Nederlands (Nederland)English (United Kingdom)Deutsch (DE-CH-AT)
A |  A |  A
 0001.01 Stadsbestuur Amersfoort, 1300-1810 ( Archief Eemland )
 
 
Zoek in deze archieftoegang
Uitgebreid zoeken
 
 
 
 
 
0001.01   Stadsbestuur Amersfoort, 1300-1810
Archiefvorming
Geschiedenis van de archiefvormer
I Institutionele geschiedenis
De oudste vermelding van Amersfoort is te vinden in een oorkonde van 1028 van bisschop Ansfridus waarin sprake is van een tiend die betaald moet worden aan de bisschop uit akkerland te Amersfoort. Uit een oorkonde uit 1203 blijkt dat er een bisschoppelijk hof te Amersfoort was. Van hieruit werd het bisschoppelijk grondbezit beheerd. Een bisschoppelijke schout zat het gerecht voor. De naam Amersfoort wordt verklaard als een voorde (doorwaadbare plaats) in de Eem of Amer.
In 1259 kreeg Amersfoort stadsrechten van bisschop Hendrik van Vianden. Met deze stadsrechtverlening kreeg Amersfoort zijn eigen rechtspraak en bestuur, het recht om verdedigingswerken aan te leggen en een markt te houden. In 1331 de rechten door bisschop Jan van Diest uitgebreid tot drie jaarmarkten.
Tot 1375 nam de autonomie van de steden toe ten koste van het gezag van de landsheer (de bisschop van Utrecht). In dat jaar werden de drie standen geestelijkheid, ridderschap en de steden als Staten van Utrecht medebestuurders naast de bisschop. Bij iedere bisschopsbenoeming brachten Gelre en Holland hun eigen kandidaten naar voren met als gevolg burgeroorlogen waarbij ook de buren betrokken waren. Ook de steden kozen hierbij partij.
Nadat de Bourgondische en Habsburgse hertogen de macht hadden overgenomen werd een actief beleid van centralisatie in bestuur en rechtspraak doorgevoerd. In 1528 nam Karel V het wereldlijk bestuur in het Sticht over van de bisschop. Nadat ook Gelre onder het landsheerlijk gezag was gekomen werden de stadsrechten door Karel V in 1544 vernieuwd. Hierbij kreeg de landsheer meer invloed, vooral via de schout als zijn vertegenwoordiger. Ook werden de leden van het stadsbestuur voortaan benoemd op last van de landsheer door de president van het Hof van Utrecht of zijn stadhouder. Na 1579 werden de Staten van Utrecht rechtsopvolger van de landsheer. Hierdoor werd Amersfoort ook betrokken bij Generaliteitszaken zoals buitenlandse politiek en oorlogvoering.
Begin 18e eeuw ontstond er onenigheid in het stadsbestuur doordat de zittende magistraat onder leiding van burgemeester Jacob Morraij een zuiver coöptatiestelsel wilde invoeren. De tegenstanders vreesden geheel buiten spel gezet te worden en eisten meer invloed van de burgerij op de benoeming. In 1703 werd een greep naar de macht gedaan. De Staten van Utrecht herstelden met geweld het oude bestuur. Dit waren de zogenaamde Plooijerijen. In de tweede helft van de 18e eeuw ontstond een nieuwe democratiseringsbeweging onder invloed van de Verlichtingsidealen. Een minderheid van de magistraat steunde deze patriottenbeweging en belegde op 9 augustus 1785 een eigen vergadering. De stadhouder herstelde met zijn troepen de rust. In 1795, met de komst van de Franse legers, keerden de patriotten terug. De oude besturen maakten plaats voor nieuwe provisionele besturen. Er kwamen verkiezingen om nieuwe besturen te kiezen waar mannelijke burgers hun stem konden uitbrengen. Na 1805 verdween deze democratisering weer. In deze periode vond een centralisatie op landsniveau plaats waarbij provincies en plaatselijke besturen uitvoerders werden van de wetten en besluitvorming van bovenaf. Met de inlijving bij het Franse keizerrijk kregen de gemeentebesturen zoals we die nu kennen min of meer hun vorm.
Het recht om belasting te heffen lag, ook na de stadsrechtverlening van 1259, bij de bisschop. Op den duur werden die belastingen verpacht of beleend aan de stad. Door Karel V werden in 1544 deze belastingen weer aan de stad ontnomen maar in 1652 werden door Gedeputeerde Staten bijvoorbeeld de tollen weer verpacht aan de stad. Ook andere belastingen als accijnzen en imposten werden aan de stad verpacht. Omdat deze belastingen niet voldoende inkomsten opleverden werden door de stad rentebrieven uitgegeven. Omdat deze weer werden afgelost en daarna weer nieuwe rentebrieven werden uitgegeven nam de de schuldenlast van de stad toe.
