551.1
Trammaatschappijen Zeeland en Zuidhollandse Eilanden, kaarten en tekeningen
Inleiding
1. Geschiedenis van de stoomtrammaatschappijen
Eind negentiende eeuw worden overal in Nederland stoomtrammaatschappijen opgericht. Zo ook in Zeeland en op de Zuidhollandse eilanden. De ondernemingen richten zich niet alleen op personen-, maar vooral ook op goederenvervoer. Met name het transport van landbouwprodukten en in het bijzonder van suikerbieten heeft een grote rol gespeeld. Voor de economische en sociaal-culturele ontwikkeling van de verschillende regio's is de stoomtram van grote betekenis geweest.
De bloeiperiode van de stoomtram in Zeeland ligt in de jaren twintig, terwijl de daaropvolgende crisisjaren een belangrijke daling in het vervoer van personen en goederen laten zien. Deze achteruitgang wordt niet alleen veroorzaakt door de heersende economische malaise, maar eveneens door de opkomst van de autobus en de vrachtwagen. Vanwege een rendabeler exploitatie gaan ook de trammaatschappijen steeds meer over tot de aanschaf van autobussen en vrachtwagens. Een belangrijke opleving beleeft de stoomtram nog in de oorlogsjaren 1940-1945. Na de oorlog winnen de autobus en de vrachtwagen het echter zienderogen. In het begin van de jaren vijftig wordt de exploitatie van de stoomtram voorgoed stopgezet.
In deze catalogus zijn de kaarten en tekeningen beschreven van de volgende maatschappijen * : - Rotterdamsche Tramweg-Maatschappij (RTM) - Stoomtram Walcheren (SW) - Stoomtram-Maatschappij Breskens-Maldeghem (SBM) - IJzendijksche Stoomtramweg-Maatschappij (IJzSM) - Stoomtram Hulst-Walsoorden (SHW) - Zeeuwsch-Vlaamsche Tramweg-Maatschappij (ZVTM)
De SBM, IJzSM en SHW zijn uiteindelijk opgegaan in de ZVTM. Op 1 juli 1977 fuseren de RTM, SW en ZVTM tot de N.V. Streekvervoer Zuid-West Nederland (ZWN).
1.1. Rotterdamsche Tramweg-Maatschappij (RTM)
De Rotterdamsche Tramweg-Maatschappij is op 12 november 1878 te Rotterdam opgericht. Korte tijd later exploiteert de onderneming een uitgebreid lijnennet in Rotterdam, op de eilanden ten zuiden van Rotterdam en elders in het land. Vanaf 1904 wordt het vervoersgebied beperkt tot de eilanden ten zuiden van Rotterdam. Rotterdam blijft wel het centrale punt, waarop de vervoersstromen zich richten. Op de respectieve eilanden worden de volgende lijnen geopend: Hoeksche Waard 1898: Rotterdam-Zuid-Beijerland (1900: zijlijn Numansdorp Haven) Krooswijk-Oud-Beijerland 1903: Oud-Beijerland-Goudswaard 1904: Blaakse Dijk-Strijen Haven Middeldijk-Zwijndrecht * Voorne-Putten 1904: Hillesluis-Spijkenisse Molendijk (1905: verlengd tot Spijkenisse Station) 1905: Spijkenisse Station-Hellevoetsluis 1906: Spijkenisse Station-Oostvoorne (1948: verlengd tot Oostvoorne Nieuwe Strand) Flakkee 1909: Middelharnis Haven-Ouddorp Middelharnis Dorp-Ooltgensplaat Sint Philipsland; Schouwen-Duiveland 1900: Steenbergen-Anna-Jacobapolder Zijpe-Brouwershaven Slingerbos 1915: Brouwershaven-Burgh
Om tot een gunstiger bedrijfsresultaat te komen, worden in 1925 benzinemotorrijtuigen aangeschaft. Na 1945 is tevens gestart met het vervoer per autobus. Deze wint in de navolgende jaren steeds meer veld. De exploitatie met de stoomtram is in 1956 nagenoeg stopgezet. Op Schouwen-Duiveland is dit na de watersnoodramp van 1953 reeds het geval. Het vervoer per motorwagen wordt tenslotte in 1966 afgeschaft. Vanaf dat jaar vindt het personenvervoer uitsluitend plaats met de autobus.
