Nederlands (Nederland)English (United Kingdom)Deutsch (DE-CH-AT)
A |  A |  A
 AR-P012 Archiefinventaris Dominicanen ( Erfgoedcentrum Nederlands Kloosterleven )
 
 
Zoek in deze archieftoegang
Uitgebreid zoeken
 
 
 
 
 
AR-P012   Archiefinventaris Dominicanen
Geschiedenis van de archiefvormer
De dominicanen of predikheren (Ordo Praedicatorum, op.) vormen een kloosterorde die in 1216 is gesticht door Dominicus Guzman (circa 1170-1221). Dit was een jaar na het Vierde Lateraans Concilie, waarin prediking en zielzorg genoemd werden als belangrijke priesterlijke taken die in die tijd onvoldoende in de belangstelling kwamen. Dominicus Guzman richttte zijn orde speciaal op om mede in deze leemte te voorzien. Paus Honorius III verleende de stichter in zijn bul "Religiosam vitam" goedkeuring voor dit initiatief.
De leden van de orde zijn aanvankelijk ingezet voor het verdedigen van het geloof tegen de Albigenzen en Waldenzen in Zuid-Frankrijk. De doelstelling heeft zich vervolgens verbreed tot geloofsonderricht en prediking in het algemeen, gevoed vanuit een beschouwend leven waarin gemeenschapsleven en studie een belangrijke plaats innemen. Zij volgen de regel van Augustinus en hun eigen constituties. Een van de eerste kloosters wordt in Toulouse gevestigd.
Nagenoeg vanaf het ontstaan van de orde zijn leden naar universiteiten gestuurd om zich te bekwamen in de theologie. De orde van de dominicanen werd en wordt dan ook gekenmerkt door intellectuele inspanningen, grondige studie, actieve interesse in de stedelijke samenleving, prediking en missionaire activiteiten. De dominicanen verbinden contemplatie (beschouwing) met actie.
In de veertiende eeuw komen er klachten, net als binnen andere orden, over vermindering van het geloofsleven. Tegelijk bloeit in die periode de dominicaanse mystiek met namen van Meester Eckhart, Heinrich Seuse en Johannes Tauler. Magistergeneraal Raymundus van Capua weet eind veertiende eeuw een observantenbeweging op gang te brengen, die in de volgende eeuw vooral vanuit Noord-Nederland vorm krijgt binnen de Hollandse congregatie waarin een aantal kloosters zich verenigen.
Begin 16e eeuw treden de dominicanen sterker op de voorgrond. Maarten Luther raakt juist met dominicanen in conflict. In Spanje becommentariëren dominicanen de theologische en juridische implicaties van de veroveringen in de Nieuwe Wereld. Zij staan tot op zekere hoogte mede aan de oorsprong van het volkenrecht en de mensenrechten. Vele dominicaanse bisschoppen en theologen nemen deel aan het Concilie van Trente dat de contrareformatie inluidt. Paus Pius V stelt de traditie in dat de pausen het witte gewaad van de dominicanen dragen, echter zonder de zwarte mantel. Aan de dominicanen is sinds eeuwen de functie van magister palatii toevertrouwd, de "huistheoloog" van de paus.
Behalve een mannelijke tak bestaan er ook dominicanessen en lekendominicanen. Dominicus sticht zelf al in 1207 te Proulle in de Langedoc een eerste klooster voor vrouwelijke contemplatieve religieuzen. Onder zijn opvolger Jordanus van Saksen is er al sprake van leken (tertiarissen) van de orde. In 1285 keurt Munio van Zamora, de toenmalige magister van de dominicanen, een leefregel voor dominicaanse leken goed. Ook nu zijn er wereldwijd lekendominicanen die zich verbinden met de orde op grond van de Regel van Montréal die in 1987 van kracht is geworden.
