Nederlands (Nederland)English (United Kingdom)Deutsch (DE-CH-AT)
A |  A |  A
 1 Balije van Utrecht van de Johanniterorde ( Het Utrechts Archief )
 
 
Zoek in deze archieftoegang
Uitgebreid zoeken
 
 
 
 
 
1   Balije van Utrecht van de Johanniterorde
Geschiedenis
De Johanniter orde is voortgekomen uit een hospitaalbroederschap die kort na 1063 in Jeruzalem was ontstaan. Pas in het tweede kwart van de 12e eeuw werd de orde omgevormd tot een geestelijke ridderorde. In 1187 werd de orde uit Jeruzalem verdreven en sindsdien is het hoofdkwartier achtereenvolgens gevestigd geweest in Acco (1191-1291), op Cyprus (tot 1309), op Rhodos (tot 1522) en op Malta (1530-1798). Na de verovering van Malta door Napoleon in 1798 verplaatste men tenslotte het hoofdkwartier naar Rome.
De Johanniter orde kende een zeer hiërarchische structuur. Aan het hoofd van de orde stond de grootmeester. Hij stond onder toezicht van het kapittel-generaal. De orde was verdeeld in acht tongen, een indeling naar taal. De ridders hadden hun onderkomen in het hoofdkwartier, ingedeeld per tong, onder leiding van een groot-baliër. Deze had zitting in het kapittel-generaal. De acht groot-baliërs vormden samen de centrale raad en kozen de grootmeester.
Elke tong was geografisch onderverdeeld in één of meer groot-prioraten die onder leiding stonden van een groot-prior die in het prioraat zelf woonde. Een groot-prior was eveneens lid van het kapittel-generaal en nam deel aan de vergaderingen daarvan die in principe eens in de vijf jaar plaats vonden op het hoofdkwartier van de orde. Een groot-prioraat was weer onderverdeeld in balijen of commanderijen. In Utrecht werd de titel baliër alleen gebruikt voor de commandeur van het S. Katharijneconvent; de aan Utrecht ondergeschikte commandeurs werden commandeur of preceptor genoemd.
Naast deze geografische indeling kende de Johanniter orde een indeling in drie klassen. namelijk de klasse van de ridders, die tot taak hadden het verrichten van krijgsdienst tegen Turken en heidenen; de klasse van de kapelaans, die de geestelijke en priesterlijke taken verrichtten, en de klasse van de servientes, die als ziekenbroeders werkten, huishoudelijk werk verrichtten of als schildknaap dienst deden bij de ridders.
Aan het hoofd van een balije of commanderij stond een ridder of een kapelaan. De ridder- commandeurs waren zoveel mogelijk op het hoofdkwartier of te velde; hun commanderij lieten ze door een rentmeester beheren. De opbrengst van hun commanderij was bestemd voor de ordebelastingen (o.a. het Turkengeld) en voor hun eigen onderhoud en uitrusting. De kapelaan-commandeurs resideerden meestal op hun commanderij; hun eerste taak was het opbrengen van de belastingen. Doordat de kapelaans resideerden waren ze beter in staat aandacht te schenken aan de tweede doelstelling van de orde, namelijk de ziekenverzorging. Binnen het bisdom Utrecht was alleen Arnhem, waaraan Nijmegen ondergeschikt was, een ridder-commanderij.
Utrecht en alle aan haar ondergeschikte commanderijen werden beheerd door kapelaans. Aan het hoofd van de balije van Utrecht stond de baliër, welke gekozen werd door de leden van het convent. Hij was tevens commandeur van het S. Katharijneconvent en stond onder de groot-prior van Duitsland, die de verkiezing van een nieuwe baliër moest goedkeuren. Aan Utrecht ondergeschikt waren de commanderijen van Haarlem, Oudewater, Waarder, Harmelen, Middelburg, Kerkwerve, Wemeldinge, Montfoort, Ermelo, Buren, Ingen en Sneek.
Van de geschiedenis van de Johanniter orde in het bisdom Utrecht is maar weinig bekend *  . Utrecht, als leidende commanderij, zal tevens wel de oudste geweest zijn. De oudste schriftelijke gegevens betreffende Utrecht dateren van 1241 en 1248; toen was er nog slechts sprake van een gasthuis *  . Bij opgravingen op het Vredenburg, de plaats waar oorspronkelijk het kloostercomplex van de Johanniters was gelegen, zijn echter fundamenten aangetroffen van een kerk die moet dateren uit de 12e eeuw. De alleroudste schriftelijke gegevens betreffen echter Sneek, waar in 1207 een commanderij, genaamd S. Jansberg, werd gesticht. Dit wordt ons meegedeeld door de 17e eeuwse auteur P. Winsemius; orginele stukken hieromtrent zijn overigens niet bewaard gebleven *  .
Veel commanderijen dateren uit het eind van de 13e of het eerste kwart van de 14e eeuw. In 1288 schonk Herman van Woerden het patronaatsrecht van de kerk van Harmelen aan het S. Katharijneconvent te Utrecht. Het is niet duidelijk of er toen ter plaatse al een commanderij bestond. Hetzelfde geldt voor Waarder in 1293 *  . S. Jansdaal te Ermelo wordt voor het eerst vermeld in 1307 als de hof te Loo; in 1325 is er voor 't eerst sprake van een commandeur *  . Haarlem werd in 1310 gesticht door Gerard van Tetrode, kanunnik van S. Marie te Utrecht. Middelburg en Ingen worden voor het eerst in 1317 vermeld; het patronaatsrecht van de kerk te Ingen werd echter al in 1248 aan het S. Katharijneconvent te Utrecht geschonken. Oudewater wordt voor het eerst in 1324 vermeld. De commanderijen van Arnhem en Nijmegen, die niet onder Utrecht vielen, waren ouder. Nijmegen is gesticht in 1196. Aangezien Nijmegen onder Arnhem viel, zal Arnhem nog ouder geweest zijn. In elk geval dateert zij van vóór 1214 *  .
De andere commanderijen zijn van later datum, maar precieze stichtingsdata zijn niet bekend. Wemeldinge b.v. wordt in 1400 vermeld en is op dat moment nog geen zelfstandige commanderij, maar een uithof van het S. Katharijneconvent te Utrecht *  . Van de jongste commanderij, Montfoort, kennen we het stichtingsjaar wel, nl. 1544 *  .
De meeste commanderijen onder het S. Katharijneconvent waren geen echte conventen, maar louter vestigingen ingericht met het oog op het goederenbeheer ter plaatse. De commandeurs ervan bleven conventualen van het S. Katharijneconvent *  . De commanderijen van Ermelo, Kerkwerve, Sneek en Haarlem vormden hierop een uitzondering. De commanderij S. Jansdaal te Ermelo vormde een afzonderlijk convent, bestaande uit twee of drie broeders *  . Op het eind van de 14e eeuw onderging de commanderij een reorganisatie door toedoen van Rutger Pauwels, commandeur van het S. Katharijneconvent.
Deze herstelde de kloostertucht, bepaalde dat er voortaan acht of tien broeders zouden wonen en droeg zorg voor een uitbreiding van de inkomsten door de uithof Kallenbroek, gelegen tussen Hoevelaken en Voorthuizen, aan de commanderij ter beschikking te stellen. Rutger Pauwels overleed in 1399, waarschijnlijk kort na de door hem voorziene reorganisatie van de commanderij, waarvan de precieze datum niet bekend is. Misschien hangt hiermee samen dat in 1403 deze reorganisatie door Hesse Slagelholts, groot-prior van Duitsland, werd goedgekeurd en bevestigd *  . Bij de visitatie in 1495 bleken er zes conventualen in S. Jansdaal te wonen, met inbegrip van de commandeur.
De commanderij Kerkwerve, gelegen op Walcheren bij Domburg, had de supervisie over een Johanniter nonnenklooster. Oorspronkelijk was dit de benediktinessen-priorij Hemelpoort te Werendijke, gesticht vóór 1249. Ondanks schenkingen van de kant van de graven van Holland bleek het klooster niet levensvatbaar. Om die reden stond de graaf van Holland in 1318 de priorin en het convent toe om over te gaan naar de Johanniter orde. De commandeur van het S. Katharijneconvent nam hen in de orde op, beloofde het aantal van acht nonnen en twee lekezusters in stand te houden en er geen mannenklooster van te maken *  . Bij de visitatie van 1495 werd de commanderij van Kerkwerve bewoond door twaalf nonnen en twee Johanniters.