De maatschappij heeft voorts een scheepvaartbedrijf geëxploiteerd, dat de verbindingen tussen de eilanden heeft verzorgd. De afsluiting der zeearmen in het kader van de Deltawet maakt de veerdiensten tenslotte overbodig. In 1988 is de laatste veerdienst Zijpe-Anna-Jacobapolder opgeheven.
1.2. Stoomtram Walcheren (SW)
Al in 1881 kent Walcheren een tramlijn tussen Middelburg en Vlissingen, geexploiteerd door het Belgische bedrijf Chemins de Fer économiques Néerlandais (CFN). In 1885 wordt de exploitatie hiervan voortgezet door de S.A. des Tramways à vapeur de Flessingue-Middelbourg et extensions (TVFM). *
Daarnaast wordt op 15 mei 1903 de Stoomtram Walcheren (SW) opgericht, gevestigd te Vlissingen. Op 14 april 1906 neemt deze maatschappij de lijnen Middelburg-Koudekerke-Domburg en Koudekerke-Vlissingen in gebruik. In 1926 begint de onderneming tevens een autobusdienst van Middelburg via Serooskerke naar Domburg, waarna in de jaren dertig de trams grotendeels vervangen worden door autobussen.
De Electrische Tram Vlissingen-Middelburg (VM) van de Provinciale Zeeuwse Electriciteits Maatschappij (sinds 1929 de opvolger van de TVFM) wordt op 1 januari 1946 overgenomen door de Stoomtram Walcheren. Het gaat daarbij slechts om de vervoersconcessies. De tram Middelburg-Vlissingen rijdt dan al geruime tijd niet meer. In 1960 wordt de naam gewijzigd in N.V. Streekvervoer Walcheren.
1.3. Stoomtram-Maatschappij Breskens-Maldeghem (SBM)
De Stoomtram-Maatschappij Breskens-Maldeghem is opgericht op 24 april 1886. De maatschappij houdt kantoor te Draaibrug en Breskens en exploiteert achtereenvolgens de navolgende lijnen: 1887: Breskens-Maldeghem (zijlijn Draaibrug-Sluis) 1912: Oostburg-Cadzand * 1925: Breskens-Cadzand 1926: Cadzand-Sluis (1927: zijlijn Cadzand-Cadzand Haven2; 1929: zijlijn Retranchement-grens, aansluitend op een Belgische lijn naar Knokke)
Het reizigersvervoer per tram wordt vanaf 1 augustus 1948 stopgezet en vindt dan uitsluitend nog plaats per autobus. Het goederenvervoer per tram wordt tenslotte in september 1949 gestaakt. Op 1 januari 1975 komt een integratie tot stand met de Zeeuwsch-Vlaamsche Tramweg-Maatschappij.
1.4. IJzendijksche Stoomtramweg-Maatschappij (IJzSM)
De IJzendijksche Stoomtramweg-Maatschappij is op 2 november 1889 opgericht en wordt gevestigd te IJzendijke. Een van de initiatiefnemers is de heer M. Lippens, grootgrondbezitter in deze regio. Op 1 juni 1891 wordt de lijn Schoondijke-IJzendijke-Veldzicht in gebruik genomen (met aansluiting op de Belgische lijn Eeklo-Watervliet). Diverse uitbreidingsplannen zijn op niets uitgelopen en in 1912 gaat de maatschappij op in de Zeeuwsch-Vlaamsche Tramweg-Maatschappij.
1.5. Stoomtram Hulst-Walsoorden (SHW)
De oprichting van de Stoomtram Hulst-Walsoorden vindt plaats op 18 februari 1902 te Hulst. Elf maanden later, wordt op 15 december 1902 de lijn Hulst- Walsoorden-dorp in gebruik genomen en in het daaropvolgende jaar verlengd tot aan de veerhaven.
