145
Bestuursarchief Gemeente Limbricht, (1798) 1800-1937 (1971)
Inleiding
Demografische gegevens betreffende de gemeente Limbricht De samenstelling van de beroepsbevolking
145 Bestuursarchief Gemeente Limbricht, (1798) 1800-1937 (1971)
Gegevens over de samenstelling van de beroepsbevolking zijn te vinden in de volkstellingen van 1799 en 1909 en een beroepstelling van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) in 1930. De indeling van beroepen en verdere specificaties waren elke keer anders. De resultaten van deze onderzoeken naar de beroepssamenstelling worden in onderstaande tabel weergegeven. N.B.: Zie voor genoemde tabel pag. 142-147 van Het Historisch Jaarboek voor het Land van Zwentibold, uitgave 1997 nummer XVIII.
Volkstelling 1909 Het overzicht van 1909 bevatte de volgende toelichting: Onder A zjin gebracht personen die zijn hoofd eener zaak of inrichting, van een bedrijf of onderneming voor eigen rekening. Onder B, personen die zjin hoofd een zaak of inrichting, van een bedrijf of onderneming als bestuurder voor rekening van een ander. Onder C, personen in dienstbetrekking, belast met eenige directie, opzicht of contrôle (opzichter, contrôleur, chef, meesterknecht, ploegbaas enz). Onder D, personen in dienstbetrekking en behoorende tot de gewone werklieden (handwerkslieden, veldarbeiders, fabrieksarbeiders, scheepsgezellen, matrozen, loopbedienden, boden, bestellers, enz.). N.B.: Zie voor genoemde tabel pag. 142-147 van Het Historisch Jaarboek voor het Land van Zwentibold, uitgave 1997 nummer XVIII.
Beroepstelling CBS 1930 N.B.: Zie voor genoemde tabel pag. 142-147 van Het Historisch Jaarboek voor het Land van Zwentibold, uitgave 1997 nummer XVIII. Het is moeilijk om de resultaten van de onderzoeken naar de samenstelling van de beroepsbevolking met elkaar te vergelijken, doordat verschillende indelingen zijn gehanteerd. Wel kan men concluderen dat Limbricht gedurende de periode 1800-1937 een agrarische gemeente was, waar tussen 1909-1930 een steeds groter deel van de beroepsbevolking werkzaam werd in de "bouw" en de mijnen. In 1909 was rond 11% van de beroepsbevolking werkzaam in de bouw en 1% in de mijnen. In 1930 was dat respectievelijk rond de 23% en 12%.
Inventaris
| ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||