II Grondgebied
De Stadsvrijheid was het territorium waarbinnen het stadsrecht gold. Globaal komt dit gebied overeen met het gemeentelijk gebied voor 1940. De stadsgrenzen werden aangegeven met grenspalen.
Na de stadsrechtverlening werd door Amersfoort een eigen verdedegingswerk aangelegd. De oudste omwalling bevond zich aan de binnenkant van de Westsingel, Zuidsingel, Weverssingel en het Zand. Aaan het einde van de 14e eeuw was de stad te klein geworden. Tussen 1390 en 1450 werd een nieuwe stadsmuur aangelegd. Buiten de stadsmuren bezat de stad diverse leengoederen die deel bleven uitmaken van de Stadsvrijheid.
De stad was verdeeld in drie wijken: Langestraat, Krommestraat en Breul. In de 17e en 18e eeuw kwamen de namen Kamp, Bloemendal en Breul in gebruik. De wijken hadden hun eigen organisatie voor openbare werken en bewaking. Het toezicht op het financieel beheer van de openbare werken lag bij de buurmeesters. Aan het hoofd van de schutterij stond in iedere wijk een kapitein. Verder waren er per wijk nog twee straatmeesters en deurwaarders.
III Organisatie
De rechtspraak werd uitgevoerd door schout en schepenen. De schout was de vertegenwoordiger van de landsheer en werd door deze voor het leven aangesteld. Het bestuur werd uitgevoerd door schepenen, raden en gekwalificeerde stadsbewoners op basis van hun grondbezit. De burgemeesters zaten de vergaderingen voor en hielden zich bezig met de dagelijkse administratie. De cameraar, gekozen uit de raad, was verantwoordelijk voor de financiën. Deze functie rouleerde aanvankelijk jaarlijks. Vanaf 1676 werd de cameraar voor het leven benoemd. De raad werd jaarlijks gekozen op Driekoningenavond door 50 gekwalificeerde burgers. De stadssecretaris werd voor het leven benoemd, vanaf 1544 door de landsheer. Hij werd bijgestaan door klerken. Verder waren in dienst van de stad boden, dienaren van justitie, cipiers, poortwachters, voerlieden en peilers voor diverse imposten. Werkzaamheden aan gebouwen en openbare werken werden uitbesteed. Het oudste stadhuis stond in de Krommestraat. In 1536 werd een nieuw stadhuis op de Hof gebouwd. Dit is in gebruik geweest tot 1817.
IV Taken
Het stadsbestuur had bemoeienis met de stadsverdediging, de infrastructuur (denk hierbij o.a. aan de afwatering vanuit de Gelderse Vallei naar Amersfoort), zorg voor de bevolking op diverse gebieden, bemoeienis met kerkelijke zaken en tenslotte bemoeienis met economische zaken. Vooral dit laatste punt had de aandacht omdat de meeste leden van het stadsbestuur hun vermogen te danken hadden aan nijverheid en handel.
Geschiedenis van het archiefbeheer
Oorspronkelijk werd het stadsarchief bewaard in de stadskist. De sleutels van de negen sloten werden toevertrouwd aan 4 leden van de oude raad, 4 leden van de nieuwe raad en de oudste burgemeester. De stadssecretaris was belast met het beheer van het archief. Na verhuizinng naar het nieuwe stadhuis aan de Westsingel in 1817 werd het oude archief eerst opgeborgen in een aparte kamer, later in een speciale ruimte die in de tuin gebouwd was. Het recente archief werd bewaard in de kamer van de gemeentesecretaris. In 1904 werd het stadhuis uitgebreid met een extra vleugel aan de zuidzijde van het stadhuis. Hierin werd een speciale archiefkamer gebouwd voorzien van een brandvrije overkapping. Deze kamer is voor het oud-archief lopend tot 1920 in gebruik gebleven tot de verhuizing van de gemeentelijke archiefdienst naar het Observantenklooster in 1982.
De verwerving van het archief
Inhoud en structuur van het archief
Inhoud
