A  |  A  |  A
Uw zoekacties: Archief van de rooms-katholieke Sint-Vincentiusvereniging, a...
 0268 Archief van de rooms-katholieke Sint-Vincentiusvereniging, afdeling Gouda, 1909-1985 ( Groene Hart Archieven )
 
 
Zoek in deze archieftoegang
 
 
 
 
 
Inleiding
0.1. Algemeen historisch overzicht inzake ondersteuning van armen * 
0.2. Ontstaan en doel van de St. Vincentiusvereniging
sluiten
0268 Archief van de rooms-katholieke Sint-Vincentiusvereniging, afdeling Gouda, 1909-1985
Inleiding
0.2. Ontstaan en doel van de St. Vincentiusvereniging
Vindplaats:
De stichter van de St. Vincentiusvereniging was Frédéric Ozanam, een gelovig katholiek die tijdens zijn studentenjaren (1833) in Parijs met enkele vrienden concrete hulp aan armen wilde geven. *  Zij zagen dit als een middel om zelf "zuiver in het leven te staan"
Dit sloeg enorm aan in een zich sterk seculariserende maatschappij en de groep groeide snel. Zij nam St. Vincentius à Paulo tot patroonheilige.
Om te voorkomen dat de wekelijkse bijeenkomsten uitmondden in alleen maar zakelijke aangelegenheden en er geen tijd meer zou zijn voor het geestelijke leven, werd de groep gesplitst in afdelingen.
Dit initiatief werd al snel in ander steden nagevolgd en had tot gevolg dat er een overkoepelende raad kwam in Parijs.
Ook in andere landen sloeg dit initiatief aan. *  In Den Haag kwam in 1846 de eerste "conferentie" tot stand en spoedig volgden er meer in andere steden. Dit had tot gevolg dat er al spoedig per gemeente overkoepelende Bijzondere Raden kwamen en, een deze Raden weer overkoepelende Hoofdraad te Den Haag.
De Nederlandse Vincentiusvereniging richtte zich niet alleen op ondersteuning van de armen maar richtte ook katholieke scholen op (Gouda 1850) en bibliotheken om de bezochte gezinnen te voorzien van vooral godsdienstige lectuur. In 1948 waren er 120 van dergelijke R.K. bibliotheken.
Het terugbrengen in de kerk van afgedwaalde katholieken was de belangrijkste taak. Daartoe werd o.a. het liefdewerk van St. Franciscus Regis opgericht dat het wettigen van huwelijken en dopen van kinderen stimuleerde. * 
Met de invoering van de Armenwet van 1854 moest ook de Vincentiusvereniging aangeven tot welke categorie van het armwezen zij behoorde. Na enig geharrewar schreef de Hoofdraad voor dat de Vincentiusvereniging een kerkelijke vereniging van liefdadigheid was maar geen armbestuur. Zij kon daardoor door de gemeente niet verplicht worden armen financieel te ondersteunen. In werkelijkheid was de Vincentiusvereniging een lekenvereniging.
De conferenties lenigden niet alleen de nood van armen in hun woonplaats maar regelmatig werden er, via oproepen in de krant De Tijd, gelden ingezameld voor hulp bij rampen in binnen- en buitenland.
In het begin van deze eeuw kwamen er diverse wetten tot kinderbescherming tot stand. Hierin werd o.a. de ontheffing uit de ouderlijke macht geregeld. Het werd particuliere instellingen toegestaan om, onder toezicht van de Voogdijraad, de voogdij over kinderen op zich te nemen. Binnen de Vincentiusvereniging werden er comités tot kinderbescherming opgericht die zich toelegden op plaatsing van kinderen in pleeggezinnen en inrichtingen.
Hetzelfde gebeurde met de reclassering, maar omdat het werk moeilijk was en veel tijd kostte werd hiervoor al spoedig een aparte, uit beroepskrachten bestaande, R.K. vereniging voor reclassering opgericht.
Als gevolg van de armenwet van 1912 kwamen er in vele gemeenten Armenraden tot stand. Dit waren raden waarin samengewerkt werd door de diverse liefdadigheidsverenigingen en die o.a. dienden als onderzoeksinstantie naar de financiële toestand van ondersteunden.