De commanderij S. Jansberg bij Sneek was één van de grootste commanderijen in het bisdom Utrecht. De commanderij had twee uithoven onder zich en bediende een achttal parochiekerken. Bij de visitatie van 1495 bestond het convent uit de commandeur en zes broeders. De conventualen kozen de commandeur, welke keuze door de baliër van Utrecht moest worden goedgekeurd. Naast de commanderij was er ook sprake van een gasthuis.
De commanderij van Haarlem is wat grootte betreft te vergelijken met die van Ermelo. Bij de visitatie van 1495 telde het convent vijf conventualen met inbegrip van de commandeur. De commanderij bediende vier parochiekerken. In 1469 wist het convent zich los te maken van Utrecht en ressorteerde sindsdien direkt onder de groot-prior van Duitsland.
Het gebouwencomplex van de Johanniters te Utrecht was oorspronkelijk gelegen tussen het Vredenburg en het Paardeveld. In 1529 werd het afgebroken voor de bouw van het kasteel Vredenburg. De Johanniters verhuisden naar het Carmelietenklooster aan de Lange Nieuwstraat. Jarenlange bouwactiviteiten waren nodig om hun nieuwe onderkomen, dat lang niet zo ruim was als het vorige, aan hun eisen aan te passen. Omstreeks 1562 waren klooster, kerk en gasthuis voltooid, maar de ruimte ontbrak om het gasthuis de vroegere omvang van 24 bedden te verschaffen.
Na de Hervorming gingen de Staten zich met het convent en zijn goederen bemoeien. In 1586 werd de commandeur Hendrik Barck van zijn administratie vervallen verklaard en benoemden de Staten een rentmeester. De conventualen die geen onderdak elders hadden, mochten in het klooster blijven wonen. Als één van de conventualen overleed werden diens inkomsten onder de naam van prebende door de Staten toegekend aan lieden van stand of verdienste. In 1602 overleed Hendrick Barck en de Staten verboden de keuze van een nieuwe baliër. In 1614 werd de gemene tafel van het convent opgeheven; het gasthuis echter werd in stand gehouden van de opbrengst van de commanderij-goederen.
In 1633 verdeelden de Staten de inkomsten van het S. Katharijneconvent over de drie, in de Staten vertegenwoordigde, standen *  . De geëligeerden kregen de beschikking over de commanderijen van Oudewater en Wemeldinge; de ridderschap over die van Kerkwerve, Montfoort, Harmelen en Waarder; de stad Utrecht over die van Ingen en Ermelo. De prebenden werden eveneens over de drie standen verdeeld: de geëligeerden kregen de beschikking over zeven prebenden met een totale waarde van 1500 gld.; de ridderschap kreeg zeven prebenden met een waarde van 1700 gld. en de stad elf prebenden met een totale waarde van 1600 gld. Voortaan benoemde elke stand afzonderlijk nieuwe gegadigden voor de opengevallen prebenden, behalve de stad Utrecht, die de opbrengst van de prebenden ad pios usus, d.w.z. voor vrome doeleinden, aanwendde, o.a. ten behoeve van de Illustre School en de armenkamers. Bovendien verplichtte zij de commandeurs van Ingen en Ermelo tot een jaarlijkse betaling met hetzelfde doel.
In de 17e eeuw gingen de Staten steeds vaker ertoe over om goederen van het S. Katharijneklooster te verkopen om daarmee hun eigen tekorten te dekken. Het convent kreeg in de plaats van de goederen rentebrieven ten laste van de provincie. In 1699 werden de laatste conventsgoederen gelegen in het Sticht verkocht. Sindsdien verleenden de Staten het convent in plaats van de renten waar het op had een subsidie om zijn uitgaven te bestrijden. In 1741 werden ook de overgebleven goederen van de hand gedaan, waarna de inkomsten steeds harder achteruit liepen met als gevolg dat het gasthuis in 1812 gedwongen was zijn poorten te sluiten wegens gebrek aan inkomsten.
Het gasthuis was samen met het convent in 1581 onder beheer van de Staten gekomen. Het werd al spoedig als militair hospital gebruikt. In 1599 telde het ± 50 bedden. In 1603 waren er zoveel gewonden dat er op het plein bij de Driekoningenkapel (gelegen in de Brigittenstraat) tijdelijk een dependance, het Driekoningengasthuis genaamd, werd ingericht. Bovendien werd ook de Driekoningenkapel zelf als ziekenzaal gebruikt. Deze situatie duurde tot 1631 toen de bedden van het Driekoningengasthuis door het S. Katharijnegasthuis werden overgenomen. Al in de 14e eeuw was er sprake van controle van stadswege op de gang van zaken in het gasthuis. Jaarlijks werd het gevisiteerd door een commissie bestaande uit een lid van de oude raad en een lid van de nieuwe raad. In 1625 stelde de vroedschap een wekelijkse controle van de gasthuizen in. De belangrijkste functie in het gasthuis was die van hospitaalmeester, die door de Staten werd benoemd. In 1635 nam men het besluit om mannen en vrouwen apart te verplegen. Het S. Katharijnegasthuis was het eerste ziekenhuis waar klinisch onderwijs, d.w.z. onderwijs aan het ziekbed werd gegeven. Professor Stratenus begon daarmee in 1636. Met onderbrekingen is die vorm van onderwijs voortgezet tot de sluiting van het ziekenhuis in 1812.
In 1813 werd P.A. Beelaerts benoemd tot rentmeester over de laatste fondsen van het S. Katharijnegasthuis. De losrenten van het convent waren omgezet in inschrijvingen op het Grootboek der Nationale Schuld. In 1799 waren alle administraties van kloosters en van de gebeneficiëerde goederen verenigd tot een generaal domeinfonds onder beheer van het departement van financiën. Alleen de administratie van het S. Katharijneconvent bleef afzonderlijk gevoerd worden omdat het gasthuis viel onder de Agent van Opvoeding. In 1817 werd dit "comptoir" van S. Katharijne overgedragen aan de Vereenigde Gods- en Gasthuizen te Utrecht, op voorwaarde dat er opnieuw een ziekenhuis zou worden ingericht, dat tevens als academisch ziekenhuis moest dienen, en dat de S. Katharijnekerk onderhouden zou worden *  .
Bij de opening van het nieuwe ziekenhuis in de Jufferstraat in 1822 was het "comptoir" van het S. Katharijne, dankzij het beheer van Beelaerts, in staat om voor een bedrag van ruim f 50.000 bij te dragen. Het oude leegstaande hospitaal was in 1815 al door de stad verbouwd tot militair logement. De S. Katharijnekerk werd in 1840 definitief afgestaan aan de Rooms-katholieken; in 1853 werd het de kathedrale kerk van het nieuwe aartsbisdom Utrecht *  .
Beelaerts legde in 1853 voor de regenten van de Gods- en Gasthuizen verantwoording af van zijn financiële beheer. Hij had in 1851 de laatste aantekeningen gemaakt in zijn administratie, waarmee het archief van de balije van Utrecht van de Johanniter orde afgesloten werd.
Het archief
Het hoofdbestanddeel van het archief van de balije van Utrecht is ons overgeleverd via de rentmeesters uit de 17e en 18e eeuw. Het leeuwendeel van het archief betreft dan ook stukken aangaande het goederenbeheer. Op 22 december 1970 is een aantal stukken betreffende het S. Katharijneconvent door de archivaris van de Ridderlijke Duitse Orde aan het rijksarchief in Utrecht in bewaring gegeven. Daarnaast zijn stukken verworven door aankoop of schenking en ook uit de handschriftenverzameling van het rijksarchief te Utrecht kon soms het archief worden aangevuld.
Belangrijke stukken uit het archief bevinden zich elders. Voor het S. Katharijneconvent kan gewezen worden op: - afschriften van 14e- en 15e-eeuwse oorkonden uit het archief van het convent in de Verzameling Van Buchel-Booth (toegang 355), inv.nrs. 12, 32 en 51. Een groot deel van deze oorkonden is niet in het archief zelf bewaard gebleven, noch in afschrift noch in origineel. - een manuaal en twee rekeningen uit 1740-1741 bevinden zich in de Archivalia van Cypriaan Berger en enkele familieleden (toegang 753), inv.nrs. 30-32. - het goederenregister, aangelegd door Thomas van Ghore, in opdracht van Hugo van Coudenkerc, 1368, met aanvullingen tot eind 14e eeuw, waarvan een microfilm is opgenomen in het archief (inv.nr. 52). Het origineel berust in het Stadsarchief Gent, familiearchief Surmont de Volsberghe. De lijst is uitgegeven in: J.M. van Winter (ed.), Sources concerning the hospitallers of St. John in the Netherlands, 14th-18th centuries (Studies in the history of Christian thought 80) (Leiden e.a. 1998), p. 193-387. - een uittreksel uit het genoemde goederenregister door Cornelis Booth (midden 17e eeuw) bevindt zich in de Verzameling Van Buchel-Booth (toegang 355), inv.nr. 48, f. 66r-70v.
