A  |  A  |  A
Uw zoekacties: Sacramentsbroederschap te Grave, 1375-1896
 7070 Sacramentsbroederschap te Grave, 1375-1896 ( Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC) )
 
 
Zoek in deze archieftoegang
 
 
 
 
 
Inventaris
Hoewel een algemene definitie van een broederschap moeilijk val t te geven, daar er grote onderlinge verschillen bestaan in de diverse verschijningsvormen en broederschappen, is een globale omschrijving van de belangrijkste kenmerken en taken van een broederschap noodzakelijk. Broederschappen zijn sociaal-religieuze verenigingen van leken enof religieuzen, wier leden op voet van gelijkheid met elkaar omgaan, wat onder andere blijkt uit het houden van gezamenlijke maaltijden. Een broederschap heeft een zelf-gekozen bestuur en de leden hebben religieuze, geldelijke en zedelijke verplichtingen ten opzichte van de broederschap. Vaak bezit een broederschap een altaar in de parochiale kerk, dat is gewijd aan een heilige of een heilig symbool. Tot de bezigheden van de leden behoren het onderhoud van het onderhavige kerkgebouw, de beoefening van caritas, de bevordering van de openbare eredienst, alsook de bevordering van de onderlinge band 1).
Uitgaande van bovenstaande omschrijving, in samenhang met de in het archief aanwezige stukken, kunnen wij aangaande de broederschap van het heilg Sacrament te Grave, ook wel de Venerabele broederschap genoemd, het volgende opmerken. De Sacramentsbroederschap, die op 6 jini 1438 de goedkeuring van de stad Grave verkreeg 2) , was een vereniging van leken die in de parochiekerk te Grave een altaar bezat, gewijd aan het heilig Sacrament. Dientengevolge stelde de broederschap de verlangd plechtigheden ter ere van het heilig Sacrament bij voorkeur op de donderdag, de dag waarop het Sacrament werd ingesteld 3).
Een belangrijke taak van de Sacramentsbroederschap was de beoefening van de caritas, welke in Grave hoofdzakelijk geschiedde in de vorm van het uitdelen van brood, voornamelijk roggebrood, aan de armen 4).
Deze caritatieve taak werd tot ver in de negentiende eeuw beoefend.
Betreffende de organisatie van de Sacramentsbroederschap kan worden vermeld dat het bestuur bestond uit twee dekens, met als bijzonderheid dat het aantal leden niet groter mocht zijn dan veertig personen. De onderlinge band tussen deze leden werd bevorderd door het houden van gezamenlijke maaltijden, waarbij de leden verplicht waren te verschijnen. Bovendien werden onderlinge twisten tussen de broeders door de dekens beslecht, die in dit geval zelfs het recht bezaten om recalcitrante broeders uit de broederschap te zetten. Verder bestond de verplichting om in geval van overlijden van één van de mede-broeders of hun respectievelijke echtgenotes, de uitvaartplechtigheid te verzorgen 5) . Naast bovenstaande morele verplichtingen kenden de leden van de broederschap ook financiële verplichtingen, zoals de contributie, die tweeledig was. Enerzijds de geldelijke bijdrage en anderzijds de verplichting om jaarlijks een vat rogge ten behoeve van de caritas aan de broederschap te schenken. Daarnaast verkreeg de broederschap inkomsten uit schenkingen van leden en niet-leden. De rekeningen, waarin de inkomsten en uitgaven van de broederschap waren verwerkt, werden door één van de dekens opgemaakt.6).
Door de Sacramentsbroederschap zijn verschillende "fusies" met andere in Grave bestaande broederschappen aangegaan. In 1687 ging de Sacramentsbroederschap samen met Sint Elizabethbroederschap, waarbij zich in 1737 ook de Onze Lieve Vrouwebroederschap en in 1768 tenslotte nog de Sint-Jacobsbroederschap voegden 7) . Deze laatste waarschijlijk door een tekort aan leden. Als bijzonderheid dient te worden vermeld dat deze gecombineerde broederschappen altijd hun eigen administratie zijn blijven bijhouden.
Tot wanneer de Sacramentsbroederschap heeft bestaan, is moeilijk te zeggen. Wel kunnen wij met een aan zelerheid grenzende waarschijnlijkheid stellen dat de Sacramentsbroederschap nooit is opgeheven, maar een stilzwijgende door is gestorven.
De lotgevallen van het archief.
De manier waarop het archief van de Sacramentsbroederschap tot ons is gekomen, vormt een verhaal op zich. Eén van de laatste dekens van de Sacramentsbroederschap die ons bekend is, was Petrus Joseph Walter ( 1767 - 1855 ) 8) , wethouder van de stad Grave. Zeer waarschijnlijk volgde zijn zoon Josephus Aloysius Walter (1802 - 1859) hem op in de functie van deken van de broedeschap, waarna diens zoon Josephus Gerardus Walter (1852 - 1901) 9). Of de laatste de functie van deken heeft uitgevoerd is niet zeker, doch zeer waarschijnlijk beheerde hij het archief, want na zijn dood trad zijn echtgenote E.M. van Roermund (1851 - 1913) op als beheerster van het archief van de Sacramentsbroederschap 10). Na haar overlijden kwam het archief in handen van haar dochter Maria Louise Walter (1886 - 1963) 11) en toen deze laatste stierf, werd het archief door haar erfgenamen in het begin van de jaren zeventig openbaar geveild, met als betreurenswaardig gevolg dat het archief versnipperd raakte.
Een gedeelte van het archief werd opgekocht door een vrouw, wier naam niet meer te achterhalen is en een ander gedeelte kwam terecht bij een antiquair in s'Hertogenbosch, wat gelukkig kon worden verworven door de archiefdienst van het Land van Cuijk. Het rijksarchief te s'Hertogenbosch wist op de veiling vijf charters en vier manualen te bemachtigen, welke in copie te Grave aanwezig zijn. Van één van deze chartes hebben wij overigens geen verband met de broederschap kunnen aantonen. De rest van het archief kon in de jaren 1972 - 1978 stukje bij beetje worden aangekocht.De inventaris van het archief van de Sacramentsbroederschap is niet volledig zolang de stukken, thans berustend in het archief van de gecombineerde broederschappen, niet beschreven zijn. Het zou aanbeveling verdienen om alle broederschappen van de stad Grave te inventariseren en in een gemeenschappelijke inventaris te publiceren, zodat het onderling verband tot zijn recht zou komen.
Noten.