Het archief bevat stukken betreffende de stadsverdediging, de infrastructuur, bemoeienis met kerkelijke zaken en met economische zaken en zorg voor de bevolking op de gebieden openbare orde en veiligheid, onderwijs en sociale zorg.
Selectie en vernietiging
Er heeft geen vernietiging plaatsgevonden.
Aanvullingen
Verantwoording van de bewerking
In de eerste helft van de 19e eeuw zijn er summiere inventarissen gemaakt van het oude archief. Dit gebeurde op bevel van de provincie. De provinciaal archivaris Vermeulen is tussen 1850 en 1876 bezig geweest met een inventaris die nooit voltooid is. Daarna werd de kapelaan W.F.N. van Rootselaar door het gemeentebestuur met de inventarisatie belast. In 1881 was een summiere inventaris gereed. In 1900 werd de overleden Van Rootselaar opgevolgd door H.J. Reynders, conrector van het gymnasium. In 1903 liet hij een inventaris verschijnen over de periode 1300-1900 die gebaseerd was op de beschrijvingen van Van Rootselaar. Diverse stukken, o.a. charters waren in bruikleen gegeven aan museum Flehite. In 1920 keerden deze weer terug uit het museum. In 1977 werden de puntboeken van de gilden door Flehite in bruikleen gegeven aan de gemeentelijke archiefdienst. Na de pensionering van Reynders in 1921 werd er geen nieuwe archivaris aangesteld. Het beheer werd waargenomen door A. Boogerman, hoofd afdeling archief en registratuur. In 1956 werd H. Hovy aangesteld als gemeente-archivaris. Hij begon aan de hoognodige herinventarisatie. Hiertoe werden de door Van Rootselaar nogal willekeurig ingebonden stukken weer uit elkaar gehaald en minitieus beschreven. Bij zijn pensionering in 1987 was hij hiermee nog niet gereed.
Er is voor gekozen op basis van de beschrijvingen van Hovy een uitgebreide maar ook overzichtelijke inventaris te produceren. Hiervoor is een nieuw archiefschema ontworpen. Stukken die in slechte staat verkeerden zijn gerestaureerd en ontschimmeld. De banden met stukken van de meest uiteenlopende aard (door Van Rootselaar bij elkaar gevoegd) zijn uit elkaar gehaald en in omslagen opgeborgen.
De kloosterarchieven (voor en na de reformatie) zijn in een aparte inventaris opgenomen onder de titel Superintendenten belast met het beheer van de voormalige kloostergoederen, bnr. 0001.02. De eigendom van deze kloosters was na de reformatie overgegaan op de stad.
Ordening van het archief
Doordat het archief al door zoveel handen is gegaan is moeilijk vast te stellen wat de oorspronkelijke ordening van het archief geweest is. Waarschijnlijk werden de charters, keur- en resolutieboeken bewaard in de stadskist, evenals de grote en kleine rekeningen. Deze waren in een veel betere staat dan de overige rekeningen en de bijlagen bij de rekeningen. Veel stukken waren door vocht beschadigd en slecht leesbaar. Deze werden kennelijk op andere plaatsen bewaard.
Voor de ordening is onderscheid gemaakt in Algemene stukken (resolutieboeken) en stukken betreffende Bijzondere onderwerpen. Dit is weer onderverdeeld in stukken betreffende de Organisatie en Uitoefening van de taak.
Aanwijzingen voor de gebruiker
Openbaarheidsbeperkingen
Het archief is volledig openbaar.
Beperkingen aan het gebruik
Materiële beperkingen
Andere toegang
Aanvraaginstructie
Citeerinstructie
Volledig
Archief Eemland, Amersfoort, Stadsbestuur Amersfoort 1300-1810, bnr. 0001.01, inventarisnummer ..
Verkort
NL-AmfAE, Stadsbestuur, bnr. 0001.01, inv.nr. ..
Verwant materiaal
Bewaarplaats van originelen
Het archief wordt bewaard in Amersfoort.
Beschikbaarheid van kopieën
Afgescheiden archiefmateriaal
In 1913 werden er diverse stukken aan het gemeentearchief geschonken door W.E. van Dam van Isselt. Deze stukken maken onderdeel uit van het archief van de Heemraden van de Isseltsepolder. Zij zijn overgedragen aan het Waterschap Vallei en Eem.
Diverse archiefstukken die duidelijk onderdeel uitmaken van archieven die elders bewaard worden zijn overgebacht naar het archief te Wijk bij Duurstede en naar Het Utrechts Archief.
Verwante archieven