Een aantal archieven van commanderijen wordt elders bewaard: - een groot deel van het archief van de commanderij van Ingen is te vinden in het Stadsarchief van Utrecht II, inv.nrs. 1910-1942 en Supplement, inv.nr. 145. - het archief van de commanderij van Ermelo bevindt zich, met uitzondering van nrs. 212 en 213 van deze inventaris, in het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe: oud archief gemeente Harderwijk, inv.nrs. 1940-1949. - het archief van de commanderij van Haarlem bevindt zich, met uitzondering van nr. 214 van deze inventaris, in het Noord-Hollands archief te Haarlem: archieven van het Bisdom Haarlem betreffende staties en kloosters te Haarlem, inv.nrs. 114-117; archieven van kloosters en rentmeesters der geestelijke goederen, inv.nrs. 1-212. - het archief van de commanderij van Sneek bevindt zich in Tresoar te Leeuwarden.
De eerste inventarisatie van dit archief is van de hand van J. de Hullu en S.A. Waller Zeper *  . De concordantie in de onderhavige inventaris verwijst naar de nummers in de inventaris van de Hullu en Waller Zeper en naar de nummers van de in bewaring gegeven stukken uit de inventaris van Ph.J.C.G. van Hinsbergen *  .
Utrecht 1984,
E.T. Suir.
Algemene Literatuur
Bij het schrijven van deze inleiding is van een aantal overzichtswerken zo dikwijls gebruik gemaakt, dat ernaar verwijzen via noten de zaak niet duidelijker zou maken. Daarom worden die werken hier vermeld.
Jkvr. J.M. van Winter, Johanniters, Tempeliers, Duitse orde, drie geestelijke ridderorden (Kampen, 1969).
Jhr. E.A. van Beresteyn, Geschiedenis der Johanniter-orde in Nederland tot 1795 (Assen, 1934).
P.Q. Brondgeest, Bijdragen tot de geschiedenis van het gasthuis, het klooster en de balije van St. Catharina der Johanniter-ridders en van het Driekoningengasthuis te Utrecht (Hilversum, 1901).
E. Wiersum en A. le Cosquino de Bussy, 'Visitatieverslagen van de Johanniterkloosters in Nederland, 1495, 1540, 1594', Bijdragen en mededeelingen van het Historisch Genootschap, 48 (1927). 146-340.
Lijst van afkortingen
Van den Bergh, OHZ: L.P.C. van den Bergh, Oorkondenboek van Holland en Zeeland (3 dln; Amsterdam-'s-Gravenhage, 1866-1901).
Brom: G. Brom, Bullarium Trajectense (2 dln; 's-Gravenhage, 1891-1896).
Van Mieris: Groot charterboek der graaven van Holland, van Zeeland en heeren van Vriesland (4 dln; Leiden, 1753-1756).
OSU -Oorkondenboek van het Sticht Utrecht tot 1301 (5 dln; Utrecht, 1920- 1959).
 
 
 
 
 
1   Balije van Utrecht van de Johanniterorde
1.  De balije van Utrecht
2.  Het S. Katharijneconvent
3.  De commanderijen
 
 
 
 
 
1   Balije van Utrecht van de Johanniterorde
Regesten
1  Paus Gregorius (IX) verleent de Johanniterorde het privilege van exemptie. Geïnsereerd in de oorkonde van paus Nicolaas V van 1447 febr. 12 (reg. 51). Fragment. Druk: J.G.C. Joosting, Onuitgegeven pauselijke bullen, verleend aan de Hospitaalbroeders van den H. Johannes te Jeruzalem, in: Nederlandsch archief voor kerkgeschiedenis, nieuwe serie, dl. I (1902), blz. 295-303.
2  Willem, Rooms-koning, schenkt aan de priorin en het convent van de benediktinessen-priorij Porta Celi in het bisdom Utrecht de duinen tussen Vronelantweche en Clinghenwaghe en verleent hun vrijdom van tol en van grafelijke lasten voor 200 gemeten in Zeeland. Geïnsereerd in de oorkonde van graaf Willem III, 1318 maart 2 (reg. nr. 12).
Druk: Van den Bergh, OHZ I nr. 493.
3  Th(eodericus), bisschop van Wirland en wijbisschop van H(enricus), elect van Utrecht, schenkt aan allen die de kerk van de Johanniters in Utrecht bijstaan en op bepaalde dagen bezoeken een aflaat van 40 dagen en een karene. Het zegel is verloren. Inv. nr. 28.
Druk: OSU III nr. 1231; P.Q> Brondgeest, Bijdragen tot de geschiedenis van het gasthuis, het klooster en de balije van S. Catharina der Johanniter-ridders en van het Driekoningengasthuis te Utrecht, Hilversum 1901, blz. 92.
4  Paus Clemens (IV) neemt de Johanniterorde in zijn speciale bescherming. Vidimus van de officiaal van het hof van Utrecht, 1418 juni 15 (reg. nr. 33)
5  De abt en het convent van Berne verkopen aan de commandeur en de broeders van het S. Katharijneconvent in Utrecht al hun goederen in Langebroke en Derthesen behorend tot de hof van Marsberge, een halve hoeve in Tule en alle tijns- en andere goederen van de hof gelegen tussen de Utrechtse Heuvelrug en Tule en Derthesen. De zegels zijn verloren. Inv. nr. 85.
Druk: OSU IV nr. 1879.
6  Herman van Worden, ridder, schenkt aan het S. Katharijneconvent in Utrecht, voor zijn eigen zieleheil en dat van zijn ouders, het patronaatsrecht van de kerken van Hermalen en Werder, als mede de kerken zelf. Met zegel van Gyselbertus van Amestelle, met tegenzegel. Twee zegels verloren. Inv. nr. 118.
Druk: OSU V nr. 2573.
7  Herman van Worden, ridder, schenkt aan het S. Katharijneconvent in Utrecht, voor zijn eigen zieleheil, dat van zijn vrouw Elyzabeth en dat van zijn ouders, het patronaatsrecht van de kerken van Hermalen en Werder, alsmede de kerken zelf. A. Met de zegels van Herman van Worden, Giselbertus van Amestelle met tegenzegel, en Theodericus, heer van Brederode, ridders. Inv. nr. 119.
B. Afschrift (14e eeuw). Inv. nr. 29, fo 3-3v. Druk: OSU V nr. 2599.
8  Paus Bonifacius VIII bevestigd de Johanniterorde in een privilege haar verleend door paus Innocentius IV, waardoor de orde wordt vrijgesteld van de betaling van tienden over de goederen verkregen vóór het 4e Lateraans concilie van 1215 en van tienden over novalia verkregen zowel vóór als na de concilie. Vidimus van de officiaal van het hof van Keulen, 1522 sept. 12 (reg. nr. 80).
9  Paus Clemens (V) draagt de deken van het kapittel van S. Jan te Utrecht op om de Johanniterorde te beschermen tegen al wie die orde bedreigt, van welke rang of stand hij ook moge zijn. Het zegel is verloren. Inv. nr. 479.
Regest: Brom, I, nr. 479.
10  Graaf Willaem (III) van Holland bevestigt de schenking van duinen op Walcheren aan de abdis en het convent van Werendijc verleend door Willem, Rooms-koning, en graaf Floris (V). Afschrift (14e eeuw). Inv. nr. 29, fo 4.
11  Graaf Willaem van Holland schenkt Jacop van Dainemerken, commandeur van het S. Katharijneconvent te Utrecht, een boomgaard in Middelburg, om daarop een klooster te bouwen voor de Johanniters. Afschrift (14e eeuw). Inv. nr. 29, fo 3v.
12  Graaf Willem (III) van Holland staat priorin en convent van de priorij Porta Celi toe om vanwege hun behoeftige omstandigheden over te gaan naar de hospitaalorde van S. Jan van Jerusalem, waarop de bisschop van Zuda, commandeur van het S. Katharijneconvent, hen in die orde opneemt, belooft om voor ze te zorgen, het huidige aantal van acht nonnen en twee (leke-) zusters te handhaven en het klooster niet te veranderen in een mannenklooster zonder toestemming van de graaf en de bisschop van Utrecht. De graaf bevestigt bovendien de privileges en schenkingen aan de priorij van Willem, Rooms- koning, eerder bevestigd door graaf Floris V, waarvan de oorkonde van 1249 juni 19 hier is ingelast (reg. nr. 2). Afschrift (14e eeuw). Inv. nr. fo 1v-2.