In de eerste wereldoorlog wierp de Vincentiusvereniging zich op de hulp aan Belgische vluchtelingen en de opvang van kinderen uit oorlogsgebieden.
In de jaren twintig daalde het aantal huisbezoeken zeer hard. Men weet dit niet alleen aan de gestegen lonen maar ook aan de toenemende ontkerkelijking, vooral in de steden. Gevolg was dat de Vincentiusvereniging meer de nadruk ging leggen op het geestelijk heil van de bezochte gezinnen.
Diverse werkzaamheden werden steeds specialistischer waardoor er verenigingen werden opgericht die met beroepskrachten werkten en meer financiële armslag hadden om inrichtingen e.d. te exploiteren.
In de crisisjaren werden er door de Vincentiusvereniging bureaus voor arbeidsbemiddeling en beroepskeuze opgericht.
In het begin van de tweede wereldoorlog was het voor de Vincentiusvereniging moeilijk te bepalen of zij al dan niet met de Duitsers moest samenwerken. De eerste reactie op het instituut Winterhulp was nog weifelend maar nadat de inzamelingen bleken te mislukken werd de houding van de Vincentiusvereniging afwijzend, ongeacht de consequenties. NSB'ers binnen de Vincentiusvereniging werden overgehaald hun lidmaatschap op te zeggen.
De Vincentiusvereniging kon aan de verplichting tot aanmelding bij de Duitse bezetters ontkomen doordat het hoofd van het Duitse uitvoeringsbureau meende dat de Vincentiusvereniging een zuiver kerkelijke organisatie was die nauw verbonden was met de kerkelijke overheid (deze viel kennelijk buiten bovengenoemde verplichting).
Na de tweede wereldoorlog werd de organisatie van de Vincentiusverenigingen aangepast. Alle conferenties vielen van nu af aan onder een Bijzondere Raad van b.v. een nabijgelegen stad en per bisdom kwam er een Centrale Raad waarin vertegenwoordigers van de Bijzondere Raden zitting hadden.
Binnen de Vincentiusvereniging werd in de jaren vijftig meer nadruk gelegd op de geestelijke vorming die zich uitte in de uitgave van geestelijke lezingen *  en een uitbreiding van het maandelijks tijdschrift, maar ook aan de begeleiding van de Vincentiaan in zijn maatschappelijke taak als sociaal werker onder het "nieuwe proletariaat".
Vanaf 1965 (invoering van de ABW) werd in de werkzaamheden van de Vincentiusvereniging steeds meer de nadruk gelegd op het maatschappelijk werk. *  Er werden ook vanuit de Hoofdraad contacten gelegd met andere maatschappelijke instellingen.
In de jaren zeventig werden, vanuit de Hoofdraad, de Bijzondere Raden gestimuleerd diverse vrijwilligersprojecten op te zetten, zoals algemene hulpdiensten (georganiseerde burenhulp), hulp aan slachtoffers van misdrijven en vrijwilligerswerk in ziekenhuizen en bejaardencentra. De nadruk op geestelijke vorming verdween uit het voetlicht.
In de jaren tachtig breidden de activiteiten zich uit naar hulp aan buitenlanders (taallessen), opvang van daklozen en hulpprojecten voor de derde wereld. De Vincentiusvereniging werd tot een R.K. organisatie waarin de hulpverlening het belangrijkst is maar waar de leden geacht worden trouw te zijn aan de R.K. kerk. * 
0.3. Ontstaan en ontwikkeling van de Vincentiusvereniging in Gouda * 
0.4. Verantwoording van de inventarisatie
0.5. Noten
0.6. Bijlagen
Inventaris
Kenmerken
Soort toegang:
Inventaris
Auteur:
S.R. Straub, 1993
Omvang:
3,50 meter
Archiefdienst:
66 - Streekarchief Midden-Holland
Vestiging voor raadplegen:
Let op: dit archief ligt in een extern depot. Dit archief kan tijdelijk niet aangevraagd worden.
Openbaarheid:
na 50 jaar
Vindplaats:
Categorie:
  • Zonder categorie