135
Hervormde Kerk Brielle
Inleiding
Archiefvorming Geschiedenis van de instelling Organisatie van de instelling Kerkmeesters
135 Hervormde Kerk Brielle
De kerkmeesters vormden het college dat het beheer over de gebouwen coördineerde. Zij werden evenals de rentmeester, aangesteld door het stadsbestuur van Brielle. Zij kwamen niet vaak bijeen, soms zelfs in geen jaren. Op de vergadering van 25 oktober 1791 volgt er één op 16 mei 1794 en daarop volgt er één op 6 augustus 1795. De notulen van de vergadering van 1 januari 1787 volgen op die van 14 augustus 1777! In de regel werd echter gemiddeld één vergadering per jaar gehouden. Er was ook niet veel te bespreken voor de kerkmeesters, wie moet de kaarsen leveren, aan wie moeten zitplaatsen verhuurd worden en is er nog enig onderhoud nodig aan het kerkgebouw, zijn de telkens terugkerende agendapunten. De rentmeester was secretaris voor de vergaderingen van de kerkmeesters. * Hij voerde het beheer en legde hiervan jaarlijks verantwoording af aan de Brielse magistraat. Dit deed hij middels zijn Rekening van de Groote of St. Catharijnekerk. Overigens week dit niet af van de gang van zaken van vóór 1572. Ook toen benoemde het stadsbestuur de kerkmeesters en de rentmeester, en werden de rekeningen door hen afgehoord. Gevolg voor het archief is dat de middeleeuwse en latere jaarrekeningen van de Catharijnekerk en van de Pieterskerk in het stadsarchief van Brielle berusten. De belangrijkste inkomsten voor de kerkmeesters kwamen uit de verhuur van zitplaatsen in de kerken, de verhuur van graven en grafkelders, legaten en andere schenkingen.
Hoewel in 1795 de scheiding tussen kerk en staat in beginsel was aanvaard, bleef de feitelijke toestand nog enige tijd hetzelfde. De Staatsregeling van 1798 bepaalde dat de kerkelijke gemeenten zelf moesten voorzien in de kosten van de eredienst, het onderhoud van de kerkgebouwen en de traktementen van de predikanten. Hiertoe waren de bestaande inkomstenbronnen niet toereikend. Evenals in andere gemeenten werd in Brielle in 1798 een kerkelijke commissie ter bevordering van (de) kerkelijke belangen (van de Nederduitsche Gereformeerde gemeente van Brielle) opgericht. Hierin hadden zes leden van de kerkenraad en zes uit de gemeente zitting. Deze kerkelijke commissie bleef voortbestaan tot 1809. Per 1 januari 1810 werden de bepalingen van de Staatsregeling van kracht (bij Koninklijk Besluit van 2 augustus 1809). Vanaf dat moment werd er tijdens de kerkdiensten een extra collecte gehouden voor het onderhoud van de gebouwen. Een andere bron van inkomsten werd de hoofdelijke omslag over de gemeenteleden. Het archief van de kerkelijke commissie is in deze inventaris opgenomen.
Inventaris
| |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||