Druk: Van Mieris, II, blz. 183-184.
13  Graaf Willaem van Holland schenkt aan de bisschop van Zuden, commandeur van de Johanniters in Utrecht en Zeeland, een werf in Middelburg, gelegen bij de boomgaard die hij al eerder geschonken had, met de gracht erom heen. Afschrift (14 eeuw) Inv. nr. 29 fo 4.
14  Graaf Willem (III) van Holland bericht Wouter Verwiinzoon dat hij vernomen heeft dat de bisschop van Suda 130 gemeten ambacht van Wouter gekocht heeft te Kircwerve, waarop de hof van de bisschop ligt, en hij draagt Wouter op om deze gemeten schotvrij te rekenen. Afschrift (14e eeuw). Inv. nr. 29, fo 2-2v.
15  Graaf Willem (III) van Holland schenkt aan Jacob, bisschop van Zuden en commandeur van alle huizen van de Johanniters van de lande van over mere in het bisdom Utrecht en aan diens opvolgers als commandeur van Haarlem, de kerk van Eemskirke, waarin zij een van de broeders als pastoor moeten aanstellen. Afschrift (14e eeuw). Inv. nr. 29, fo 2v.
16  Paus Johannes (XXII) beveelt de abten van Egmond, Middelburg en Antwerpen om de goederen en de rechten van de orde van de Johanitters tegen derden te beschermen. Vidimus van Henricus de Wol(fsteghe), abt van de S. Paulusabdij te Utrecht en Alexander de Heukelem, notaris, 1322 maart 9 (reg. nr. 18).
17  Paus Johannes (XXII) bevestigt op verzoek van de meester en de broeders van de Johanniterorde hun privileges. Vidimus van de officiaal van het hof van Utrecht en Henricus de Wolfsteghe, abt van de S. Paulusabdij, 1322 juli 5 (reg. nr. 19).
18  Henricus de Wol(fsteghe), abt van de S. Paulusabdij te Utrecht, en Alexander de Hoekelem, notaris, vidimeren de oorkonde van 1320 oktober 9 (reg. nr. 16). Met het notarismerk van Alexander de Hoekelem; het zegel is verloren. Inv. nr. 19.
19  De officiaal van het hof van Utrecht en Henricus de Wolfsteghe, abt van de S. Paulusabdij, vidimeren de oorkonde van 1321 april 27 (reg. nr.17). De zegels zijn verloren. Inv. nr. 20.
20  Graaf Willem (III) van Holland schenkt aan Jacob, bisschop van Suda, en in 't bijzonder aan de toekomstige commandeurs van Haarlem, het patronaatsrecht van de kerken van Hasertswoude en Zoeterwoude. Afschrift (14e eeuw). Inv. nr. 29, fo 2v-3.
21  Graaf Willem van Holland bevestigt voor de Johanniters in het bisdom Utrecht alle schenkingen en privileges hun door zijn vader geschonken, vervat in drie oorkonden die hier met begin en datum worden vermeld, nl. 1318 maart 2 (reg. nr. 12), 1319 april 2 (reg. nr. 15) en 1328 nov. 26 (reg. nr. 20). Afschrift (14e eeuw). Inv. nr. 29, fo 1v.
22  Graaf Willem van Holland beveelt de lagere overheid om de leden van het S. Katharijneconvent in bescherming te nemen. Afschrift (14e eeuw). Inv. nr. 29, fo 1.
23  Graaf Willem van Holland neemt de leden van de balije van Utrecht in zijn speciale bescherming en beveelt de baljuws van Rijnland en Woerden en alle ambachtsheren om de broeders en hun goederen te beschermen en het onmiddelijk gezag over hen aan de graaf te laten. Afschrift (14e eeuw). Inv. nr. 29, fo 1.
24  Willem, hertog van Beieren en graaf van Holland, deelt de lagere overheden mee dat de Johanniters onder zijn onmiddelijk gezag staan en beveelt hun de broeders in bescherming te nemen. Afschrift (14e eeuw). Inv. nr. 29, fo 4v.
25  Paus Innocentius (VI) bevestigt in navolging van zijn voorganger Innocentius IV, de voorrechten en privileges van de Johanniterorde en stelt die onder zijn onmiddelijk gezag. Afschrift op perkament (14e eeuw). Inv. nr. 21.
26  Henric van Gochghe, timmerman, en Aleyd van der Meren, zijn vrouw, erkennen dat zij voor de duur van hun leven in pacht hebben ontvangen van het S. Katharijneconvent een hofstede in de S. Jacobsparochie buiten de stad in de Weyrde. Het zegel van Gherid van Ysendijc, pastoor van de halve cure van de S. Jacobskerk te Utrecht, is verloren. Inv. nr. 72.
27  Aelbrecht, ruwaard van Holland en Zeeland, bevestigt voor de commandeur van Haarlem een oorkonde van zijn oom, graaf Willem, waarbij deze bepaalde dat alle heergewaden die de grafelijkheid van Holland binnen het land van Holland toekomen, zouden toevallen aan de Johanniters van Haarlem, in ruil waarvoor de Johanniters te Haarlem en Utrecht verplicht zijn hem en zijn gevolg altijd gastvrijheid te bieden. Afschrift (14e eeuw). Inv. nr. 29, fo 4v-5.
28  Priorin en convent van de Wittevrouwen te Utrecht oorkonden dat zij in erfpacht ontvangen hebben van de commandeur en het S. Katharijneconvent te Utrecht hun veenland te Oestveen in de S. Jacobsparochie buiten Utrecht in het gerecht van de domproost. Het zegel is verloren. Inv. nr. 73.
29  Gherid van Holland, burger van Utrecht en schout aan den Ouden Rijn, oorkondt dat Hughe van Bredae vrouw Elzebee, dochter van wijlen Claes uter Koken, hebben overgedragen aan heer Thomas van Doesborch, scaffener van het S. Katharijneconvent te Utrecht, de eigendom van de helft van vier morgen land in Heyencop in het gerecht van de Ouden Rijn tussen de Rijnweteringhe en de Nyerweteringhe. Het zegel is vrijwel verloren. Inv. nr. 94.
30  Aelbrecht, graaf van Holland en Zeeland, bevestigt alle privileges door zijn voorgangers aan de Johanniters verleend.
31  Willem (VI), graaf van Holland en Zeeland, bevestigt de privileges verleend door zijn vader Albrecht van Beieren aan het S. Katharijneconvent te Utrecht en alle huizen die daaronder vallen. Authentiek afschrift door notaris J. Wtenwaell. Inv. nr. 30.
32  Jacob Wolfssoen verklaart zich verzoend te hebben met de commandeur van (...) inzake de pacht van land te (...). De zegels zijn verloren. Inv. nr. 294.
33  De officiaal van het hof van Utrecht vidimeert op verzoek van Johannes Spaen, gemachtigde van het S. Katharijneconvent, de oorkonde van paus Clemens (IV) van 1265 juni 22 (reg. nr.4). Met het merk van notaris Henricus Boeningh. Het zegel is verloren. Inv. nr. 22.
34  Claes Buckinc erkent in erfpacht ontvangen te hebben van de commandeur en het S. Katharijneconvent te Utrecht een viertel land in de parochie Lopik. Het zegel van Herman van Spenghen is verloren. Inv. nr. 105.
35  Roloff Snellert verklaart in huur ontvangen te hebben van de commandeur en het S. Katharijneconvent te Utrecht voor de duur van zijn leven en dat van zijn vrouw Lijsbette en hun dochter Belye een stuk land, met uitzondering van het veen, te Achttienhoevenaan de Dwersweteringe, die tot nu toe de Nyeweteringe genoemd werd. Het zegel van Bronijs Dircssoen is verloren. Inv. nr. 74.
36  Robertus de Dyana, prior van Messania en gemachtigde van de Johanniterorde te Rodos in de prioraten Duitsland, Bohemen en Hongarije, verklaart van Sanderus de Herwen, baliër en commandeur in Utrecht, ontvangen te hebben alle aan de orde verschuldigde belastingen. Vidimus van de officiaal van het hof van Utrecht, 1434 juli 23 (reg. nr. 41).
37  Heilwich, weduwe van Johan die Rode, verklaart gekocht te hebben een jaarlijkse rente van 50 Rijnse gulden uit een kamp land gelegen in Ynghenrebroek genaamd die Ylff margen. Het zegel van Heilwich is verloren. Inv. nr. 234.