1. ) Zie o.a.:
G.le Bras, Les confréries chrétiennes, in: Etudes de la sociologie réligieusse, vol. III, part 2., Paris 1956, pp 423 - 462.
J. Duhr, La confrérie dans la vie de l,église, in : Revue dhistoire écclésiastique 35 (1939) , pp 437 - 462.
H. Durand, s.v. Confrérie, in: Dictionnairede droit canonique, vol. IV, Paris 1949, coll. 128 - 176.
C. Kruisheer, Ordenantie van de Onze-Lieve-Vrouwebroederschap te Doesburg, ca. 1397 - 1580, Ellecom 1976, pp 55 - 58.
2.) Inventaris. 1.
3.) Zie o.a. de inventarisnrs. 23, 25, 28 en 46 met de daarbij horende regestnr. 34, 38, 46 en 54.
4.) Zie o.a. de inventarisnrs. 26, 34 en 47 met de daarbij horende regestnrs. 40, 56 en 58.
5.) Inventarisnr. 1.
6.) Inventarisnrs. 81 tot en met 96.
7.) A.van Agt en H. Essink, Inventarissen van archieven der kerkelijke instellingen te Beers, Boxmeer en Grave, p 113.
8.) Inventarisnr. 96.
9.) Nederlands patriciaat, Genealogieën van vooraanstaande geslachten, jaargang 54, Den Haag 1968, pp. 313 - 318.
10.) Van Agt en Essink, o.c. p. 97.
11.) Nederlands patriciaat, o.c. , p. 318.
I Stichting
II Goederenbeheer
III Financiën
IV Varia
Regesten
Kenmerken
Vindplaats origineel:
Locatie Grave
Vindplaats:
Categorie: