244 Europese dagboeken en egodocumenten ( NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies )
Uitleg bij archieftoegang
Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.
Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:
Kenmerken van het archief
Inleiding op het archief
Inventaris of plaatsingslijst
Eventueel bijlagen
De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.
De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.
De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.
Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.
U kunt dit stuk raadplegen in de studiezaal van NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies. U heeft daarvoor de volgende gegevens nodig: Archiefnummer:244 Inventarisnummer:1693
1693 Wooninck, Albert J.
Auteur:
Wooninck, Albert J.
Openbaarheid:
Deze stukken zijn beperkt openbaar. Zij zijn slechts raadpleegbaar na verkregen toestemming van de directeur van het NIOD. Voor bezoekers die deze toestemming willen hebben, ligt een formulier bij de balie van de studiezaal van het NIOD.
Vorm:
Dagboek met bijlagen (uitgeprinte versie (kleur))
Omvang:
35 pagina's
Periodisering:
13 november 1944 - juni 1945
Periode van ontstaan:
13 november 1944 - juni 1945
Localisering:
Rotterdam, Münster, Haltern, Sythen, reis via Maastricht, Eindhoven en Tilburg
Taal:
Nederlands
Inhoud:
De auteur wordt opgepakt bij de novemberrazzia van 1944 in Rotterdam. Hij komt na een lange treinreis via Zwolle aan in de stad Münster. In zijn wagon zitten een aantal buurtgenoten. In een barakkenkamp in de buurt van Münster wordt hij ingekwartierd. Hier krijgt hij te eten en drinken en kan hij zich wassen en scheren. Dan volgt registratie. Het eten is "dragelijk". Na enkele dagen onzekerheid gaat hij door naar Haltern, dicht bij de grens met Nederland. Hier heeft ieder een eigen bed in een oude gymnastiekzaal. Hij krijgt bonnen om inkopen te doen. Er is meer te koop dan in Rotterdam. Hij moet de kapot gebombardeerde spoorlijn helpen repareren. Per week verdient hij ongeveer 30 mark en kriigt voorschotten. Hij wast zijn kleren, stopt zijn sokken en kookt soms eigen eten. Meestal krijgt hij soep te eten. Vaak is er luchtalarm. Hij stuurt post naar huis, maar weet niet of het overkomt. 7 December 1944 wordt hij overgeplaatst naar Sythen, drie kwartier lopen van Haltern, waar hij slaapt op een strozak. Hij krijgt rookwaar. Nu gaat hij vanaf Haltern met de trein naar zijn werk. Te eten is er meer dan voldoende. Hij krijgt ook van Duitse omwonenden, die hij heeft leren kennen. Met Kerstmis, dat hij op verschillende plaatsen viert, is hij vrij. Met zijn verdiende geld koopt hij een nieuwe bril en schoenen met houten zolen. Met oud en nieuw werkt hij als wisselwacht, opdat deze niet bevriezen. Als er iemand eens naar Den Haag gaat, geeft hij zijn dagboek en brieven mee, zodat zijn echtgenote weet dat het hem niet slecht gaat. In een brief terug vertelt ze dat ze probeert hem af te laten keuren. Zij krijgt in Nederland de helft van zijn laatst verdiende loon. Er is gebrek aan kolen, hout en voedsel. Hij krijgt ook een pakje van haar. Er moeten schuilplaatsen en brandgangen gegraven worden, vermoeiend werk. In februari 1945 zijn er bombardementen, waarbij slachtoffers vallen. In maart 1945 krijgt hij andere werktijden. 's Morgens 5 uur staat hij op en is om 7 uur thuis.
Inhoud vervolg:
Hij moet nu naar zijn werk lopen. Dagelijks is er drie keer groot luchtalarm. Hij meldt zich een tijdje ziek. Voedsel is er steeds minder, vooral warm eten. Hij ziet het einde van de oorlog naderen. Haltern is zeven keer gebombardeerd en bijna uitgebrand. Het is eind maart 1945. Hij heeft niet veel zin meer om in zijn dagboek te schrijven of iets te doen. De voedselvoorziening is volkomen in de war. Overdag wordt niet meer gewerkt en hij heeft zich nog steeds ziek gemeld. Er komen grote aantallen vliegtuigen overvliegen. 29 Maart 1945 komen Amerikaanse tanks voorbij rollen en zijn ze bevrijd. In een droge sloot vindt hij een geweer, een sliert patronen en een bajonet. De bewoners van Sythen zijn even blij als hij met de bevrijding. Hij rookt Engelse en Amerikaanse sigaretten. Eten krijgt hij van Duitse kennissen, die volgens hem speciaal Nederlanders steunen. Vanaf 4 april 1945 moet hij klaar staan om te vertrekken, maar dat wordt steeds uitgesteld. De Amerikanen geven veel vlees en limonade, chocola, bonen en snoep. Hij helpt in Haltern puin ruimen. 13 April 1945 vertrekt hij per auto naar Wülfen, twintig kilometer verder. Er is daar water en eten, maar hij slaapt op planken. Ze maken een douche. Het duurt tot 18 mei 1945 voordat hij met een grote groep Nederlanders per trein in Maastricht aankomt. Hij krijgt voor onderweg knäckerbrot en een rol zuurtjes mee. De deuren van de trein staan open en iedere keer als deze stopt, kan hij uitstappen. De reis gaat langzaam en in Nederland staan onderweg mensen met vlaggen en zakdoeken te zwaaien. Na een korte stop gaat de reis verder door België en wordt hij in Eindhoven opgevangen. Hier krijgt hij sigaretten en eten. Hij wordt ontluisd, geregistreerd, gekeurd en doorgelicht. In Tilburg wonen kennissen, die hem opvangen als een eigen zoon. Hij schrijft zijn echtgenote brieven en kaartjes en stuurt zijn dagboek op. Juni 1945 is hij bij zijn ongeduldig wachtende echtgenote terug.
NB:
In de dagboektekst heeft de bewerker brieven en kaarten opgenomen
Datum beschrijving:
januari 2011
Illustratie:
In de tekst zijn afbeeldingen van kaarten en andere bijlagen in kleur afgedrukt