38  Roimbolt zum Trubel, commandeur te Doreltzheim en gemachtigde van de Johanniterorde te Rodos, verklaart ontvangen te hebben van Jacob van Olme, commandeur van Inghenn, namens Sander van Herwen, baliër en commandeur van Utrecht, tweemaal 75 gulden over de jaren 1431 en 1432, als verplichte belasting aan de orde. Vidimus van de officiaal van het hof van Utrecht, 1434 juli 23 (reg. nr. 41).
39  Anthonius Fluviani, meester van de Johanniterorde te Rodos, en het convent aldaar stellen als hun gemachtigde in het prioraat van Duitsland aan Rogerius Juede, preceptor te Mechelen, voor de inning van aan de orde verschuldigde belastingen. Vidimus van de officiaal van het hof van Utrecht, 1434 juli 23 (reg. nr. 41).
40  Rogerius Jued, preceptor te Mechelen en gemachtigde van de Johanniterorde te Rodos, spoort Sanderus de Herwen, commandeur te Utrecht, en het convent aldaar aan om 75 gulden als belasting aan de orde over het jaar 1433 te betalen. Vidimus van de officiaal van het Hof te Utrecht, 1434 juli 23 (reg. nr. 41).
41  De officiaal van het hof van Utrecht vidimeert de oorkonden van 1430 april 4 (reg. nr. 36); 1433 febr. 15 (reg. nr. 38); 1433 juli 10 (reg. 39) en 1434 juni 6 (reg. nr. 40). Met het merk van notaris Arnoldus Bijndopp. Het zegel is verloren. Inv. nr. 6.
42  Reymbolt zum Trubel, commandeur te Deroltzheim en ontvanger-generaal voor de Johanniterorde te Rodos in het Duitse prioraat, verklaart de som van 75 gulden ontvangen te hebben van het convent te Utrecht.
Vidimus van de officiaal van de aartsdiaken van de dom te Utrecht, 1437 aug. 27 (reg. nr. 48).
43  Arnolt Zeuwelgijn, cijnsmeester van de Johanniters te Keulen, verklaart ontvangen te hebben van Zander van Herwen, baliër en commandeur te Utrecht, de som van 75 gulden als belasting over het jaar 1435. Vidimus van de officiaal van de aartsdiaken van de dom te Utrecht, 1437 aug. 27 (reg. nr. 48).
44  Reymbolt zum Trubel, commandeur te Daroltzheim en ontvanger-generaal voor de Johanniterorde te Rodos in het Duitse prioraat, verklaart de som van 75 gulden ontvangen te hebben van het convent te Utrecht. Vidimus van de officiaal van de aartsdiaken van de dom te Utrecht, 1437 aug. 27 (reg. nr. 48).
45  Hug Grauff te Montfort, meester van de Johanniter orde in Duitsland, verklaart de som van 122½ gulden ontvangen te hebben van Sander van Herwen, baliër te Utrecht.
Vidimus van de officiaal van de aartsdiaken van de dom te Utrecht, 1437 aug. 27 (reg. nr. 48).
46  Hug Grauff te Montfort, meester van de Johanniter orde in Duitsland, verklaart ontvangen te hebben de som van 37½ gulden van Rodolph, dienaar van de baliër van Utrecht, namens de commandeur en het convent te Sneke.
Vidimus van de officiaal van de aartsdiaken van de dom te Utrecht, 1437 aug. 27 (reg. nr. 48).
47  Hug Grauff te Montfort, meester van de Johanniter orde in Duitsland, verklaart ontvangen te hebben de som van 100 gulden van Rudolph, dienaar van de baliër van Utrecht, namens de commandeur en het convent van Haerlem.
Vidimus van de officiaal van de aartsdiaken van de dom te Utrecht, 1437 aug. 27 (reg. nr. 48).
48  De officiaal van de aartsdiaken van de dom vidimeert de oorkonden van 1434 aug. 24 (reg. 42); 1436 mrt. 29 (reg. nr. 43); 1436 aug. 19 (reg. nr. 44 en 45) en 1436 aug. 21 (reg. nr. 46 en 47). Met het merk van notaris Wilhelmus filius Pauli Camerlingh. Het zegel is verloren. Inv. nr. 7.
49  Gherijt van Maersen Henrixsoen legateert aan het S. Katharijneconvent te Utrecht 50 Franse schilden of een rente van 2½ morgen Franse schilden per jaar uit zijn aandeel van het huis op de hoek van de Koestraat in Utrecht, waarvoor twee priesters van het convent dagelijks zijn graf en/of dat van zijn vrouw moeten begaan.
50  Aernt Zuermont van Ravenswade Aernt Zuermontssone erkent dat hij van Sander van Herwen, baliër, en het S. Katharijneconvent te Utrecht in leen ontvangen heeft een morgen land in Ravenswade op die Geweren. Het zegel is verloren. Inv. nr. 113.
51  Paus Nicolaas (V) bevestigt de privileges en de aflaat aan de Johanniterorde geschonken door Paus Gregorius VIII (sic), waarvan de tekst hier is ingelast (reg. nr. 1). Vidimus van Ludovicus de Garsiis, bisschop van Rimini (1449 okt. 27-1450 juni), (reg. nr. 52).
52  Ludovicus de Garsiis, bisschop van Rimini en auditeur-generaal van de camera apostolica, vidimeert de oorkonde van paus Nicolaas V van 1447 febr. 12 (reg. nr. 51). Afschrift (2e helft 15e eeuw). Inv. nr. 23.
53  Ghijsbert van Zijll Aerntsz., burger van Utrecht, erkent schuldig te zijn aan Engelbrecht van Foreest, baliër en commandeur van het S. Katharijneconvent, de som van 137 gouden Franse oudschilden en 26 stuiver. Met zegels van Ghijsbert van Zijll Aerntsz., Claes van Zijll Rolofsz. en Tyman Cluetinck. Inv. nr. 159.
54  Pieter van Ruynen en Adriaen van der Voerde, leenmannen van de grafelijkheid van Holland, oorkonden dat Jan Pieter Kennincxsoen, Jacop Claessoen Leftshant, Aernt Aelbrechtssoen en Pieter Janssoen zich borg stellen voor eventuele schade aan een sate lands in Soeterwoude, die Pieter van Schoten, commandeur van Hairlem, verkocht heeft aan Huyge van Zwieten. Het zegel van Adriaen van der Voerde. Het zegel van Pieter van Ruynen is verloren. Inv. nr. 214.
55  Paus Sixtus IV vraagt de proost van het kapittel van S. Jan te Utrecht om toe te zien bij de verkiezing van een nieuwe baliër als opvolger van Engelbertus de Foreest. Afschrift (17e eeuw). Inv. nr. 27.
56  Notaris Johannes de Aquis instrumenteert dat Johannes de Olb, prior-generaal van de Johanniter orde in Duitsland, Stephanus Langh, commandeur in Eye(sen), machtigt om van Engelbertus de Foreest, baliër van Utrecht, en Jacobus Gerbrandi, commandeur van Haerlem, de belastingen over de jaren 1474 en 1475 te innen. Met het merk van de notaris. Inv. nr. 8.
57  Schout en schepenen van Utrecht oorkonden dat Johan Knijff en Gerijt, Johan, Vincent, Willem, Tyman en jonge Johan, zonen van Johan voornoemd en wijlen jonkvrouw Mechtellt, overgaan tot erfdeling van hun goederen en inkomsten. Geïsereerd in de schepenakte van 1483 nov. 27 (reg nr. 63).
58  Johannes de Olb, prior-generaal van de Johanniterorde in Duitsland, bevestigt de keuze van Judocus Johannis, commandeur van Weerder, tot baliër van Utrecht na het aftreden van Engelbertus deFforeest. Authentiek afschrift door notaris Wilhelmus Buer. Inv. nr. 1.
59  Paus Sixtus beveelt een ieder de Johanniterorde in bescherming te nemen en schenkt de orde het privilege om zich bij geschillen direkt tot de Heilige Stoel te wenden. Vidimus van de officaal van het hof van Worms, 1480 jan. 29 (reg. nr. 61).
60  Paus Sixtus IV bevestigt de Johanniterorde in alle privileges haar door zijn voorgangers verleend, o.a. dat van exemptie. A. Vidimus van de officiaal van het hof van Worms, 1480 jan. 29 (reg. nr. 62).
B. Vidimus van de officiaal van het hof van Utrecht, 1513 sept. 23 (reg. nr. 78).
61  De officiaal van het hof van Worms vidimeert de oorkonde van paus Sixtus IV van 1479 nov. 12 (reg. nr. 59). Vidimus van de officiaal van het hof van Utrecht van 1519 juni 22 (reg. nr. 79).
62  De officaal van het hof van Worms vidimeert de oorkonde van paus Sixtus IV van 1479 nov. 22 (reg. nr. 60). Authentiek afschrift door notaris Johannes de Noerde. Inv. nr. 17.