De maatschappij wordt in 1918 een dochteronderneming van de Zeeuwsch- Vlaamsche Tramweg-Maatschappij, maar blijft tot 31 december 1944 als zelfstandige maatschappij bestaan.
1.6. Zeeuwsch-Vlaamsche Tramweg-Maatschappij (ZVTM)
De Zeeuwsch-Vlaamsche Tramweg-Maatschappij wordt op 20 juni 1911 opgericht en heeft haar kantoren te Axel en Terneuzen. Initiatiefnemers zijn o.a. de eerdergenoemde M. Lippens, commissaris van de IJzendijksche Stoomtramweg-Maatschappij en de heer P. Dieleman, advocaat en procureur te Middelburg en later lid van Gedeputeerde Staten van Zeeland. Door de Eerste Wereldoorlog wordt de uitvoering van de plannen ernstig vertraagd. De onderneming legt tenslotte een uitgebreid lijnennet aan. In de navolgende jaren worden achtereenvolgens geopend: 1914: IJzendijke-Sas van Gent 1915: Sas van Gent-Drieschouwen-Roode Sluis grens Sas van Gent-Zelzate 1916: Drieschouwen-Zaamslag Zaamslag-Kloosterzande Zaamslag-Terneuzen (in 1920 doorgetrokken tot Oostkanaalarm) 1918: Philippine-Terneuzen Pyramide-Hoofdplaat 1926: Zaamslag-Kampersche Hoek (alleen goederenvervoer) IJzendijke-Stroopuit (alleen goederenvervoer) 1927: Hoofdplaat-Roodenhoek 1928: Roodenhoek-Breskens
In 1935 wordt naast de stoom- ook dieselelektrische tractie ingevoerd. Daartoe wordt een vijftal rijtuigen omgebouwd tot motorwagen. Aan het eind van de jaren dertig wordt ook hier het vervoer met de autobus en vrachtwagen ter hand genomen. Vanaf 1 augustus 1948 vindt het reizigersvervoer uitsluitend nog per autobus plaats. Het transport van goederen per tram wordt tenslotte in september 1949 gestaakt.
Met de Stoomtram-Maatschappij Breskens-Maldeghem is jarenlang onderhandeld om te komen tot één maatschappij voor geheel Zeeuwsch-Vlaanderen. Tot een integratie komt het pas op 1 januari 1975.
Naast de hiervoor genoemde trammaatschappijen zijn er op Zuid-Beveland nog twee bedrijven actief. Van 1913 tot 1933 exploiteert de Provinciale Stoombootdienst op de Westerschelde onder de naam Stoomtramweg Hansweert-Vlake (HV) een verbinding tussen de steiger van de veerboot te Hansweert en het station Vlake. * In 1927 worden bovendien door de N.V. Spoorweg-Maatschappij Zuid-Beveland (SZB) drie lijnen vanuit Goes geopend. Een ringlijn door de Zak van Zuid-Beveland en lijnen naar Wemeldinge en Wolphaartsdijksche Veer. De exploitatie wordt uitgevoerd door de Nederlandse Spoorwegen. * 2. Geschiedenis van de collectie
In de jaren 1980-1981 verwerft het Rijksarchief in Zeeland van de ZWN de archieven van achtereenvolgens de Stoomtram-Maatschappij Breskens-Maldeghem, het Streekvervoer Walcheren en de Zeeuwsch-Vlaamsche Tramweg- Maatschappij (inclusief Stoomtram Hulst-Walsoorden). Deze archieven blijken dan lang niet alle volledig. In het bijzonder blijken de kaarten en tekeningen te ontbreken.
Eind 1987 informeert de heer B. Bouwmeester het Rijksarchief over de aanwezigheid van een groot aantal tekeningen in het kantoor van de N.V. Streekvervoer Zuid-West Nederland te Zierikzee. Naar aanleiding van deze mededeling is contact opgenomen met het vervoersbedrijf met als resultaat dat de betreffende tekeningen in januari 1988 in bewaring worden gegeven aan het Rijksarchief in Zeeland.
