Nederlands (Nederland)English (United Kingdom)Deutsch (DE-CH-AT)
A |  A |  A
 AR-Z093 Archiefinventaris Missiezusters van O.L. Vrouw van Afrika ( Erfgoedcentrum Nederlands Kloosterleven )
 
 
Zoek in deze archieftoegang
Uitgebreid zoeken
 
 
 
 
 
AR-Z093   Archiefinventaris Missiezusters van O.L. Vrouw van Afrika
Geschiedenis van de archiefvormer
Kardinaal Lavigerie van Algiers (Algerije) stichtte in 1869 de Sociëteit van de Missionarissen van Afrika (Witte Paters). In 1869 schreef hij een noodbrief aan de kerken in Europa. Hij roept vrouwelijke apostelen op om de Afrikaanse vrouw te ontmoeten in haar dagelijks bestaan, "om samen gist te zijn in hun leefmilieu". De eerste groep van acht Bretonse vrouwen arriveerde nog datzelfde jaar en hiermee begint het avontuur van de Zusters Missionarissen van O.L. Vrouw van Afrika (Witte Zusters/MZOLA).
Kardinaal Lavigerie geeft de zusters de leefregel van St. Ignatius mee. Kenmerkend voor hun spiritualiteit is het zoeken naar sporen van God door concreet dienstbetoon aan anderen. De kardinaal en daarmee de Witte Zusters brengen deze beleving missionair tot uitdrukking. In hun betrokkenheid bij Afrika geven ze vorm aan een 'wereldkerk die dicht bij mensen staat'. De zusters voelen zich geroepen om als vrouw met vrouwen, de weg te gaan van bevrijding en dialoog in dienst van de Afrikaanse kerk en maatschappij.
De naam Witte Zusters is ontleend aan het witte kleed. In combinatie met de lange sluier kan de kleding vergeleken worden met de klederdracht van de Arabische vrouwen. Het aansluiten bij de lokale cultuur en gewoonten is kenmerkend voor het handelen van deze zusters. Op advies van Paus Leo XIII droegen de zuster hun kruis aan een rood koord, om te benadrukken dat ze naar een land van martelaren gaan.
Gestart vanuit Noord Afrika verruimt moeder Marie-Salomé (1884-1925, eerste algemene overste) het terrein tot heel Afrika. Zij kan steunen op vrouwen uit Europa, Amerika en Afrika, die kiezen voor een leven als religieus bij deze congregatie.
Een belangrijke doelstelling is het vormen van lokale congregaties met algehele onafhankelijkheid i.p.v. het opnemen van lokale meisjes binnen hun congregatie. Het blijvende werk moest door de Afrikanen zelf gedaan worden. In 1905 start het noviciaat. De eerste missiezusters zijn werkzaam op het land, later ook in de opvang van wezen, het onderwijs en de zorg voor zieken.
In 1901 ontstaan de eerste zes regio's in Afrika met als moederhuis 'St. Charles' te Algiers. Vanaf 1937 ontwikkelen de in aantal toegenomen regio's zich tot provincies, vice-provincies of pro-provincies. Een pro-provincie heeft geen eigen provinciaal bestuur en blijft afhankelijk van het generaal bestuur. De eerste Afrikaanse provincies ontstaan vanaf maart 1961, mede vanwege de nationale onafhankelijkheid.
In verband met oorlogsomstandigheden wordt het moederhuis in 1960 verplaatst naar Rome. Door ruimtegebrek zijn ze in 1964 genoodzaakt te verhuizen en vestigen ze zich nabij Rome in 'Villa Vecchia'. Het generaal moederhuis komt in 1994 terug naar Rome.
In de jaren tachtig van de twintigste eeuw is de lokale kerk van Afrika een bloeiend en zelfredzaam instituut. Een nieuwe visie op missie is gewenst. Tijdens het 20ste kapittel in 1987 wordt besloten dat opnieuw een herstructurering van de congregatie noodzakelijk is. Grote provincies worden in districten opgedeeld, bestaande uit communiteiten die een culturele, nationale of geografische eenheid vormen. In het verlengde hiervan wordt een aanpassing van mentaliteit vereist (21ste kapittel - 1993). Het duurzame werk is inmiddels in lokale handen, waardoor het werkgebied van de zusters zich naar het eigen continent verplaatst om daar als mensen 'zonder grenzen' hun missionaire instelling tot uitdrukking te brengen.
In Nederland vestigen de eerste zusters zich in Wijk bij Maastricht (1887). Het Nederlandse moederhuis, 'Huize Sancta Monica' te Esch, wordt in 1895 gebouwd met als doel jonge vrouwen op te leiden als religieus en missionaris voor Afrika. Van 1895 tot 1943 is hier enkel het postulaat gevestigd, daarna wordt het een noviciaat. In 1966 verhuizen de novicen naar Mook en Sancta Monica fungeert vanaf die tijd als tehuis voor zusters die uit Afrika terugkeren. In 2005 wordt het moederhuis in Esch definitief opgeheven.