63  Schout en schepenen van Utrecht oorkonden dat de gebroeders Tymen en Jonge Johan Knijff overdragen aan Peter die Haze twee renten, elk van vier lood zilver per jaar, uit twee huizen in de Suylensteech, waarvan Tymen en Jonge Johan de eigenaars waren volgens een ingelaste schepenakte van 1478 juni 16 (reg. nr. 57). Het zegel van de stad is verloren. Inv. nr. 60.
64  Johan van Suylen van Natewisch, rechter, hof en tijnsmeester in Doern namens de domproost van Utrecht, oorkondt dat Lambert Jansz. hem heeft opgedragen een hoeve tijnsland in Tuyl in de parochie Doern, bestaande uit vijf percelen land, welke hoeve hij vervolgens in tijns geeft aan Gheerloff van Meaux van Vorsselair. De zegels van Johan van Suylen, Wilger Jacobssoen, tijnsgenoot en Eerst Taits van Meerten zijn verloren. Inv. nr. 87.
65  Johan van Suylen van Natewisch, rechter, hof en tijnsmeester te Doern namens de domproost van utrecht, oorkondt dat Lambert Janssoen erkent in erfpacht ontvangen te hebben van Gheerloff van Meaux van Vorsselair een hoeve land in Tuyl in de parochie Doern, bestaande uit vijf percelen, met de bepaling dat de tijns aan de domproost door de erfpachter betaald zal worden.
66  Sander van Raey, baliër van Utrecht, oorkondt dat de conventualen van S. Johansdale, na de dood van hun commandeur Helmich van Spulde, tot diens opvolger hebben gekozen Engelbrecht Dageraet, en stelt de voorwaarden vast, waaraan de nieuwe commandeur moet voldoen. De zegels van de baliër en het convent zijn verloren. Inv. nr. 212.
67  Sander van Raey, baliër, en het S. Katharijneconvent oorkonden dat zij op verzoek van de commandeur van Oudewater geschonken hebben aan het gasthuis aldaar de beterschap van een viertel land Papencoop bij Dappers Hoel, alsmede de eigendom van een aangrenzend viertel. Het zegel van de baliër is verloren. Inv. nr. 285.
68  Gheertruyt Aelbertsdochter, priorin Zwaen Stevensdochter, procuratrix, en het convent van S. Barbara te Amersfoort oorkonden dat zij verkocht hebben aan Gheerloff van Meaus van Vorselair een erfrente van twee mud rogge per jaar uit een hoeve land in de parochie Doorn, afkomstig van Dierck van Eymeren. Met het zegel van het convent (beschadigd). Inv. nr. 89.
69  Gheertruyd, priorin, en het convent van S. Barbara te Amersfoort, oorkonden dat zij Swaen Stevensdochter gemachtigd hebben om een rente van twee mud rogge, die Lambert Janss. te Doorn het convent schuldig is, te verkopen. Met het zegel van het convent (beschadigd). Inv. nr. 90.
70  Johan Foeyt Hugensz. erkent in erfpacht ontvangen te hebben van Sander van Raey, balier, en het S. Katharijneconvent te Utrecht een huis en hofstede te Utrecht gelegen tussen de Breetstraet en Koestraat, ten westen van het huis genaamd die Stapell. Het zegel is verloren. Inv. nr. 62.
71  Geertruyt, priorin, en het convent van S. Barbara te Amersfoort machtigen mr. Jan Valck om een erfrente van twee mud rogge uit een hoeve land in de parochie Doorn, waar Lambert Jansz. op woont, over te dragen aan het S. Katharijneconvent te Utrecht. A. Geïnsereerd in de akte van 1491 febr. 19 (reg. nr. 72).
B. Afschrift (17e eeuw). Inv. nr. 86.
72  Johan van Zuylen van Nathewysch, rechter, hof en tijnsmeester namens de domproost in Doorn, geeft een hoeve tijnsland te Tuyl in de parochie Doorn, bestaande uit vijf percelen, in tijns aan het S. Katharijneconvent te Utrecht, na opdracht door Gheerloff van Meaux van Vorselair. Vervolgens geeft hij een hoeve tijnsland in de parochie Doorn, waar Lambert Jansz. op woont, in tijns aan het S. Katharijneconvent te Utrecht, na opdracht door mr. Johan Valk, daartoe gemachtigd door het S. Barbaraconvent te Amersfoort volgens de hier geïnsereerde oorkonde van 1491 febr. 17 (reg. 71). A. De zegels zijn verloren. Inv. nr. 91.
B. Afschrift (17e eeuw). Inv. nr. 86.
73  Govert Janszoon, en Willem Dircks Roestens, Tonis IJsbrants, Gerrit Hendricks, Luyt Gerrits, Daan Janszoon en Willem Reijers, heemraden in Hekendorp in het gerecht van Montfoorde enerzijds en Gijsbert Aarnds van Veen, schout, en Arent Gerrits, Dirck Jans en Alard Gerrits, heemraden op de Ruijgeweijde in het gerecht van Utrecht anderzijds verklaren schuldig te zijn aan het S. Katharijneconvent een rente van zes gouden gulden per jaar voor een viertel land gelegen aan de Reijgersweijdervliet in Hekendorp, waarop de watermolen staat, die zij daarvoor in erfpacht ontvangen. Afschrift (17e eeuw). Inv. nr. 101.
74  Daem van der Hair, schout van Temait, oorkondt dat Dirck Dircssoin heeft overdragen aan de Jan de Ridder Willemss. ten behoeve van het S. Katharijneconvent te Utrecht vier morgen land in het gerecht van Temait. Het zegel is verloren. Inv. nr. 115.
75  Johan Over die Vecht, schout, en Johan van Rodenborch, Heynrick van Ghendt van Rycxstell, Gheryt van Heemskerck en Loeff van der Hair, schepenen van Utrecht, oorkonden dat Daem Ghijsbertsz, van Schayck verklaard heeft dat hij, na het beleg van Utrecht, samen met Gherijt van Rijn, wonende te Oeyck, het land van Philip van Boichout in Oeyck, voorzover het nu Jan van Derhesen toebehoort, heeft geploegd, en een akkertje, toebehorende aan het S. Katharijneconvent te Utrecht, ongeploegd heeft gelaten. De zegels van schout en schepenen zijn verloren. Inv. nr. 111.
76  Goesen van Leeuwen, priester-broeder van het S. Katharijneconvent, verklaart ontvangen te hebben van Gerefaes van Zomeren, baliër, en het S. Katharijneconvent het beheer over de Commanderij van Wemelinghen voor den duur van tien jaar tegen een bedrag van 30 gulden per jaar. Het zegel van Cornelis Stael, priester-broeder en commandeur van Hermelen is verloren. Inv. nr. 290.
77  Heynrick die Jonge erkent in pacht ontvangen te hebben van Gerifaes van Someren, baliër, en het S. Katharijneconvent te Utrecht acht morgen land in Heycoep, die hij zelf in gebruik heeft. Het zegel is verloren. Inv. nr. 95.
78  De officiaal van het hof van Utrecht vidimeert de oorkonde van paus Sixtus IV van 1479 nov. 22 (reg. nr. 60), in de pauselijke kanselarij nogmaals bekrachtigd op 1487 mei 10. Met het merk van notaris Martinus Kaluwe.
Het zegel is zwaar beschadigd. inv. nr. 24.
79  De officiaal van het hof van Utrecht vidimeert een vidimus van de officiaal van het hof van Worms van 1480 jan. 29 (reg. nr. 61). Met het merk van notaris Jacob van Medenblick.
Het zegel is verloren. Inv. nr. 25.
80  De officiaal van het hof van Keulen vidimeert op verzoek van mr. Johannes Trip, gemachtigde van het S. Katharijneconvent, de oorkonde van de paus Bonifacius VIII van 1297 jan. 31 (reg. nr. 8). Met het merk van notaris Volkerus Bouer de Medemblick. Inv. nr. 26.
81  Mr. Henrick Joerifaess, schout, Cornelis Eversoen, Johan Gisbrechts van den Polle, Gisbrecht Janss. Schenckel en Johan van Hoeff, schepenen van Montfoert, oorkonden dat Emme, weduwe van Huych Dirckz., en haar dochter Marrigen Hugendochter hebben overgedragen aan Dirck Zas Gheritzoen een huis met een erf in Montfoert op de hoek van de Hoffstraet en de Plaets. De zegels zijn verloren. Inv. nr. 236.
82  Keizer Karel (V) beveelt zijn onderdanen om de Johanniter orde in het genot van zijn privileges, rechten en vrijheden te laten. Authentiek afschrift (16e eeuw). Inv. nr. 31.