Het betreft ongeveer 2700 tekeningen, die afkomstig zijn uit wat vermoedelijk ooit de tekeningenarchieven waren van de Rotterdamsche Tramweg-Maatschappij, de Stoomtram Walcheren, de IJzendijksche Stoomtramweg-Maatschappij, de Stoomtram Hulst-Walsoorden en de Zeeuwsch-Vlaamsche Tramweg-Maatschappij. Tussen 1977, het jaar van de totstandkoming van de N.V. Streekvervoer Zuid-West Nederland, en 1987 zijn deze tekeningen van de 'voorlopers' terechtgekomen op het kantoor te Zierikzee. *
Uit de reeds eerder overgedragen archieven en uit andere bron zijn aan de hier beschreven collectie toegevoegd: - 73 tekeningen, afgezonderd van het in 1981 in bewaring gegeven archief van de Zeeuwsch-Vlaamsche Tramweg-Maatschappij. Deze tekeningen zijn toegevoegd, omdat zij een aanvulling vormen op het tekeningenarchief. - 27 tekeningen, ontvangen van de heer B. Bouwmeester en ooit afgedwaald uit het tekeningenarchief van de Zeeuwsch-Vlaamsche Tramweg-Maatschappij. - 12 tekeningen, ontvangen van de Gemeente Oostburg in mei 1990 en afkomstig van de Stoomtram-Maatschappij Breskens-Maldeghem. - 14 tekeningen afkomstig van het in 1980 in bewaring gegeven archief van de Stoomtram Walcheren.
In de nog te verschijnen inventarissen van de archieven van de verschillende trammaatschappijen worden de gelichte stukken vermeld onder verwijzing naar deze catalogus.
De tekeningen omspannen het tijdsbestek 1886-1962. Het gaat hier voornamelijk om de periode van de stoomtram. Het tekeningenarchief van de Rotterdamsche Tramweg-Maatschappij heeft daarnaast ook betrekking op de begintijd van de autobus.
3. Verantwoording van de bewerking
3.1. Oude orde
De tekeningen zijn in 48 rollen en pakken binnengekomen, onder meer ten gevolge van eerdere verhuizingen vrijwel zonder enige ordening. Op de achterkant van de meeste tekeningen zijn - veelal meerdere - nummeringen of codes aangetroffen, die betrekking moeten hebben gehad op niet meer aanwezige 'registers van kaarten en tekeningen'. In totaal blijken negen verschillende codes te zijn gehanteerd. Het zijn hoofdzakelijk nummeringen, in een beperkt aantal gevallen gecombineerd met een lettercode.
Tijdens en na de beschrijving is met behulp van de computer onderzocht of een bepaalde oude orde te reconstrueren is. Daartoe zijn eerst in de concept-beschrijving van iedere tekening de gevonden nummeringen en codes overgenomen, waarna deze geanalyseerd zijn. Helaas heeft dit geen bruikbare ordening ten behoeve van een catalogus opgeleverd. Wel is gebleken, dat de lettercodering nu eens staat voor een plaatsnaam, dan weer voor een onderwerp. De codering is tenslotte bruikbaar gebleken bij de bepaling of tekeningen al dan niet een serie vormen of anderszins bij elkaar behoren.
3.2. Ordening
Vanwege het ontbreken van een oude orde is gekozen voor een voor deze catalogus ontworpen ordeningsschema, gebaseerd op de volgende hoofdrubrieken: - Tramlijnen Hier zijn ondergebracht tekeningen betreffende de loop van de trambaan; de rails (verbindingen, onderdelen); kunstwerken in en aan de trambaan, zoals duikers en bruggen; objecten gesitueerd aan de trambaan, zoals lantaarnpalen, beveiligingsinstallaties, veekeringen en -ladingen (met uitzondering van gebouwen). Voor zover te herkennen zijn deze tekeningen gerangschikt onder de betreffende tramlijn. - Gebouwen Binnen deze rubriek is in de beschrijvingen zoveel mogelijk de situering aan de betreffende tramlijn aangegeven. - Rollend materieel - Varend materieel
Voor de Zeeuwsch-Vlaamsche Tramweg-Maatschappij is hier nog aan toegevoegd een hoofdrubriek 'telefoonverbindingen'.