Een aantal bekende en belangrijke heiligen behoort tot de orde van de dominicanen. Thomas van Aquino (1225-1274) en Albertus Magnus (circa 1200-1280) kregen van pausen de rang van kerkleraar. De heilige Catharina van Siënna (1347-1380), een lekendominicaan die zich actief in de politiek mengde, met veel mensen correspondeerde en mystieke geschriften schreef, verkreeg in 1970 als eerste vrouwelijke heilige deze eer. Vier pausen behoorden tot de dominicanen: Innocentius V, Pius V, Benedictus XI en Benedictus XIII.
In Utrecht komt in 1232 de eerste Nederlandse vestiging van de dominicanen. De orde ontwikkelt zich voorspoedig. De Nederlandse provincie (vóór 1945 de Nederduitse provincie) van de orde is in 1515 gevormd uit de toen bestaande kloosters in de Nederlanden van keizer Karel V en omvatte het huidige Nederland, België, Noord-Frankrijk en ook Kalkar. Tijdens de reformatie (ca. 1595) worden de Noord-Nederlandse kloosters gesupprimeerd, na de Franse Revolutie ook de Belgische en Limburgse kloosters en het klooster van Kalkar. In het noorden blijven alleen de na 1620 daar gestichte staties (missieposten) over, waar schuilkerken door de dominicanen worden bediend. In 1802 krijgen deze staties de volmachten om als ordesprovincie te blijven bestaan. Na 1830 worden er geleidelijk weer kloosters opgericht in Nederland en in België, maar deze laatste worden al spoedig in een eigen provincie ondergebracht. Sindsdien is de Nederlandse provincie beperkt tot ons land, met een paar jaar later gevormde vicariaten op de Nederlandse Antillen en op Puerto-Rico.
Na de opheffing van het verbod om kloosters te stichten, kopen de dominicanen in 1858 een herenhuis in Huissen. In 1901 wordt in Zwolle een groot klooster in gebruik genomen waar een driejarige filosofiecursus start. In 1932 wordt het Albertinum in Nijmegen geopend voor de studie theologie. De dominicanen vestigen zich ook nog in Neerbosch, Langenboom en Rijckholt. Het aantal parochies dat door dominicanen bediend wordt, breidt zich uit tot een twintigtal. In 1868 neemt de Nederlandse provincie de taak op zich om de missie te verzorgen op de Nederlandse Antillen, in 1904 op Puerto Rico en in 1932 in Zuid-Afrika.
Rond 1965 komt er een kentering in de groei van de orde in Nederland en begint de uittocht van leden. De eigen filosofische en theologische opleiding wordt beëindigd in 1969. De dominicanen maken dan de keuze voor nieuwe vormen van apostolaat, zoals het vormingscentrum in Huissen. De Vlaamse theoloog Edward Schillebeeckx oefent in de twintigste eeuw een grote invloed uit op de ontwikkeling van theologie en kerk, met name tijdens het Tweede Vaticaans Concilie en de stroming van de Nouvelle Théologie.
Meer informatie over het verblijf en werk van dominicanen in Nederland (periode 1795-2000) kunt u o.a. vinden in het boek "Gods Predikers" van mw. dr. Marit Monteiro.
II  Geschiedenis van het archief
Het archief dateert vanaf het begin van de 13e eeuw tot op heden. De omvang van het archief bedraagt ruim 200 meter. Hiervan bestaat ongeveer 50 meter uit gedrukte publicaties (boeken en tijdschriften) en 15 meter uit foto's. Met het archief is een begin gemaakt rond 1800, vanaf de tijd dat de provinciaal (officieel prior provinciaal) in Nederland ging wonen. Bij een brand te Zwolle in 1933 en tijdens de bevrijding van Nijmegen in 1944 is een zeer groot deel van het bestuursarchief, van ca. 1870 tot 1945, verloren gegaan.