83  Elbert Mathijss. en Hoef Willemss., schepenen van Oudewater, oorkonden dat Jan Gerit Wittens. erkent in pacht te hebben ontvangen van Heynrick van den Coppel, commandeur van Oudewater, een halve hoeve land ten noorden van Linschoten bij het hobben cruys. De zegels zijn verloren. Inv. nr. 271.
84  Dekens en kapittels van de dom, Oudmunster, S. Pieter, S. Jan en S. Marie en heemraden en landgenoten van Reyerscoop, Bylevelt, Achthoven en Mastick sluiten een overeenkomst met Beernt van Duven, baliër, en het S. Katharijneconvent te Utrecht, inzake het plaatsen van opstallen op de kade tussen de achterste Cattenbroecker molen en de Hollantsche kae in Haenwijck tegen vreemd water. De zegels zijn verloren. Inv. nr. 35.
85  Baernt van Duven, baliër, en het S. Katharijneconvent verklaren dat Karel V ten behoeve van het convent een aantal huizen heeft gekocht in het Vrouwenbroederstraetken, het Zuylenstraetken en de Nyeuwestraet, waarvoor zij hem bedanken. Het schafferijzegel van het convent is vrijwel verloren. Inv. nr. 65.
86  Dirck Ghijsberts erkent in pacht ontvangen te hebben van Gerit Pouwels van Amersfoirdt, commandeur van Oudewater, zes morgen land ten noorden van de Linschoeten. De zegels van Dirck Ghijsberts en Cornelis Ghijsberts, burgemeester van Oudewater, zijn verloren. Inv. nr. 272.
87  Hoeff Willems en Jan Goverts, schepenen van Oudewater, oorkonden dat Willem Janss. erkent in pacht te hebben ontvangen van Gerit Pouwels, commandeur van Oudewater, een halve hoeve land ten noorden van de Linschoeten bij het hobben cruys. De zegels zijn verloren. Inv. nr. 273.
88  Anne van Lalaing, vrouwe-weduwe van Montfoert, Linschoeten, Hekendorp etc., beleent Anthonis Corneliss. van den Polle met het derde deel van vijf morgen land in Willescoep, na opdracht door Anthonis’ broer Henrick Corneliss. van den Polle. Met het secreetzegel van Anne van Lalaing. Inv. nr. 240.
89  Berndt van Duven, baliër, en het S. Katharijneconvent oorkonden dat zij aan Cornelis van Leeuwen, priesterbroeder, gegeven hebben het beheer en het bestuur van de commanderij van Harmelen voor de tijd van tien jaar. De zegels zijn verloren. Inv. nr. 215.
90  Henrick Jeurifaess van Hollandt, schout Cornelis Zweerz. van Blocklandt en Cornelis Janz., schepenen van Montfordt, oorkonden dat Willem, weduwe van het Aert Jacopz., en Henricxken en Weyndelmoet, dochters van Aert Jacopsz., hebben overgedragen aan mr. Dirck Zas een huis en erf in Montfordt in de Hoffstraet grenzend aan de Peperstraet. De zegels zijn verloren. Inv. nr. 237.
91  Henrick van Montfoerdt, heer van Abbenbrouck, Gomenguyes, Velsgerdijck etc., als voogd en zaakwaarnemer van zijn neef Johan, beleent Cornelis Anthoniss. van de Polle met het derde deel van vijf morgen land in Willemscoep. Vervolgens draagt Cornelis Anthoniss. zijn rechten op dat derde deel van die vijf morgen land, die hij verkregen had door het overlijden van zijn vader Anthonis Corneliss. van de Polle, op, waarna Henrick van Montfoerdt Machtelt vuyten Enge ermee beleent. Het zegel is verloren. Inv. nr. 241.
92  Jan Meertens van de Poll, schout, Harman Meertijns van de Poll en Amelis Hectorz. Cobijn, landgenoten van Willescop in de heerlijkheid van de heer van Montfoort, oorkonden dat Barbara Ghijsbert Jansdochter, weduwe van Anthonis Corneliss., heeft overgedragen aan Mechtelt vuyten Enghe te Utrecht elf morgen en een hond land in Willescop. Met de zegels van schout en landgenoten. Inv. nr. 238.
93  Beernt van Duven, baliër, en het S. Katharijneconvent oorkonden dat zij verkocht hebben aan Jan Eelgisz., slotemaker, en diens vrouw Gherborch een losrente uit een huis in de Nyestraet, dat Jan Eelgisz. en zijn vrouw op datum dezes voor schepenen van Utrecht hebben overgedragen aan het convent. De zegels zijn verloren. Inv. nr. 165.
94  Jan Meertens van de Poll, schout, Amelis Hectorz. Cobyn en Cornelis Henricz van den Hoich, landgenoten in Willescop in de heerlijkheid van de heer van Montfordt, oorkonden dat Amelis vuyten Enghe, domkannunik, als gemachtigde van zijn zuster Mechtelt, heeft overgedragen aan mr. Zas, dijkgraaf van de Lopickerweerdt, ten behoeve van de commanderij van Montfordt, elf morgen en een hond land te Willescop. De zegels zijn verloren. Inv. nr. 239.
95  Franciscus Buser instrumenteert dat Bernhardus de Duven, baliër van de Johanniter orde in Utrecht, en de leden van het S. Katharijneconvent tot coadiutor van de baliër verkozen hebben Wolterus Bylaer, commandeur van Ingen, als opvolger van wijlen Wilhelmus de Wijnbergen, commandeur van Weerden, die sinds 1533 coadiutor was geweest. Met het merk van de notaris. inv. nr. 2.
96  Jan Vosch Jacobs en Adriaen van Leeuwen, schepenen van Oudewater, oorkonden dat Adriaen Bertelmeeuss. erkent in pacht ontvangen te hebben van Meerten van Helvoert, commandeur van Oudewater, een halve hoeve land in Hekendorp binnendijks aan de IJsell. De zegels zijn verloren. Inv. nr. 278.
97  Henrick van Montfoerdt, heer van Abbenbrouck, Volgersdijck etc., beleent als zaakwaarnemer van zijn neef Johan, burggraaf van Montfoert, Wolter van Byler, commandeur van Utrecht, met twee morgen land in Hoencoep en met een rente van 66 groten per jaar uit een hofstede te Oudewater in Oude Hugensteghe. Het zegel is verloren. Inv. nr. 112.
98  Heilken, weduwe van Derck Henrickzoon, erkent in erfpacht ontvangen te hebben van Wouther van Bijler, baliër, en het S. Katharijneconvent te Utrecht vijf morgen land in het gerecht van Lopijck, strekkende van de Benschopper landtscheidinghe tot het Buerlandt van Jaersveldt. Met het zegel van Johan Berntzoon, schout van Jaarsveld. Inv. nr. 106.
99  Wolther van Bijler, baliër, en het S. Katharijneconvent te Utrecht oorkonden dat zij in erfpacht gegeven hebben aan Wijllem Cornelisz. van den Oerdt twee morgen land te Heijcop. Het schafferijzegel van het convent is zwaar beschadigd. Inv. nr. 96.
100  Franciscus Buser instrumenteert dat Wilhelmus ab Heteren, commandeur van Hermelen en sinds 4 aug. 1555 coadiutor van de baliër Wolterus a Bylaer, de bevestiging van zijn verkiezing tot coadiutor door de meester van de Johanniter orde in Duitsland en door keizer Karel V toont, waarna Wilhelmus het convent vraagt om hem nu, na het overlijden van Wolterus a Bylaer, als baliër te accepteren. Vervolgens legt Wilhelmus de eed aals baliër af, die hier is ingelast, waarna de leden van het convent de eed van trouw aan de baliër afleggen, hier eveneens ingelast. Met het merk van de notaris. Inv. nr. 3.
101  Guido Ascanius Sfortia, kardinaal-diaken en kameraar van Rome, draagt de bisschop van Ebron en de aartsdiaken van Utrecht op, als scheidsrechter in het conflict tussen de commandeur van het S. Katharijneconvent en de familie Van Zuylen over het presentatierecht van de kosterij van Harmelen, om alles te doen om de zaak te beëindigen. Het zegel is verloren. Inv. nr. 216.
102  Henrick Barrck, baliër, en het S. Katharijneconvent verklaren verkocht te hebben aan Augustijn van Zombeeck een jaarlijkse losrente van 75 Karolus gulden. Het grootzegel van het convent hangt aan inv. nr. 258 (reg. nr. 121), een losgeraakte transfix bij dit charter. Inv. nr. 257.