De eigendom van de kloosters was na de reformatie overgegaan op de stad. De kloosterarchieven (voor en na de reformatie) zijn in een aparte inventaris opgenomen onder de titel Superintendenten belast met het beheer van de voormalige kloostergoederen, bnr. 0001.02.
Publicaties
Alberts, L.; De oudste stadsrekening van Amersfoort
Alberts, L.; De stedelijke financiën van Amersfoort in de 15e eeuw
Bemmel, A. van; Beschrijving der stad Amersfoort
Brongers, J.A. en W.J. van Tent; Gedachten over het ontstaan en de eerste ontwikkeling van Amersfoort naar aanleiding van archeologisch/geologische waarnemingen in de binnenstad
Brongers, J.A.; De oudste stedelijke ontwikkeling van Amersfoort
Dekker, C. en M. Mijnssen-Dutilh; De Eemlantsche Leege Landen: Ontginningen rond de mond van de Eem in de 12e en 13e eeuw
Halbertsma, H.; Zeven eeuwen Amersfoort
Hoorn, W.J. van; Het oude stadhuiscomplex aan de Hof te Amersfoort
Hovy, J.; Amersfoort in Prent; een historisch overzicht in woord en beeld
Hovy, J.; Het gemeentearchief van Amersfoort
Hovy, J.; De demping van de noordelijke binnensingel tussen het Spui en Bloemendal en het ontstaan van 't Zand te Amersfoort
Hovy, J.; De stedelijke autonomie van Amersfoort in de Middeleeuwen (1259-1544)
Hovy, J.; De vroegste bestuursgeschiedenis van Amersfoort en de stadrechtverlening van 1259
Kalveen, C.A. van; Amersfoortse rechtsbronnen uit de zestiende eeuw
Kalveen, C.A. van; Het bestuur van bisschop en Staten in het Nedersticht, Oversticht en Drenthe, 1483-1520
Kernkamp, J.H. m.m.v. J. van Heyst, J. Hegeman en W. Verhoeven; Vijftiende-eeuwse rentebrieven van Noord-Nederlandse steden
Krauwer, M.; Waterlopen, oude wegen en nieuwe ontginningen. Het ontstaan en de vroegste ontwikkeling van een nederzetting aan de Eem
Maarschalkerweerd, Ph.C.B.; Het Amersfoortse burgerschap in de late middeleeuwen
Medema, A.; De gemeentelijke archiefdienst
Mijnssen-Dutilh, M.; "Fiere disputen en heftige krakelen": Het grondgebruik in de Gelderse Vallei en de waterschapsproblemen ten gevolge daarvan
Mijnssen-Dutilh, M.; Inventaris van het archief van het Hoogheemraadschap van de Bunschoter Veen- en Veldendijk (1601)1603-1942: met retroacta betreffende het beheer en onderhoud van de Veendijk en de schouw van de Veldendijk (1486)1533-1603
Rootselaar, W.F.N. van; Amersfoort 777-1580
Rootselaar, W.F.N. van; Amersfoort, Geschiedkundige Bijzonderheden
Smit, J.G.; De betrekkingen van Amersfoort met de bisschoppen van Utrecht, de stad Utrecht, de graven van Holland en de hertogen van Gelre van het eind der veertiende tot het eind der vijftiende eeuw
Smit, J.G.; Een geschiedenis van het Amersfoortse regentenpatriciaat
VerLoren van Themaat, L.M. (red); Oude Dordtse Lijfrenten. Stedelijke financiering in de vijftiende eeuw
Bijlagen
Ordeningsplan
Index
Al voor 1800 zijn verschillende pogingen ondernomen om tot ontsluiting van de resolutieboeken te komen. Er zijn diverse chronologische inhoudsopgaven en indices. Zie de inv.nrs. 2236-2241.
Indexen zijn aanwezig op de inv.nrs. 1958-1967, akten van indemniteit, en op inv.nrs. 1-26, 28, 61, 75, 88, 1847 en 1848, burgerrechtverleningen. Deze zijn te raadplegen via www.archiefeemland.nl en www.archieven.nl
Aan de inventaris zijn regesten van de charters toegevoegd. Via internet zijn deze regesten onafhankelijk van de inventaris toegankelijk op www.archiefeemland.nl en www.archieven.nl
Overige aantekeningen
 
 
 
 
 
0001.01   Stadsbestuur Amersfoort, 1300-1810
2.  Inventaris van het archief van het stadsbestuur
3.  Bijlagen
4.  Concordans charters
5.  Concordans
6.  Regesten
 
 
 
 
 
0001.01   Stadsbestuur Amersfoort, 1300-1810
Datering:
  1300-1810
Inventaristitel:
  A.F.M. Reichgelt, Inventaris van de archieven van het Stadsbestuur van Amersfoort, 1300-1810. (Amersfoort, 2003), inv. nrs. 1-2269
TE RAADPLEGEN IN:
  Amersfoort
Auteur:
  Ton Reichgelt
Openbaarheid:
  Volledig
Omvang:
  181 meter
Herkomst:
  Wet
Soort toegang:
  Inventaris
Geografische namen
Archiefvormer
Stadsbestuur Amersfoort, 1300-1810