Nederlands (Nederland)English (United Kingdom)Deutsch (DE-CH-AT)
A |  A |  A
Uw zoekacties: Departementaal Bestuur van de Zuiderzee te Amsterdam Ommelander Archieven, 1558 - 1862 Rekenkamer van Zeeland, 'Rekenkamer B'
 505 Rekenkamer van Zeeland, 'Rekenkamer B' ( Zeeuws Archief )
 
 
Zoek in deze archieftoegang
Uitgebreid zoeken
 
 
 
 
 
505   Rekenkamer van Zeeland, 'Rekenkamer B'
01.  1e stuk: Rentmeester-generaal der domeinen bewesten Schelde, (1571) 1597-1805 (1808) en de Hoogbaljuw bewesten Schelde, 1795-1805 (1807)
02.  2e stuk: Rentmeester-generaal der domeinen beoosten Schelde, (1565) 1597-1806 (1810)
03.  3e stuk: Rentmeester beoosten Schelde in het kwartier van Tholen Schakerloo, 1575 (1597)-1805 (1808)
04.  4e stuk: Rentmeester der geestelijke en wereldlijke goederen over Schouwen-Duiveland en Sommelsdijk, (1572) 1597-1805 (1807)
05.  5e stuk: Rentmeester der geestelijke en wereldlijke goederen over Walcheren en Noord-Beveland, 1577-1806
06.  6e stuk: Rentmeester der geestelijke en wereldlijke goederen over Tholen en Sint Philipsland, 1578 (1597)-1805 (1808)
07.  7e stuk: Rentmeester der geestelijke en wereldlijke goederen over Zuid-Beveland en Wolphaartsdijk, (1580) 1597-1805 (1808)
08.  8e stuk: Rentmeester der domeinen geestelijke goederen over het Committimus, 1585-1794
09.  9e stuk: Baljuw van wateren, (1574) 1597-1805 (1808)
10.  10e stuk: Ontvanger van het ton- en bakgeld, 1599-1607 (1608)
 
 
 
 
 
505   Rekenkamer van Zeeland, 'Rekenkamer B'
Datering:
  (1565) 1597-1805 (1808)
Toegankelijk:
  Inventaris
Openbaarheid:
  Geen beperkingen
Inzage:
  Studiezaal, in origineel
Omvang:
  107 meter
Jaar bewerking:
  1990-2000
 
 
 
 
 
De Baljuw van de wateren had de bevoegdheid personen te beboeten en te (laten) vervolgen. Alle criminele en civiele zaken, voorgevallen binnen scheepsboord, dienden bij hem te worden aangegeven. De overtredingen die de Baljuw van de wateren mocht beboeten stonden nauw omschreven in zijn instructie. Zo was het bijvoorbeeld niet toegestaan te varen met uithangend anker, op minder dan drie roeden van een dijk voor anker te gaan, een open vuur op het dek te ontsteken of zonder dwingende reden op zondagen te laden of te lossen. Berechting van de door de Baljuw van de wateren aangebrachte zaken geschiedde door de vierschaar van Middelburg op vordering van de baljuw van de stad. Pas vanaf 1680 mocht hij zonder tussenkomst van de stedelijke baljuw recht vorderen  *  .
Hij was daarnaast verantwoordelijk voor het innen van het ankeragegeld, in feite het voornaamste onderdeel van zijn werkzaamheden. Dit was een oud grafelijk recht, waarvan de opbrengsten ten bate van de domeinen kwamen. Alle 'vreemde', ook wel 'onvrij' genoemde, schippers, d.w.z. van schepen van buitenlandse oorsprong, waren gehouden een bepaald bedrag te betalen. De hoogte hiervan was afhankelijk van de omvang van de lading. Per vat bedroeg dit, -.-.1 Vlaams en per last diende, -.-.2 betaald te worden  *  . Alle schippers die voor anker gingen moesten zich binnen 24 uur melden en opgave doen van de naam en herkomst van het schip en het aantal lasten. Schepen die in ballast voeren waren hiervan niet vrijgesteld. Per last kreeg de Baljuw van de wateren 1 stuiver provisie.
Bij de Baljuw van de wateren dienden tevens op zee, d.i. buiten de tonnen, geborgen goederen te worden aangebracht, zoals scheepswrakken, delen van schepen en van de lading. Dit is nogal eens aanleiding tot geschillen geweest, wanneer niet duidelijk was of de goederen binnen of buiten de tonnen waren gevist  *  . In het eerste geval betrof het 'zeedrift' en viel de afhandeling onder de competentie van de Rentmeester-generaal en had de Baljuw van de wateren geen zeggenschap. In 1609 leidde een geschil naar aanleiding van een in de haven van Veere geborgen anker zelfs tot gevangenneming van Baljuw van de wateren Robert Jolijt  *  . In 1751 werden in een 'Reglement op de gestrande, genaufrageerde, buiten en binnen de tonnen geviste en opgebrachte goederen...' de bevoegdheden van de rekenplichtigen en de afhandeling van de opgebrachte goederen geregeld  *  . De geviste goederen vormden een andere belangrijke inkomstenbron. Indien deze niet binnen een maand werden opgeëist werden zij publiekelijk verkocht en kwam de opbrengst ten bate van de Staten van Zeeland.
Confiscatiën
Inkomsten uit boeten, omschreven in de instructie voor de Baljuw van de wateren, zoals ten gevolge van wangedrag van zeevarenden, het voor de boeg laten hangen van het anker of het ontsteken van een open vuur op het dek.
39090  6e rekening over 1584 mei 1-1585 apr. 30, afgehoord 1589 nov. 14.
Met inliggend:
- . ordonnantie tot betaling door de Tresorier-generaal aan Robert Leeman wegens levering van een anker, 1582
39411 A  Stukken betreffende de detentie van Robert Jolijt in 1609 als gevolg van een geschil over een in de haven van Veere geborgen anker, 1610-1611