De Nederlandse provincie dateert uit 1948 (provincialaat te Boxtel) en wordt in 1997 samengevoegd met de provincie van het Verenigd Koninkrijk tot de 'Noordzee Provincie'. Met de oprichting van de Europese provincie wordt Nederland in 2000 een regio. De regionaal overste krijgt een mandaat voor drie jaar. Het provincialaat is gevestigd te Keulen (Duitsland). De congregatie heeft in Nederland tussen 1887 en 1995 drieëndertig huizen gehad.
Typerend voor deze congregatie is de internationale samenstelling van de communiteiten. Er is nooit sprake geweest van Nederlandse vestigingen overzee.
II  Geschiedenis van het archief
Veel archiefmateriaal van de congregatie berust in het generaal archief te Rome. Het in St. Agatha aanwezige archief is opgebouwd in het moederhuis te Esch. Dit archief bevat ook de huisarchieven van vestigingen die in de loop der tijd gesloten zijn. Sinds 1998 is zuster Wilma Hoitink hoofdverantwoordelijk voor de archieven. Zij heeft samen met Ad van Huijgevoort, archivaris Dienstencentrum Kloosterarchieven Nederland (KAN), het archief geïnventariseerd. Een magazijnlijst van een groot deel van het archief was al aanwezig. Met de sluiting van het moederhuis in Esch is het archief in 2005 overgebracht naar erfgoedcentrum Klooster Sint Aegten. In dat jaar heeft zuster Antoinette Winkelman de functie van archivaris overgenomen. Op 26 juni 2008 zijn aanvullingen op het archief naar het erfgoedcentrum overgebracht.
De ontsluiting van het archief is in het erfgoedcentrum Klooster Sint Aegten aangepast aan de daar gehanteerde methode: het archief heeft een doorlopende nummering en een andere ordening gekregen. De oorspronkelijke opbouw van het archief is terug te vinden onder nr. 260 (rubriek 2.10.4 Documenten betreffende de Congregatie). De in de archiefinventaris beschreven boeken zijn gedeeltelijk ondergebracht in de bibliotheek van het erfgoedcentrum.
III  Bijzonderheden t.a.v. het archief
Het archief is nog niet afgesloten. Recente stukken worden in Boxtel beheerd door zuster Antoinette Winkelman en afhankelijk van de actualiteitswaarde zullen deze t.z.t. ondergebracht worden bij erfgoedcentrum Klooster Sint Aegten. Ook het economaatsarchief, het archief van de missieprocuur en het fotoarchief bevinden zich momenteel in Boxtel.
Sinds 1894 geeft de congregatie een eigen tijdschrift uit: "Chronique Trimestrielle de la Société des Soeurs Missionaires de Notre-Dame d'Afrique". De kroniek is tot 1902 met de hand geschreven, na die tijd (meestal) gedrukt. Een Nederlandse gedrukte editie verscheen vanaf 1899 onder de naam "Charitas". In 1963 werden de kronieken van de Witte Zusters en Witte Paters samengevoegd en ontstond het tijdschrift "Afrika", in 1967 opgevolgd door de periodiek "Bijeen". De Nederlandstalige exemplaren "Charitas" en 'Afrika' zijn geplaatst in de studiezaal van erfgoedcentrum Klooster Sint Aegten.
IV  Voorwaarden voor het gebruik van het archief
Het archief is in bewaring gegeven aan het erfgoedcentrum in Sint Agatha, het eigendomsrecht ligt bij de congregatie. Voor het inzien van archiefmateriaal is toestemming nodig van het bestuur van de congregatie. Een aanvraagformulier voor het verkrijgen van deze toestemming kan het erfgoedcentrum u per mail of per post toezenden.
 
 
 
 
 
AR-Z093   Archiefinventaris Missiezusters van O.L. Vrouw van Afrika
Bestuursarchief
Huisarchieven
 
 
 
 
 
AR-Z093   Archiefinventaris Missiezusters van O.L. Vrouw van Afrika
Datering:
  1887-2006
Oudste en jongste stuk:
  1869, 2006
Categorie:
  Religie en Levensbeschouwing
Archiefvormer:
  Missiezusters van O.L. Vrouw van Afrika
Omvang in meters:
  4
Auteur:
  Hoitink, zr. W.; Huijgevoort, A. van
Openbaarheid:
  Toegankelijk na toestemming van de eigenaar
Opmerkingen:
  Het archief is nog niet afgesloten
 
 
 
 
 
532  Zr. Jacques-Marie (Petronella Diels) en zr. Norbert (Catharina van Mechelen), z.j., 1969-2000