Ook na uitgebreid onderzoek is voor sommige tekeningen de herkomst niet geheel duidelijk geworden. Het is denkbaar dat bij hoge uitzondering een enkele tekening afkomstig van ZVTM, IJzSM of SHW onder de verkeerde afdeling geplaatst is.
3.3. Beschrijving
In de beschrijving is de vermelding, dat het om een bouw- of technische tekening gaat, consequent achterwege gelaten, omdat de hier beschreven collectie uitsluitend uit deze type tekeningen bestaat. De aanduiding van de uiterlijke vorm was eveneens overbodig. Beschreven zijn uitsluitend bladen.
Slechts in die gevallen dat de archiefvormende instantie zelf de tekening heeft laten tekenen, wordt in de beschrijving de vervaardiger niet vermeld. Voor zover te achterhalen is in de beschrijving de naam van een fabrikant opgenomen. Deze vermelding betekent, dat de tekening door of in opdracht van de betreffende fabrikant is gemaakt. De vraag of het getekende object ook daadwerkelijk door deze fabrikant is gebouwd of vervaardigd, is om praktische redenen buiten beschouwing gelaten.
Voor de datering is in de beschrijving uitgegaan van de datum, zoals deze op de tekening vermeld is. Gaat het om een tekening, waarbij een latere wijziging is ingetekend of gedrukt met behulp van een gewijzigde calque, dan dient men er op bedacht te zijn, dat de datering veelal die van de oorspronkelijke tekening betreft. Als op de tekening zelf is aangegeven, dat deze bij een brief behoort, is echter in de beschrijving de datum van deze brief aangehouden. In een aantal N.B.'s is een conclusie geformuleerd in termen van 'waarschijnlijk' of 'mogelijk'. 'Waarschijnlijk' wil hier zeggen, dat de conclusie is gebaseerd op vergelijking van de tekening met gegevens van andere tekeningen of uit de bestaande literatuur. * 'Mogelijk' betekent dat de aanwijzingen minder sterk zijn.
Op de tekening vermelde serienummers zijn in de beschrijving niet opgenomen. Deze nummering heeft wel een rol gespeeld bij het tot een seriebeschrijving brengen van deze tekeningen.
3.4. Relatie met overige archiefstukken De hier beschreven collectie betreft in hoofdzaak tekeningen, die los staan van de 'gewone' archiefstukken. Hoogstwaarschijnlijk hebben alle maatschappijen een afzonderlijk tekeningenarchief gehad. Hierin zijn, zoals voor de hand ligt, de calques bewaard, maar ook de lichtdrukken e.d. die als bijlage bij een brief of vergunning hebben gefungeerd. Deze brieven of vergunningen zijn meestal in het eigenlijke archief niet meer aanwezig. Ten behoeve van de onderzoeker zijn alle aangetroffen verwijzingen ernaar echter in een N.B. opgenomen
In de tekeningenverzamelingen van de RTM, de SW en de IJzSM zijn ook 'gewone' archiefstukken aangetroffen. De stukken van de SW zijn nu toegevoegd aan het eigenlijke archief van deze maatschappij, terwijl de stukken van de IJzSM bij het archief van de opvolger - de ZVTM-zijn ondergebracht. Aangezien van de RTM geen afzonderlijk archief bewaard is gebleven, zijn deze archiefstukken in een bijlage bij deze catalogus opgenomen. Het was soms nodig om de samenhang tussen vergunningen e.d. en tekeningen te verbreken, doch in zulke gevallen is altijd een zie-verwijzing in een N.B. opgenomen.
Zoals vermeld zijn van de ZVTM (inclusief SHW en IJzSM) en de SW wel archieven bewaard gebleven. Hierin blijken enkele tekeningen te zijn achtergebleven. Om het de onderzoeker niet nodeloos ingewikkeld te maken zijn deze gelicht en in hierachter beschreven. In de nog te vervaardigen archiefinventarissen zullen in deze gevallen verwijzingen naar deze catalogus worden gemaakt.
