A  |  A  |  A
Uw zoekacties: Stede en gemeente Grootebroek 1364-1949
 1107 Stede en gemeente Grootebroek 1364-1949 ( Westfries Archief )
 
 
Zoek in deze archieftoegang
 
 
 
 
 
Inleiding
Geschiedenis van de archiefvormende instellingen
Geschiedenis van het archief en verantwoording van de inventarisatie
Inventarissen
2.12. Elders geplaatste stukken
2.13. Bijlagen
Kenmerken
Datering:
1364-1949
Beschrijving:
Stede Grootebroek, Dorp Grootebroek, dorp Bovenkarspel, dorp Lutjebroek, gemeente Grootebroek, Burgerlijk Armbestuur Grootebroek, Levensmiddelenbedrijf Grootebroek, Werkloosheidscommissie Grootebroek, Woningbouwvereniging 'St. Jozef' , college van Landrijken van Grootebroek, Lutjebroek en Bovenkarpsel 1364-1949
Plaats:
Grootebroek
Soort archief:
overheid
Omvang:
24,25 m
Raadpleegbaar:
geheel openbaar
Auteur:
W. Brieffies (1985, 1997)
Vindplaats:
Categorie:
Gevonden archiefstukken
95 Jan Claesz. Jongejan, eiser voor het Hof van Holland, verklaart dat hem indertijd door burgemeesters en regeerders van Grotebrouck, gedaagden, toestemming is verleend om een herberg te drijven, wat hij 12 jaar heeft gedaan. Verleden jaar heeft hij zijn herberg "Het roode hart" verkocht om zijn nering in de herberg "De drie vlesschen" voort te zetten. Dit is hem door gedaagden verboden, waarop hij zich driemaal met een request tot Gecommitteerde Raden van West-Friesland en het Noorderkwartier heeft gericht; na de derde maal hebben zij beschikt om de zaak naar de competente rechter te verwijzen. Op 6 mei 1619 is hij door schepenen van Grotebrouck veroordeeld tot een boete van 17 pond. Hij acht dit vonnis ongeldig om redenen dat de schepenen ook de betreffende keuren hebben vastgesteld, zij de helft van de boeten ontvangen, en hij niet door hen is gehoord. Voorts voert hij aan dat de toestemming hem indertijd is verleend op een tijdstip dat er in Boevencarspel meer herbergen waren dan tegenwoordig, en tenslotte dat het vonnis de schijn wekt alsof hij zijn nering niet goed zou hebben gedreven.
De gedaagden verklaren dat de herberg "Het roode vliegende hart" in 1612 door Geerte Joostendr. voor fl. 3000 is verkocht aan Sijvert Claesz. en Lijsbeth Dignusdr., echtelieden, die haar weer aan de eiser verkochten. Deze heeft de herberg in 1619 overgedaan aan Dignum Sijvertsdr. voor fl. 3900. Daarna heeft eiser van Sijmon Gerritsz. Schroor het huis "De drie vlesschen" gekocht, dicht bij de eerstgenoemde herberg gelegen, waarbij hij de verkoper verzocht te verklaren dat het huis reeds jaren als herberg in gebruik was. Sijmon Gerritsz. heeft dat echter niet in het koopcontract willen opnemen. Ofschoon eiser wist dat hij voor het drijven van een herberg toestemming nodig had van gedaagden heeft hij het huis gekocht. De inwoners van Boevencarspel hebben daarop gedaagden verzocht geen toestemming te verlenen.