103  Henrick Barck, baliër en commandeur, en het S. Katharijneconvent te Utrecht oorkonden dat zij in pacht hebben gegeven aan Gerridt Janzoon twaalf morgen land in Werchoven in het gerecht van Dwersdijck voor de tijd van zeven jaar. Het schafferijzegel van het convent is verloren. Inv. nr. 93.
104  Don Fernande de Lannoy, graaf van la Roche, gouveneur en kapitein-generaal van Arthois, Holland en Utrecht, verleent op verzoek van de commandeur van Utrecht een vrijgeleide aan de pachters in het Maasland om hun korenpachten e.d. naar het convent in Utrecht te vervoeren. Met opgedrukt zegel. Papier. Inv. nr. 54.
105  Henrick Barck, baliër, en het S. Katharijneconvent verklaren ten behoeve van reparaties aan het ordenhuis te Middelburg verkocht te hebben aan Geertruidt, dochter van Derck die Boeden, een losrente van twaalf Karolus gulden per jaar. Het zegel van de baliër en het schafferijzegel van het convent zijn verloren. Inv. nr. 235.
106  Willem Janss., poorter van Oudewater, erkent in pacht ontvangen te hebben van Jacop Wijnen, commandeur van Oudewater, een halve hoeve land ten noorden van de Linschoeten aen hobben cruys. De zegels van Huych Willemss. die Lange, schepen, en Pieter Speyert, secretaris, zijn verloren. Inv. nr. 274.
107  Joris Reaels verklaart voor schout en schepenen van Utrecht aan Anna Gerritsdochter verkocht te hebben een rente van drie Karolus gulden en 2½ stuiver per jaar uit twee delen van zes delen van drie huizen aan de Nyen Graft. Het zegel is verloren. Inv. nr. 66.
108  Henrick Barck, baliër, en het S. Katharijneconvent oorkonden dat zij ten behoeve van de commanderij van Oudewater verkocht hebben aan Johan Jacobz. van Oudewater te Amsterdam een losrente van 18 gulden per jaar. Het zegel van de baliër en het schafferijzegel van het convent zijn verloren. Inv. nr. 280.
109  Claes Janss., wonende aan de Linschoten, erkent in pacht ontvangen te hebben van Jacob Wijnen, commandeur van Oudewater, vier morgen land ten zuiden van de Linschooten. Het zegel is verloren. inv. nr. 275.
110  Gerrit Jansz. en Jacop Cornelis Luydolffsz., poorters van Oudewater, erkennen in pacht ontvangen te hebben van Jacop Wijnen, commandeur van Montfoort, acht morgen land ten noorden van de Linschoten. De zegels zijn verloren. Inv. nr. 276.
111  Gerrit Jan Goverts, poorter van Oudewater, erkent in pacht ontvangen te hebben van Jacop Wijnen, commandeur van Oudewater, zes morgen land ten noorden van de Linschoten. Het zegel van Elbert Jacops. Speyert is verloren. Inv. nr. 277.
112  Anthonijs Derckz., oudste zoon van Derck Anthonijsz. erkent in erfpacht ontvangen te hebben van Henrick Barck, baliër, en het S. Katharijneconvent te Utrecht de helft van negen morgen land te Langeraick. Het zegel van Johan Adriaenz., schepen van Langeraick, is vrijwel verloren. Inv. nr. 102.
113  Henrick Barck, baliër en commandeur, en het S. Katharijneconvent oorkonden dat zij zijn overeengekomen met Aernt Barck, broer van de baliër, en diens vrouw Johanna, dat de laatstgenoemden het huis aan de oostzijde van de Nieustrate op hun kosten zullen laten repareren, waarvoor zij er hun leven lang kosteloos mogen wonen. Afschrift (17e eeuw) in inv. nr. 120.
114  Henrick Barck, baliër en commandeur van het S. Katharijneconvent te Utrecht, oorkondt dat hij schuldig is aan Willem van Zommeren de som van 200 Karolus gulden, waarvoor hij Willem een jaarlijkse rente betaalt van twaalf gulden tien stuiver. De schuld mag in twee gelijke termijnen worden afbetaald. Het schafferijzegel is verloren. Inv. nr. 169.
Met transfix van 1578 mei 23 (reg. nr. 119).
115  Henrick Brack, baliër, verklaart verkocht te hebben ten laste van het convent aan Ottho van Tuijl, weduwe van Antonis van IJsendoren, heer van Sterckenborch etc., een losrente van 62 Karolus gulden tien stuiver per jaar tegen onderpand van 20 morgen land in het gerecht van S. Katharinenpoerte buten bij Utrecht. Met het grootzegel en tegenzegel van het convent inv. nr. 256.
Met transfix van 1592 april 17.
116  Henrick Barck, baliër en commandeur, en het S. Katharijneconvent oorkonden dat zij hebben ontvangen van Henricks moeder Anna Bentick, weduwe van Aernt Berck, en na haar dood van Henricks broeder, Aernt Berck, uit de nog ongescheiden boedel een aantal losrenten voor een totale waarde van 3578 daalder, waarvoor zij de conventsgoederen in Monfoort, IJselsteijn, Benschop, Polbrouck, Oudewater, Woerden en Weerder als onderpand stellen. Afschrift (17e eeuw) in inv. nr. 120.
117  Henrick Barck, baliër en commandeur, en het S. Katharijneconvent oorkonden dat zij in pacht hebben gegeven aan Aernt Barck, broer van Henrick Barck voornoemd, 50 morgen land met huis en boomgaard, waarvan tien morgen land gelegen zijn in Reyercop, deels in het gerecht van Cruyningen en deels in het gerecht van Henrick van der Borch, 32 morgen land in Velthuysen in het gerecht van Henrick van der Borch, en acht morgen land in het gerecht van de Ouden Rijn. Afschrift (17e eeuw) in inv. nr. 120.
118  Henrick Barck, baliër en commandeur, en het S. Katharijneconvent oorkonden dat zij schuldig zijn aan Berndt Stell de som van 200 Karolus gulden, waarvoor zij Berndt een jaarlijkse rente betalen van twaalf gulden. De schuld mag in twee gelijke termijnen worden afbetaald. Het zegel van de schafferij is verloren. Inv. nr. 170.
119  Willem van Zomeren Craner verklaart verkocht te hebben aan Lijsbeth Goessensdochter, weduwe van Lubbert Hermanszoon, een rente van twaalf gulden tien stuiver ten laste van Henrick Barck, baliër en commandeur van het S. Katharijneconvent te Utrecht. Het zegel is verloren. Inv. nr. 169.
Transfix bij de oorkonde van 1574 juli 23 (reg. nr. 114).
120  Henrick van der Houch, commandeur van Harmelen, oorkondt dat hij met toestemming van de baliër Henrick Barck geleend heeft van Henrick Stell, rentmeester, en Jan Bruninck, secretaris van het S. Katharijneconvent, de som van 500 Karolus gulden tegen onderpand van twaalf morgen land in Harmelen op Bilevelt tussen de Rijn en de Reyerschopperdijck, waarvan de helft aan de balije van Utrecht toebehoort. Met schafferijzegel van het S. Katharijneconvent. Inv. nr. 217.
121  Gerrit van Zombeek en zijn vrouw Marichgen Jan Lauwermansdochter verklaren overgedragen te hebben aan hun (schoon-) zuster Elijsabeth, weduwe van Jacob van der Meren, dochter van wijlen Augustijn van Zompeken, een derde deel van een losrente van 75 gulden per jaar ten laste van het S. Katharijneconvent. Het zegel van de oorkonde van 1561 dec. (2), het grootzegel van het S. Katharijneconvent, is aan deze oorkonde blijven hangen bij het verbreken van de verbinding tussen beide charters.
122  Johan, heer van Montfordt, Linschoten, Heeckenderp etc., beleent Johan de Ridder, commandeur van Montfort met het derde deel van vijf morgen land in Willescop. Met het leenzegel van Johan van Montfordt. Inv. nr. 242.
 
 
 
 
 
1   Balije van Utrecht van de Johanniterorde
Datering:
  1251-1851
Titel:
  Balije van Utrecht van de Johanniterorde
Nummer:
  1
Datering:
  1251-1851
Omschrijving:
  Inventaris van het archief van de Balije van Utrecht van de Johanniterorde 1251-1851
Rechtstitel:
  Het archiefblok bevat archiefbescheiden met verschillende rechtstitels
Datering toegang:
  1985
Auteur:
  G.C.M. van Dijk, herzien door E.T. Suir
Openbaarheid:
  Volledig openbaar
Omvang:
  1,94 m oude verpakking; 1 microfilmrol
Rubrieken
Balije van Utrecht van de Johanniterorde