111
Hoogheemraadschap van Schieland (Oud Archief, OAS) (1273-) 1299-1953
Voorwoord
In 1996 is door de Verenigde Vergadering van Schieland besloten om de archieven van het Hoogheemraadschap van Schieland en van de daarbinnen gelegen polders volledig te inventariseren en waar nodig op orde te brengen. Deze operatie is voltooid in 2003 en heeft geleid tot een indrukwekkend resultaat. Gecomprimeerd is dat resultaat terug te vinden in de inventariserende rapporten. Daar achter bevindt zich uiteraard het archiefmateriaal zelf, opgeslagen in de nieuwe archiefruimte die rond de jaarwisseling 2002/2003 in het gemeenlandshuis van Schieland kon worden betrokken.
Daarmee is een enorme hoeveelheid informatie ontsloten en toegankelijk gemaakt. Deze informatie gaat terug tot het eind van de 13e eeuw, toen het hoogheemraadschap ontstond. Daarin valt te lezen hoe onze voorvaderen met grote vlijt van een moerasachtig gebied een bewerkbaar en bewoonbaar laagland hebben gemaakt. Al bladerend door de inventaris wordt snel duidelijk welke enorme verschillen er zijn tussen toen en nu. Maar ook wordt duidelijk welke overeenkomst er nog steeds is: de noodzaak om waakzaam te zijn en te blijven, en het belang om dat te doen door samenwerking van al diegenen die daarbij belang hebben en daarvoor betalen. Dat is het wezenskenmerk van het waterschap.
Onze historische wortels zijn dus bloot komen te liggen. Dat is nodig niet alleen voor degenen die de geschiedenis bestuderen, maar ook voor hen die met de toekomst bezig zijn. Het verheugt mij daarom buitengewoon dat dit werk volbracht is, en dank al diegenen die zich daarvoor hebben ingespannen.
Rotterdam, 16 april 2003
ir. J.J. de Graeff dijkgraaf
Inleiding
Inliggende polders sluiten
111 Hoogheemraadschap van Schieland (Oud Archief, OAS) (1273-) 1299-1953
Het binnen Schieland gelegen gebied is in de loop der eeuwen vaak van karakter veranderd. Aanvankelijk hoofdzakelijk bedekt met bossen en veenmoerassen, werd het in de 15e, 16e en 17e eeuw ontveend, waardoor grote plassen ontstonden. Deze plassen werden in later tijd weer drooggemaakt en zo ontstonden de polders.
De hieronder genoemde polders slaan het overtollige regenwater op uit de Rotte, het riviertje dat ongeveer 1 km ten zuiden van de landscheiding met Rijnland tussen de Binnenwegse polder en polder de Wilde Veenen begint en als boezem van deze polders dienst doet.
1.De Honderd Morgen of Wilde Veenen, groot ongeveer 550 hectaren, werd krachtens octrooi van de Staten van Holland en Westfriesland van 8 oktober 1646 door jonkheer Waernaart van der Well drooggemaakt.
2.De Binnenwegsche polder, groot ongeveer 1130 hectaren, ontstond omstreeks 1700 door droogmaking door de gemeente Rotterdam. Deze polder werd omstreeks 1851 bij reglement onder Schieland gebracht.
3.De Tweemanspolder, groot ongeveer 485 hectaren, werd drooggemaakt door Anthony van Oudheusden, ambachtsheer van Zevenhuizen, krachtens octrooi van de Staten van Holland en Westfriesland van 31 mei 1727.
4In 1753 volgde zuidelijk van deze polder de droogmaking van de Eendragtspolder krachtens octrooi van 21 januari 1752 aan schout, ambachtsbewaarders en gezworenen van Zevenhuizen. Deze polder is 987 hectaren groot.
5.De polder Bleiswijk c.a., gelegen ten westen van de Rotte en groot ongeveer 3517 hectaren werd omstreeks 1770 door Schieland zelf drooggemaakt.
6.Omstreeks dezelfde tijd werden ongeveer 570 hectaren ten zuiden van deze polder gelegen gronden drooggemaakt door schout, ambachtsbewaarders en schepenen van Schiebroek, waardoor de polder Schiebroek ontstond. Ten oosten hiervan ontstonden de 240 hectare tellende polder Berg en Broek en de 110 Morgen, groot 85 hectaren. Deze drie polders kregen bij hun vereniging in 1860 de naam Verenigde polders Schiebroek, Berg en Broek en de 110 Morgen. Door de verstedelijking van dit gebied werden deze polders per 1971 opgeheven.
Langs de rivier de Hollandsche IJssel ontstonden enkele polders die niet werden verveend en derhalve hoger gelegen, direct op deze rivier kunnen afwateren, ook wel uitslaan genoemd.