Als bestuursarchief bewaart het archief de niet meer in behandeling zijnde documenten, verslagen, correspondentie enz. van het provinciebestuur. De dossiers hebben betrekking op: de provincie als geheel; bepaalde zorggebieden; afzonderlijke vicariaten, missies, kloosters en huizen; overleden of uitgetreden medebroeders. Als historisch archief bevat het archief: documenten, kronieken en andere stukken van de vroegere kloosters, staties en huizen en oudere archivalia van nog bestaande vestigingen; veel aantekeningen van vroegere archivarissen en historici; gegevens omtrent broeders en belangrijke papieren uit hun nalatenschappen; verzamelingen van prenten, foto's, doodsprentjes en dergelijke.
Van sommige voorreformatorische kloosters zijn enige waardevolle en ook minder belangrijke akten e.d. bewaard, evenals van de nadien opgeheven kloosters van den Bosch en Kalkar. Uit de tijd van de staties (1620 - 1853) is er veel meer. De statiekerken zijn tot ca. 1795 bediend vanuit de Belgisch kloosters en waren kerkrechtelijk geen parochies. Hun goederen behoorden juridisch toe aan het moederklooster of aan de ordesprovincie (na 1800). Vanaf het einde van de 18e eeuw groeit het besef dat kerkelijke goederen aan de kerkelijke gemeente toebehoren. Dit is de reden dat er bij archivalia (en ook bij kerkelijke kostbaarheden) meestal weinig onderscheid gemaakt is tussen ordesbezit en kerkbezit.
Archivarissen van het archief zijn vanaf 1869 achtereenvolgens geweest: A.J.T. Bronkhorst op., R.C.J.H van der Venne op., A.J.J. Hoogland op., A. Meijer op., C.H.M. Lambermond op., B.H.J.P. Brink op., A.A.H. Hub. Hollaardt op., C.W.A. Nolet op., A.W. Bronkhorst op., J.P. Mackenbach, J.A. Wenting op. In de periode van archivaris Wenting heeft de orde een beroep gedaan op de stichting Kloosterarchieven Nederland (KAN) voor het ordenen, automatiseren en verder inventariseren van de archieven. Namens deze stichting werkte K. van Dooren aan het archief. In oktober 2008 is het archief overgebracht naar Erfgoedcentrum Klooster Sint Aegten.
Het archief is nog niet afgesloten. Het dynamisch archief is gehuisvest te Berg en Dal, hier bevinden zich ook nog oude ontsluitingen.
III  Bijzonderheden t.a.v. het archief
Het archief bezit waardevolle documenten waaraan de identiteit van de orde, haar ontstaan, ontwikkeling e.d., ontleend kan worden. Hierbij wordt gedacht aan documenten over de erkenning van hun gemeenschap en privileges die verleend zijn, akten van generale kapittels, constituties e.d. Daarnaast toont de inhoud van de collectie duidelijk aan dat de dominicanen zich in hun verleden bijzonder hebben toegelegd op wetenschappelijke theologische studies, waardoor zij nieuwe inzichten konden ontwikkelen, die zij in publicaties naar buiten brachten. Op deze inzichten is door vele andere auteurs gereageerd. Dit is onder meer waarneembaar aan de vele over hen verschenen boeken en artikelen.