3.5. Vernietiging
Bij het vaststellen van de vernietigingscriteria is met drie categorieën rekening gehouden:
1. Doubletten en identieke tekeningen. Wanneer twee tekeningen met dezelfde afbeelding in dezelfde techniek (doubletten) of in een andere techniek (identieke tekeningen) zijn aangetroffen, dan is het exemplaar met de geringste kwaliteit verwijderd.
2. Calques en Handschriften. Deze kunnen als hulpmiddel worden gezien voor het vervaardigen van tekeningen in druk (blauw-, bruin- of steendruk). Archivistisch zijn met name de tekeningen in druk van belang, omdat deze een administratieve functie hebben vervuld, bijvoorbeeld bij het aanvragen van een vergunning of als bijlage bij een bestek. De calques en Handschriften zouden archivistich gezien verwijderd kunnen worden. Deze zijn echter toch bewaard, indien: - een identieke druk niet aanwezig is; - de calque van een aanzienlijk betere kwaliteit is dan de identieke druk. In het bijzonder doet zich dit voor bij de calques op linnenpapier. In zo'n geval is de gedrukte versie verwijderd. - de calque als een voorbeeldexemplaar dient.
3. Tekeningen, die geen relevante informatie bevatten. Hieronder verstaan we: - tekeningen afkomstig van fabrikanten of andere tramwegmaatschappijen, die slechts gefungeerd hebben ter oriëntatie of bij een offerte hebben behoord en ook geen voorbeeldfunctie vervullen. Hieronder vallen met name profielen van rails en toebehoren. De tekeningen van rollend materieel zijn nagenoeg alle bewaard. - losse detailtekeningen van een afzonderlijk object. Alleen wanneer meerdere (detail)tekeningen van zo'n object aanwezig zijn, die samen een betekenisvol geheel vormen, zijn deze bewaard. Een paar voorbeelden: het aansluitschema van de electrische bedrading van een wachtlokaal, waarvan verder geen tekeningen voorhanden zijn, is vernietigd. Een overzicht van de electrische bedrading van een rijtuig, waarvan een min of meer volledige serie detailtekeningen aanwezig is, wordt daarentegen bewaard. - tekeningen van een object dat geen specifieke betekenis heeft voor het 'tramwezen'. Te denken valt b.v. aan een voetpad of hekwerk langs de spoorbaan.
In totaal zijn ongeveer 700 tekeningen vernietigd.
H.A.M. van Schagen heeft de beschrijving en ordening van de tekeningen van RTM en SW voor haar rekening genomen. T.A. Sondermeijer bewerkte alle overige.
4. Aanwijzingen voor de onderzoeker
Bij bronverwijzing naar de hier beschreven collectie, berustend in het Rijksarchief in Zeeland, zou bij voorkeur de navolgende afkorting gebruikt dienen te worden: RAZ, Tramtekeningen, cat.nr(s) ....
5. Lijst van geraadpleegde literatuur
Boot, W.J.J., De tramboten van de R.T.M., Alkmaar, 1983.
Boot, W.J.J., Zijpe-Anna Jacobapolder 1900-1988. Afscheid van ons scheepvaartbedrijf, Zierikzee, 1988.
Dijkers, A., De Rotterdamsche Tramweg-Maatschappij op de Zuid-Hollandse en Zeeuwse eilanden, Leiden, 1971.
Dijkers, A., De rijtuigen van de Nederlandse stoomtramwegen, Leiden, 1987.
Dijkers, A. en H.G. Hesselink, De stoomtrams op de Zuid-Hollandse eilanden en in Zeeland, Rotterdam, 1977.
Hesselink, H.G., Geschiedenis der tramwegen in Zeeuwsch-Vlaanderen, Kloosterzande, 1984.
Hesselink, H.G., De trams op Walcheren, Middelburg, 1981.
Overbosch, S., De stoomlocomotieven der Nederlandse tramwegen, Amsterdam, 1985.
Pols, C., De stoomtram op Schouwen-Duiveland, Klaaswaal, 1989.
Sluiter, J.W., Beknopt overzicht van de Nederlandse spoor- en tramwegbedrijven, Leiden, 1967.
Catalogus
| ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||



