, linnengoed en het hele ameublement voor hun kamers in te brengen. Deze goederen werden eigendom van het gesticht en voor gebruik afgestaan aan de inbrengster. Wilden de dames hun eigendommen behouden dan moesten zij daarvoor een bepaald bedrag betalen.
Iedere bewoonster had de beschikking over een zitkamer en een kleine slaapkamer. Voor gezamenlijk gebruik waren er een eetkamer en een zitkamer.
In het huishoudelijk reglement werden de tijden en de samenstelling van de maaltijden bepaald, het gebruik van de badkamer geregeld en de nadruk gelegd op de "toon van ware beschaving" die er geacht werd te heersen. * 
Aan het hoofd van het gesticht stond een directrice. Voorts bestond het personeel uit een meid-huishoudster en een aantal dienstboden. De directrice en de meid-huishoudster werden benoemd en ontslagen door de regenten. De eenmalig betaalde verpleeggelden werden belegd in het Grootboek Nationale Schuld. De rente werd gebruikt voor de dagelijkse kosten. Uit de renteopbrengsten van het vermogen van Henrietta Hoffman werden door de gemeente de tekorten bijgepast.
Al in 1902 waren bovengenoemde renteopbrengsten niet meer voldoende om de tekorten van zowel de gaarkeuken als het gesticht te voldoen. De gemeente stelde het bestuur van het gesticht voor om de ingelegde verpleeggelden aan te spreken, maar het bestuur was hierop tegen. Pas in 1916 was het bestuur bereid om 70% van de verpleeggelden te beleggen en de overige 30% in de begroting op te nemen. * 
De in 1952 ingestelde onderzoekscommissie *  stelde ook een onderzoek in naar de financiële toestand van het gesticht. Zoals hierboven reeds gememoreerd, besloot de gemeenteraad de beide besturen samen te voegen.
Omdat de rente over de belegde verpleeggelden in het Grootboek Nationale Schuld nogal laag was, besloot de gemeenteraad dit bedrag te lenen van het bestuur van het Henrietta Hoffmanhuis en hun een hogere rente te betalen. * 
In 1962 werd er een provinciale verordening op de bejaardenoorden ingesteld waardoor het Hoffmanhuis aan allerlei eisen moest gaan voldoen. *  Het huis kreeg in 1971 nog een ontheffing van de provinciale verordening, maar de hoge kosten van aanpassing en van de exploitatie van een klein bejaardenhuis noodzaakten tot sluiting van het Hoffmanhuis per 1 november 1972. *  De bewoners gingen over naar het bejaardenhuis Ronssehof. *  Het pand Oosthaven 52 werd in 1974 verkocht. De opbrengst werd gebruikt om de tekorten van de Hoffmankeuken aan te vullen. * 
0.4. Het archief
0.5. Verantwoording van de inventarisatie
0.6. Noten
0.7. Bijlage: Lijsten van bestuurders en functionarissen van de Hoffmanstichtingen
Kenmerken
Soort toegang:
Inventaris
Auteur:
mw. S.R. Straub, 1993
Omvang:
5,74 meter
Archiefdienst:
66 - Streekarchief Midden-Holland
Vestiging voor raadplegen:
Let op: dit archief ligt in een extern depot. Dit archief kan tijdelijk niet aangevraagd worden.
Openbaarheid:
na 25 jaar
Vindplaats:
Categorie:
  • Zonder categorie