In het archief wordt een onderscheid gemaakt tussen parochiearchief en provinciearchief. Deze termen zijn door archivarissen in het verleden niet altijd op dezelfde wijze geïnterpreteerd met name bij opheffing of afstoten van parochies (o.a. in Amsterdam, Alkmaar, Leeuwarden en Schiedam). Bij onderzoek naar de geschiedenis van een dominicaanse statie of parochie moet dus ook gezocht worden in het archief van de gemeente of provincie.
In het verleden was de archivaris ook de chronicarius van de provincie. Het is dan ook mogelijk dat in oude kronieken van de provincie eveneens iets is terug te vinden over de geschiedenis van het archief zelf.
In de catalogus van het K.D.C. in Nijmegen is materiaal te vinden over paters die professor geweest zijn aan de Katholieke Universiteit. In het instituut voor Beeld en Geluid te Hilversum is audiovisueel materiaal te vinden over de Nederlandse dominicanen.
IV  Voorwaarden voor het gebruik van het archief
De eigenaar van het archief is de Nederlandse provincie van de orde en de beheerder het Erfgoedcentrum Nederlands Klooserleven in Sint Aegten. In principe zijn alle stukken vrij toegankelijk voor wetenschappelijk onderzoek, met uitzondering van dossiers die over personen gaan. Zij zijn pas toegankelijk 30 jaar na het overlijden van de betrokken persoon. Dit zijn de volgende dossiers: inv. nr. 51, inv. nr. 554, inv. nr. 557, inv. nr. 728, inv. nr. 1200, inv. nr. 1253 en 1254, inv. nr. 1783 en 1784, inv. nr. 1867 t/m 1871, inv. nr. 2138, inv. nr. 5721 t/m 5758, inv. nr. 5810 t/m 5812, inv. nr. 5840 t/m 5842, inv. nr. 5845 t/m 5848, inv. nr. 5922, inv. nr. 8158 t/m 8273, inv. nr. 8274 t/m 8586, inv. nr. 8686 en nr. 8687, inv. nr. 8688 t/m 8693, inv. nr. 8694 t/m 8699, inv. nr. 8717 t/m 8720, inv. nr. 8721 t/m 8725, inv. nr. 8726 t/m 8728, inv. nr. 8733 t/m 8737, inv. nr. 8738 t/m 8739, inv. nr. 8782 t/m 8790, inv. nr. 8890 t/m 8894, inv. nr. 8950, inv. nr. 9105, inv. nr. 9110 t/m 9117, inv. nr. 9163 t/m 9478, inv. nr. 9479 t/m 9718, inv. nr. 9719 t/m 9755, inv. nr. 9756 t/m 9833, en de interviews, afgenomen door prof. dr. Marit Monteiro, in het kader van haar studie over de Dominicanen. Ook notities, gespreksverslagen, dagboeken e.d. van bestuurders (provinciaals, vicarius provincialis, prioren e.a). zijn pas toegankelijk 30 jaar na datum. Dit zijn: inv. nr. 31 en 32, inv. nr. 132-135, inv. nr. 1892 t/m 1916, inv. nr. 1827 t/m 1930, inv. nr. 1982, inv. nr. 1995 en 1996, inv. nr. 4644 t/m 4652, inv. nr. 4782 t/m 4785, inv. nr. 5819, inv. nr. 8729 t/m 8732. Voor inzage in bovenstaande stukken moet een schriftelijke aanvraag met motivatie ingediend worden bij de eigenaar. Deze gaat er vanuit dat vragen betreffende stamboom en genealogie langs andere wegen te verkrijgen zijn.
 
 
 
 
 
AR-P012   Archiefinventaris Dominicanen
Regel, statuten en constituties
Liturgie, spiritualiteit, kloosterleven en heiligen
Provinciaal kapittel
Bestuur
Provinciale commissies
Betrekkingen
Huizen
Leden
Eigendommen, boekhouding en financiën
10  Taakuitoefening
11  Tweede en derde orde, dominicaanse lekenbeweging en broederschappen
12  Documentatie en publicaties
13  Audiovisueel materiaal
 
 
 
 
 
AR-P012   Archiefinventaris Dominicanen
Datering:
  ca. 1400-heden
Categorie:
  Religie en Levensbeschouwing
Archiefvormer:
  Dominicanen
Omvang in meters:
  170
Auteur:
  Bronkhorst op, A.W.; Wenting op, J.A.; Dooren, K. van
Openbaarheid:
  Deels toegankelijk, deels alleen na toestemming van eigenaar. Zie inleiding
 
 
 
 
 
836  Eekhoorns, 1953-1957