Nederlands (Nederland)English (United Kingdom)Deutsch (DE-CH-AT)
A |  A |  A
Uw zoekacties: Heilig Kerstmisgilde te Haarlem
 3921 Heilig Kerstmisgilde te Haarlem ( Noord-Hollands Archief )
 
 
Zoek in deze archieftoegang
Uitgebreid zoeken
 
 
 
 
 
3921   Heilig Kerstmisgilde te Haarlem
1.  Inleiding
2.  Inventaris
3.  Bijlagen
 
 
 
 
 
3921   Heilig Kerstmisgilde te Haarlem
Datering:
  1371-1958
Periode documenten:
  1371-1958 (1998)
Omvang:
  1,55
Openbaarheid:
  openbaar
Vestiging voor raadplegen:
  Haarlem, Jansstraat
Gebruiksinformatie:
  Inventaris in band 36.7 inv. nrs. 1-191. Regestenlijst van inv. nr. 21 (cartularium over de periode 1377-1595, met voorin legger van de bezittingen, aangelegd 1564 en vervolgd tot en met 1595) in band 36.7. Nadere toegang op inv. nr. 173 (stukken van de familie Gael betreffende hun relatie met het gilde, 1627-1875) in band 36.7. Bijzonder aan het archief is het zgn. 'Ruyghe Boeck' (inv. nr. 85), een register van rekeningen, met aantekeningen van allerlei aard, dat is ingebonden in kalfsvel met de haren er nog aan. De oudste inschrijving stamt uit 1371 en hiermee is dit register het oudst bewaard gebleven exemplaar in Haarlem. Het 'Ruyghe Boeck', 1371-1502, is alleen in fotokopie te raadplegen, zie archiefbibliotheek nr. 44/000274 M.
Gemeente:
  Haarlem
 
 
 
 
 
Alleen de houders van stoelen kwamen in aanmerking voor een plaats in de grafkelder. In een katerntje met notities over deze grafkelder (inventarisnummer 28) lezen we dat Simon Pauw daarom in 1718 een stoel gekocht heeft, om tezijnertijd naast zijn vrouw, die al een stoel bezat, in de kelder begraven te kunnen worden. Bij de opening voor zijn bijzetting werd geconstateerd dat de kelder al behoorlijk vol was: er lagen toen al vier lijken in en Simon Pauws weduwe zou er, als zesde, met moeite nog bij kunnen.
In hetzelfde katerntje staat vermeld dat de toegang tot de kelder (genummerd 16-17) in die tijd slechts mogelijk was via het ervoor gelegen dubbelgraf (grafnummers. 9-10). Niet alleen moest de zerk van het dubbelgraf geopend worden, de zich daarin bevindende lijken moesten eruit genomen worden voordat men de door losse stenen gevormde verbinding met de 'mond' van de grafkelder kon openen. Nadat de dode zo in de grafkelder van het gilde was bijgezet, moesten de uit het dubbelgraf gehaalde lijken dan weer terugplaatst worden en de zerk er weer op gelegd.