7.Dit zijn de polders Esse-, Gansdorp en Blaardorpse polder. De eerste polder is ongeveer 600 hectare groot en is ontstaan uit drie zelfstandige polders. De vereniging van Esse, Gansdorp is in de jaren 1794-1804 tot stand gekomen. Op 1 juni 1799 verleenden de hoogheemraden aan president en molenmeesters van de Gansdorpse polder, die daartoe een overeenkomst met de ingelanden van de Essepolder waren aangegaan, vergunning om de beide polders in bemaling te verenigen, de Gansdorpse sluis in Schielands Hoge Zeedijk, met behoud van een duiker om water in te laten, af te dammen en de watermolen van de Gansdorpse polder te verkopen, zodat de molen van de Essepolder de gemeenschappelijke bemaling ging verzorgen. In 1853 werd de polder Blaardorp daarbij gevoegd.
8.De ten zuiden hiervan gelegen Gecombineerde polders in Capelle aan de IJssel, groot 770 hectaren, zijn eveneens ontstaan door samenvoeging van verschillende polders. Dit waren de Hoogdorpse polder in het noordoosten, de Middelmolense polder in het midden en de Keetensche polder in het westen, welke polders elk hun eigen (wind)bemaling hadden. In 1831 werden zij verenigd met behoud van ieders bemaling. Bij de droogmaking van de polder Prins Alexander werd een gedeelte van deze polders bij deze droogmaking gevoegd en derhalve verkleinde het gebied van de Gecombineerde polders zich van 1270 tot 770 hectaren. In 1870 werd de windbemaling vervangen door een stoombemaling, die in 1904 opnieuw werd vervangen.
Ten zuidwesten van de polders lag de 412 hectare tellende polder Kralingen, die geheel werd bemalen door de gemeente Rotterdam. Per 1 juli 1971 werd ook deze polder ontpolderd en opgeheven.
10.In het noordoosten van Schieland, dichtbij Gouda, bevindt zich de Oostpolder, groot 340 hectaren, die wordt gevormd door een langgerekt stuk, hooggelegen polderland, dat zich uitstrekt van de Snellesluis ten zuidwesten van Moordrecht tot Waddinxveen. Deze polder slaat zijn water uit op de Gouwe. De Oostpolder ontstond na de totstandkoming van de Zuidplaspolder uit een samenvoeging van de gronden, die tussen de ringvaart van de Zuidplaspolder en Schielands Hoge Zeedijk lagen en door opheffing van de ambachten in Schieland, waarbij polders de waterstaatkundige taak van de ambachten kregen toebedeeld. De Oostpolder nam de taken over van de ambachten van Zuid-Waddinxveen, Moordrecht en enkele anderen. Deze polder werd gereglementeerd in 1863.
11.Omstreeks 1700 ontstond door vervening tussen de dorpen Waddinxveen, Zevenhuizen, Moordrecht en Nieuwerkerk een groot plassengebied, dat de naam Zuidplas kreeg. Deze plas moest op peil worden gehouden door enige windwatermolens, waarvan de bemaling tot de zorg van de ambachten in dit gebied behoorde. Enkele molens raakten echter in verval, waardoor het peil van de plas zodanig begon te stijgen, dat de omliggende polders en ambachten er last van kregen. Als gevolg hiervan ontstonden plannen tot droogmaking, die echter steeds op hoge kosten stuitten. Pas in 1824 kwam een plan een stand, dat ook werd uitgevoerd. In 1823 werd met de bedijking begonnen, die in 1836 werd voltooid. Tevens werden 30 windwatermolens en 2 stoomgemalen gebouwd, die in laatstgenoemde jaar met de bemaling begonnen. Tegen 1840 was de nieuwe Zuidplaspolder droog. De grootte bedroeg toen ongeveer 4400 hectaren.
12.Als laatste van de grote droogmakerijen ontstond in 1869 de polder Prins Alexander, waarbij het gehele nog in 1860 bestaande plassengebied tussen Rotterdam en Nieuwerkerk aan de IJssel werd drooggemaakt, met uitzondering van de nog bestaande Kralingse Plas. De nieuwe polder omvatte, zoals reeds vermeld, delen van de Esse-, Gansdorp en Blaardorpse polder onder Nieuwerkerk en van de Gecombineerde polders in Capelle aan de IJssel. Opgeheven en geheel verenigd met de Prins Alexanderpolder werden de polders Wollefoppen, Ommoorden, Bospolder en Nessepolder. In 1873 verkreeg de polder van de staten van Zuid-Holland een reglement en werd daarmee tot waterschap verheven. De grootte bedraagt 2700 hectaren.
Behalve de genoemde polders zijn er nog een aantal geweest die in de loop der jaren weer zijn opgeheven. Deze lagen vrijwel allen in of rond Rotterdam en werden, naarmate de stad zich uitbreidde, gaandeweg opgeheven. Het betreft hier de polders Berg en Broek, Bergpolder en Blommersdijk, Blijdorp, Bovenpolder (bij Zevenhuizen), Cool, Kralingen, Kortland en Kleinpolder, Oud- en Nieuw-Mathenesse, Nieuw- of Kleinpolder, Oostpolder met inbegrip van de polders Broek, Thuil, het Weegje en Broekhuizen, Spangen, Zestienhoven en Oudendijk. Na de grote polderconcentratie in de jaren 1971-1975 zijn al deze polders geïncorporeerd in het hoogheemraadschap van Schieland. Hun archieven berusten bij Schieland.
Inventaris
| |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||






Hoogheemraadschap van Schieland